Digibron.nl

Het gemeentediaconaat

Bron: Ambtelijk Contact
Datum: maandag 1 juni 1970
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 7

J. Folkerts, diaken te Groningen

De laatste tijd wordt nog al eens de vraag gesteld of de diaconie nog wel recht van bestaan heeft. Want, zegt men, de sociale voorzieningen zijn zo goed geregeld, dat niemand meer armoede behoeft te lijden of financiële zorgen hoeft te hebben.

De bejaarden krijgen allemaal A.O.W.; de weduwen A.W.W. en de werknemer kan nooit minder verdienen dan het minimumloon.

Zijn er omstandigheden dat hun inkomen niet toereikend is, dan kan steun worden aangevraagd bij de Algemene Bijstands Wet (A.B.W.) Of we het met dit laatste allemaal eens zijn is een andere zaak.

Hieruit zouden we kunnen concluderen dat de diaconale collecten wel verminderd, zo niet afgeschaft kunnen worden. Bent U het hiermee eens broeders? Zo ja, dan vraag ik U: Wat doet U dan nog in de gemeente? ’s Zondags collecteren en meer niet? Dat is gemakkelijk en dan kunt U zeker ook wel met minder diakenen toe dan gebruikelijk was? Maar, broeders, als U het zo beziet slaat U de plank wel mis. Toch moet het wel zo zijn als wij het resultaat bezien van het schriftelijk onderzoek, dat in februari 1968 is ingesteld door de ADMA-deputaten. Hierin staat: „Van de 106 ontvangen antwoorden, zijn er 29 waaruit een grote diaconale bewogenheid, zowel als ruime kennis van diaconale zaken spreekt. De overige 77 antwoorden kenmerken zich door gebrek aan kennis, terwijl bovendien voor een aantal gevallen een duidelijk gemis aan diaconale bewogenheid moet worden geconstateerd”. Nu heb ik onlangs gehoord dat hier wel enige wijziging in is gekomen. Gelukkig voor die gemeenten waar dit het geval is.

Op de laatstgehouden generale synode is o.a. het nieuwe bevestigingsformulier voor diakenen goedgekeurd. Dit had feitelijk al eerder moeten gebeuren. In dit nieuwe formulier wordt duidelijk Uw taak omschreven. In het oude staat ook wel wat U moest doen, maar dit was in oude stijl geschreven en zonder nadere taakomschrijving. Nu staat er: „Zij mogen de liefde van Christus zichtbaar maken door in noden en moeilijkheden van onderscheiden aard met raad en daad steun te verlenen. Zij zullen zoeken naar passende wegen en middelen om de bedoelde taak op de rechte wijze te vervullen. Verder zullen zij zorgen voor de juiste besteding van de gaven, die door hen worden ingezameld”.

Broeders, wat zegt U hiervan? Is Uw taak welke U hebt aanvaard, wel zo gemakkelijk? De praktijk heeft al wel geleerd, dat als U doet wat in het formulier staat, het niet zo eenvoudig is en het veel van Uw tijd en geduld vraagt.

We zullen dan eens nagaan wat U moet doen en hoe U het moet doen. Wel moet ik U erop voorbereiden dat het bij een opsomming blijft. Misschien kan er bij de discussie wat nader op worden ingegaan. U moet er ook rekening mee houden dat het in de ene gemeente anders ligt dan in de andere, zoals grotere plaatsen ten opzichte van plattelandsgemeenten. Alle gemeenten zullen een wijkindeling hebben voor de ouderlingen; U kunt deze indeling aanhouden en in iedere wijk 1 diaken plaatsen. Het zou goed zijn om in een kleine gemeente één en in een grotere twee diakenen extra te hebben. Deze kunnen dan ingeschakeld worden, wanneer in een gezin moeilijkheden zijn, door met zijn tweeën te gaan. Ook kunt U dan de reservediaken eens afvaardigen naar een belangrijke vergadering van algemeen belang. Als u dit klaar hebt, moet U richtlijnen opstellen voor wat op de huisbezoeken ter sprake moet worden gebracht. Want U moet alle adressen in Uw gemeente bezoeken. U kunt de richtlijnen voor twee groepen opstellen, nl. voor gezinnen en voor bejaarden.

