Digibron.nl

Als je die ouwe, vertrouwde Wester ziet, dan ben je in Amsterdam"

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: donderdag 15 maart 1990
Auteur: E. van Dijkhuizen
Pagina: 16 (Regionaal)

AMSTERDAM - Nog slechts enkele weken en de Westerkerk in Amsterdam —de eerste Nederlandse kerk die als protestants godshuis werd gebouwd— is weer uit de steigers. Daarmee komt een einde aan een van de meest ingrijpende kerkrestauraties in ons land. Voordat de "Wester" echter officieel in gebruik genomen wordt, moet eerst het kerkmeubilair nog grondig opgeknapt worden. Dat karwei duurt zeker drie maanden. Verwacht wordt dat het monumentale bedehuis eind dit jaar weer volledig in oude luister hersteld zal zijn.

De Westerkerk, die dateert uit de zeventiende eeuw, werd gebouwd als gevolg van de aanleg van de grachtengordel en de Jordaanwijk. Vooral door toedoen van schilder Rembrandt van Rijn en bouwmeester Hendrick de Keyser kreeg de "Wester" een vooraanstaande plaats in de Nederlandse cultuurgeschiedenis. Het gebouw is opgetrokken in Renaissance-stijl, hoewel de vele hoge en spitse bogen sterk doen denken aan de gotiek. De kerk heeft de vorm van een dubbelkruis, is verdeeld in drie schepen en heeft een hoogte van 46 meter.


De 85 meter hoge kerktoren (de achtste in hoogte van ons land) is in de loop der jaren een heel eigen leven gaan leiden. Met name door de keizerskroon, het trotse teken van de machtige stad, werd de toren wereldberoemd. Kunstenaars van allerlei allooi hebben hem in woord en beeld bezongen. Hij kreeg dan ook niet voor niets de erenaam "parel van de Jordaan". Of, zoals een rasechte Amsterdammer schreef naar aanleiding van het 350jarig bestaan van het godshuis: „Als je die ouwe, vertrouwde Wester ziet, dan ben je in Amsterdam". Aanleiding voor de jongste restauratie was de slechte staat waarin het kerkgebouw verkeerde. Uitvoerder Arie de Jong vertelt wat er precies aan mankeerde. „Veel metselwerk ging kapot doordat het ijzer roestte. De ramen waren gerot en het dak lekte aan alle kanten. Ook de kerkvloer verkeerde in erbarmelijke toestand. Om kort te gaan, een grondige restauratie was broodnodig".


De klus werd gegund aan het Ameidese aannemersbedrijf Koninklijke Woudenberg-Ameide BV. Door eerdere restauraties, onder meer van het Rijksmuseum in Amsterdam, de Jacobskerk in Den Haag en kasteel Doorwerth, heeft het bedrijf een uitstekende naam opgebouwd. Ruim 60 procent van de omzet komt uit restauratieprojecten. De rest wordt verdiend met nieuwbouw. Woudenberg-Ameide bouwt onder meer alle kerken voor het Apostolisch Genootschap en de laatste vijf jaar ook restaurants voor McDonald's.


Ingrijpend


Het Westerkerk-project werd gesplitst in twee fasen. In 1985 kregen de hoge kappen van de kerk een opknapbeurt. Twee jaar later begon de grote restauratie. De toren was reeds in 1983/84 onder handen genomen tijdens een twintigjaarlijkse onderhoudsbeurt. Volgens De Jong, die al 28 jaar bij Woudenberg-Ameide werkt, waarvan 15 jaar als uitvoerder, gaat het bij de "Wester" om een vrij ingrijpende restauratie. „Het is voor ons bedrijf het grootste project tot nu toe. We lopen hier gemiddeld met twintig man per dag. In de drukste tijd waren dat er zelfs 35. Dat hebben we nooit eerder meegemaakt".


