Digibron.nl

Duur of te duur?

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: zaterdag 30 juli 2005
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 1

De belangstelling voor lpg is de laatste tijd flink toegenomen. Geen wonder, gezien de sterk stijgende prijzen van benzine en diesel. Autogas vertoont daarentegen een stabiel prijsniveau, waarbij het natuurlijk wel de vraag is hoe die prijs zich zal ontwikkelen als automobilisten massaal op lpg overgaan.

Daarnaast weerklinkt de roep dat de overheid wat moet doen aan de almaar stijgende benzineprijs. Door een (tijdelijke) verlaging van de benzineaccijns kan autorijden voor iedereen betaalbaar blijven. Tweederde van de prijs die aan de pomp betaald wordt, bestaat immers uit accijns en BTW. Het bewuste kwartje van Kok uit 1991 kwam ook weer ter tafel.

Overigens betekent die forse accijnsheffing ook dat schommelingen in de wereldmarktprijzen gedempt aan de automobilist worden doorgegeven. Zonder die forse accijnsheffing zouden de benzineprijzen de afgelopen maanden met een veel hoger percentage gestegen zijn.

Het zou wel eens kunnen zijn dat de huidige prijsstijgingen een structureel karakter hebben. Een van de oorzaken is immers de grotere vraag van China naar aardolie. Dat land begint in economisch opzicht een machtsfactor van betekenis te worden.

Landen als Japan, Zuid-Korea en Taiwan gingen China voor in hun economische ontwikkeling. Maar Peking heeft meer dan een miljard onderdanen. Daarom heeft de economische groei van dit land veel sterkere effecten. En daarbij moeten we India ook niet vergeten.

Het valt te vrezen dat tegen de tijd dat zo ongeveer alle Chinezen en Indiërs een auto hebben, de benzineprijs minstens vervijfvoudigd zal zijn. In dat perspectief bezien valt het huidige prijsniveau nog wel mee.

Langs verschillende kanalen (benzineaccijns, motorrijtuigenbelasting, bijzondere verbruiksbelasting) draagt de Nederlandse automobilist bij aan de schatkist. Daar staat een groot aantal uitgavenposten ten behoeve van het autoverkeer tegenover. Het is niet zo eenvoudig om al die plussen en minnen tot op de laatste cent uit te rekenen.

Maar zelfs als de overheid aan de automobilist wat over zou houden, is dat goed te verdedigen. Uit overwegingen van milieu en ruimtebeslag hebben we immers reden genoeg om het autogebruik af te remmen.

Daarbij gaat het eerder om het autogebruik dan om het autobezit. Vandaar ook de discussie over de invoering van het rekeningrijden. Vanuit dat perspectief is er geen reden om de benzineaccijns te verlagen, nu de prijzen op de wereldmarkt in stijgende lijn zijn.

Volgens de wet van vraag en aanbod worden prijsstijgingen tot staan gebracht door een groter aanbod en/of een geringere vraag. Dat mensen als gevolg van de hogere prijzen zich genoodzaakt zien hun auto vaker te laten staan, is dan ook geen reden voor de overheid om hun te hulp te schieten. In zekere zin is dat een positieve ontwikkeling.

Overigens blijkt dat in de praktijk allemaal erg mee te vallen. Automobilisten raken gauw gewend aan een hoger prijsniveau. En als ze verstandig zijn, laten ze bij de aanschaf van hun volgende auto het benzineverbruik zwaar meewegen.