Eerst dan voor de gezinnen: de aandacht vestigen op wat de kerk door middel van de diaconie en de met haar samenwerkende hulpverleningsorganen, aan hulp wil en kan verlenen in de vorm van aanvullende financiële steun of door het verlenen van een voorschot tegen afgifte van een schuld-bekentenis. Gezinszorg wanneer dit nodig is door het uitvallen van de moeder, o.a. bij ziekte; het regelen van de hieruit voortvloeiende kosten. Inforrneren of bij het bedrijf waar de man werkt, een maatschappelijk werker(ster) in dienst is en of er voor dergelijke kosten een fonds is. Maatschappelijk werk, huwelijks- en gezinsmoeilijkheden, kinderbescherming, adviezen geven inzake steunaanvragen krachtens de A.B.W. en de sociale wetten. Zinvolle beroepskeuze als er kinderen zijn. Ook waarschuwen voor het kopen op afbetaling en tevens informeren of zoiets al is gebeurd. Wanneer dit het geval is, proberen hier zo gauw mogelijk van af te komen. In bijzondere gevallen iets doen aan betere huisvesting.

Bij de bejaarden: informeren of men zelf nog kan koken, wassen, enz., nagaan hoe hierin zo nodig kan worden voorzien, b.v. door het periodiek verstrekken van warme maaltijden. Is de huidige huisvesting wel naar wens? Nagaan of er al aanvragen lopen voor een bejaardenwoning of opname in een pensiontehuis voor bejaarden. Indien er in huis een zieke is en het blijkt langdurig te worden, informeren of hiervoor al contact is opgenomen met een verpleegtehuis. Krijgen ze nog wel geregeld bezoek en gaan ze zelf nog wel uit? Is er een goede verhouding met de kinderen? En indien dit te wensen overlaat, vragen of men wenst dat daar iets aan gedaan wordt. Gaan ze nog wel naar de kerk of moeten ze gehaald worden? Kunnen ze helemaal niet meer, dan informeren of er behoefte bestaat aan het ontvangen van de bandrecorder. Gaan ze wel mee met de jaarlijkse bejaarden-tocht of bezoeken ze de bejaardenmiddagen wel? Gaan ze nog wel met vakantie of is er interesse voor een bejaardenweek? Zijn er ook financiële problemen en krijgt men wel alle uitkeringen waarop men recht heeft?

Wel moet men steeds voor ogen houden dat de hulpzoekende of hulpbehoevende het beste wordt geholpen door zelfwerkzaamheid, d.w.z. de aan de hand gedane oplossingen zelf ten uitvoer brengen. Dus U begrijpt wel dat U op huisbezoek moet inlichten over wat U eventueel kunt doen en U moet trachten te ontdekken of er noden zijn.

Ook moet U de nieuw ingekomenen bezoeken en voorlichten.

Uit het bovenstaande hebt U misschien wel kunnen opmaken dat het diaken zijn in deze tijd nog niet zo eenvoudig is. Maar nu verwacht ik van U de vraag: „Hoe kan ik zelf al deze problemen oplossen en waar hulp moet zijn, hiervoor zorgen?”