Een belangrijk onderdeel van het project was het herstellen van de kettingankers die op drie verschillende hoogten in de Westerkerk zijn aangebracht in plaats van trekbalken. De Jong: „Vroeger gebruikten ze daar gewoon smeedijzer voor. Dat gaat natuurlijk roesten, waardoor het metselwerk scheurt. Dat probleem is nu verholpen door roestvrij staal te gebruiken". Ook de kerkramen, 34 in totaal, zijn volledig vernieuwd. De eikehouten kozijnen waren geplaatst in een omlijsting van zandsteen. „Dat materiaal mag niet meer verwerkt worden in de bouw, omdat het stoflongen veroorzaakt", vertelt de Schoonhovense uitvoerder. „We hebben nu peperino, een vervangende steensooort, gebruikt. De rest is hersteld met reparatiemortel, een soort specie die speciaal is afgestemd op zandsteen".


Grafzerken


De kerk is helemaal opnieuw gevoegd (in totaal 3500 vierkante meter) en het dak is voorzien van nieuw lei werk. Op de platte gedeelten is veertig-pondslood —één vierkante meter weegt veertig kilo!— toegepast. Een bijzonder grote klus was volgens De Jong de restauratie van de kerkvloer. „Ter gelegenheid van het huwelijk van Beatrix en Claus in 1966 is er een houten vloei over de grafzerken heengelegd. Maar die was totaal versleten. We hebben nu de vloer, ruim 1300 vierkante meter, helemaal weggehaald en uitgegraven. Daarna is er een betonvloer gestort met verwarming erin. Ook hebben we de ongeveer negenhonderd grafzerken weer grotendeels teruggelegd op hun originele plaats, met behulp van het oude nummeringssysteem". Bij deze werkzaamheden kreeg De Jong flink wat publiciteit. Deskundigen van de Leidse universiteit wilden van de gelegenheid gebruik maken om te zoeken naar het graf van Rembrandt.


Koorpodium


Tegelijk met de kerk zijn ook de ernaast gelegen kosterswoning en het Prinsenhuis (het culturele centrum van de Westerkerkgemeente) gerestaureerd. De Jong verwacht dat het monumentale gebouw er na de restauratie weer zo'n tachtig jaar tegen kan. Wat de totale kosten precies zijn, kan hij nog niet zeggen. „Wij hebben het project aangenomen voor 7 miljoen. We hebben nu echter al een overschrijding van een miljoen door onverwachte werkzaamheden. Er moest bij voorbeeld een brandbeveilingsinstallatie in de kap komen, die automatisch gaat werken als de temperatuur te hoog wordt. Ook wilde de kerkvoogdij een hydraulisch koorpodium van zes bij tien meter dat uit de vloer omhoogkomt". De Jong schat dat de totale kosten zeker zo'n 15 tot 20 miljoen gulden zullen bedragen. Daarvan betaalt het Rijk 80 procent. De hervormde gemeente van Amsterdam moet de rest bijpassen.


Hoewel De Jong van huis uit timmerman is, komt hij er haast niet aan toe zelf mee te werken aan de restauratie. „Ik heb m'n handen vol aan het maken van calculaties, het bestellen van materialen, het ontvangen van leveranciers en kostenbewaking". Om dat allemaal zo goed mogelijk te realiseren, heeft hij elke maand een vergadering met de kerkvoogdij en Monumentenzorg. Er wordt dan voornamelijk gesproken over financiële zaken. Daarnaast is er ook elke maand een werkbespreking met de hoofden onderaannemers over technische kwesties.


Als er geen tegenslagen meer volgen, is de Schoonhovense uitvoerder begin april klaar in de "Wester". Zijn volgende klus weet hij al: de restauratie van een historisch pand aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. Weer een heel ander verhaal. „Dat is juist het boeiende van dit vak", reageert de uitvoerder. „Je doet zo enorm veel ervaring en kennis op". Hij verwacht dat de officiële heringebruikname van de "Wester" wel de nodige publiciteit zal krijgen. „Misschien dat er iemand van het koningshuis gevraagd wordt. Daar is weliswaar nog niets over bekend, maar ik zou het wel logisch vinden gezien de nauwe banden die er liggen".