Digibron.nl

5 Diakonie en overheid

Bron: Ambtelijk Contact
Datum: maandag 1 maart 1965
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 19

Door de invoering van de Algemene Bijstandswet is de verhouding diaconie —overheid principieel gewijzigd.

Onder de tot 1 januari 1965 geldende Armenwet 1912 was het zo, dat de hulpverlening primair de taak was van familie en kerk en secundair de taak van de overheid.

De nieuwe wet heeft dit beginsel los gelaten en aan de overheid de rechtsplicht opgelegd tot het verlenen van bijstand in de noodzakelijke kosten van het bestaan.

Dit rechtselement in de wet opent de mogelijkheid in beroep te komen tegen een afwijzende beschikking. Hiervoor staan de aanvrager drie opeenvolgende voorzieningen open nl.: een bezwaarschrift bij Burgemeester en Wethouders, een beroep bij Gedeputeerde Staten en tenslotte het hoger beroep op de Kroon.

De te verlenen hulp wordt in de Algemene Bijstandswet onderscheiden in materiële hulp (geldelijke ondersteuning) en immateriële hulp (dienstverlening).

De geldelijke ondersteuning zal worden gebaseerd op een bij Algemene Maatregel van Bestuur te bepalen norm. Deze bijstand mag door de diaconie tot een aanvaardbaar maximum worden aangevuld.

De immateriële hulp, welke onder meer omvat het maatschappelijk werk, gezinszorg, bejaardenzorg enz., is niet in de eerste plaats gezien als taak van de overheid, doch als die van kerkelijke en particuliere instellingen en overheid samen. Deze zullen vooralsnog, zolang er nog geen wet is op het maatschappelijk werk, als gelijkwaardige partners worden beschouwd.

Burgemeester en Wethouders zullen de persoon die materiële hulp geniet voorlichting en bemiddeling verlenen tot het verkrijgen van immateriële hulp door kerkelijke of particuliere instellingen dan wel door de overheid, waarbij zoveel mogelijk overeenkomstig zijn redelijke wensen wordt gehandeld. Het is duidelijk, dat het belangrijk is dat de kerk over een dienstverleningsapparaat, dient te beschikken, dat aan alle eisen voldoet daar anders de overheid de taak van de immateriële hulpverlening zal overnemen.

De kosten van bijstand kunnen onder meer worden verhaald op de nalatenschap van de betrokkene, de echtgenoot, minderjarige kinderen en diegene die tot onderhoud verplicht is op grond van echtscheiding.

Burgemeester en Wethouders kunnen (behoeven dus niet) hun bevoegdheid tot het verlenen van bijstand overdragen aan een College voor de verlening van Bijstand en kunnen eveneens overgaan tot het instellen van een Commissie van Advies.

De diaconie dient te bevorderen, dat zij vertegenwoordigd is in deze organen. Het is natuurlijk niet mogelijk in kort bestek de gehele Algemene Bijstandswet te behandelen, volstaan wordt derhalve met er op te wijzen, dat deze wet vele raakvlakken heeft die samenwerking tussen diaconie en overheid noodzakelijk maken. Van iedere diaken mag derhalve verwacht worden, dat hij deze wet goed bestudeert en de ontwikkeling met betrekking tot de uitvoering hiervan op de voet volgt.