Ik neem aan dat alle diaconieën zijn aangesloten bij een stichting voor sociale arbeid. Deze stichtingen zijn in alle grotere plaatsen en in de provincie zijn deze meestal per streek. Dan zijn er ook nog de provinciale stichtingen. In deze stichtingen zijn meestal één of twee broeders benoemd door de classis die op geregelde tijden verslag uit brengen op de classisvergaderingen. Al deze stichtingen kunnen U voorlichten over deze problemen, want die hebben maatschappelijke werkers(sters) in dienst, die ieder een bepaalde afdeling behartigen, zoals gezinshulp, bejaardenhulp, maatschappelijk werk, enz. Ook zijn deze mensen bereid eens op de diaconievergadering te komen en de problemen met U door te nemen. Ook willen ze wel de betreffende gezinnen bezoeken. Als U van deze instellingen niet bekend is waar ze gehuisvest zijn, zult U hiernaar moeten informeren. Dan hebben we onze deputaten nog, die door de generale synode benoemd zijn, die nu br. Huizer in dienst hebben en deze is ook bereid U zo nodig voor te lichten.

Ook moet U contact hebben met het bestuur van een bejaardentehuis over eventuele opname.

U ziet wel, dat voor alle problemen waarmee U geconfronteerd wordt bij Uw huisbezoek, wel een weg is om geïnformeerd of geholpen te worden.

Wel moet ik U afraden om in alle stichtingen of instellingen zitting te nemen in het bestuur, want dat vraagt te veel tijd; wel moet U goede contacten hiermee zien te krijgen.

We hebben de ervaring met het huisbezoek, dat wanneer men denkt: „Daar zullen wel geen problemen zijn”, dat ze er juist wel zijn en waar men denkt wat te vinden, er niets is. Bij de bejaarden zult U bemerken, dat, wanneer U tijdens Uw bezoek op het pastorale terrein terecht komt, Uw eigen geloofsleven hierdoor wordt versterkt.

Blijkens de ervaring wordt het van uit de gemeente zeer op prijs gesteld dat U de gemeenteleden bezoekt en ook indien op een wijk- of gemeente-avond af en toe iets gezegd wordt over Uw werk, tevens houdt U hierdoor de leden op de hoogte van vernieuwingen, e.d.

Ook moet U de alleenstaanden, de weduwen en weduwnaars bezoeken; ook daar kan wel iets zijn, waarvoor zij Uw hulp nodig hebben; dit is meestal een vergeten groep.

Voor Uzelf is het goed om jaarlijks op een classicale diakenenconferentie enkele problemen te bespreken en eikaars ervaringen uit te wisselen; ook kunt U dan iemand uitnodigen van een of andere stichting om U voor te lichten.

Uit dit alles zal U wel duidelijk zijn geworden dat U de diaconale collecten niet kunt missen, want de stichtingen waar U bij aangesloten bent, worden voor plm. 80% gesubsidieerd en de rest moet door de aangesloten diaconieën worden opgebracht, welke bijdrage door een sleutelverdeling wordt bepaald.

Misschien moet U zelf ook nog in gevallen steun verlenen of voorschotten verstrekken en daarom moet U ook geld in kas hebben.

Broeders, hierbij wil ik het eerst laten, misschien wordt er in de discussie nog wel verder op ingegaan.

Het geestelijke werk van de diakenen zal één van de volgende referenten belichten. Wel wil ik nog enkele vragen in Uw midden leggen om in de discussiegroepen te bespreken en daar na afloop op te antwoorden.

1. Hoe moet men aan met een gezin dat niet tot een kerk behoort en U wordt gewaar dat er moeilijkheden zijn. Behoren wij als kerk daar iets aan te doen of moeten wij het voor kennisgeving aannemen?

2. Hoe denkt U over de ontwikkeling die er gaande is in de stichtingen, nu van hogerhand wordt gepropageerd om alles in één stichting onder te brengen, een algemene stichting derhalve. Wordt U over deze beweging wel voldoende ingelicht?

3. Op welke wijze helpen we een lid van de gemeente, die niet meer mag werken en een W.A.O.-uitkering ontvangt, aan werkzaamheden waardoor hij zijn uitkering niet verliest en hem toch het idee geven dat hij nog wat kan doen en niet definitief uitgeschakeld is?