Digibron.nl

En waarom wil Marietje niet eten ?

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: vrijdag 20 december 1991
Auteur: Anneke Versluijs
Pagina: 23 (Onbekend)

Rianne van drie is vervelend. Altijd tegen de draad, nooit gehoorzaam. Als je haar een standje geeft, wordt ze driftig. Moeder geeft Rianne steeds haar zin. Vader geeft zijn dochter een pak slaag. Beiden worden wanhopig. Hoe moet dit verder? Eigenlijk zouden ze er met iemand over willen praten. Maar met wie? De grootouders? Nee, want daarmee geef je te kennen dat je het zélf niet kunt. Dat je faalt. En wie weet, zeggen ze dat je het ook héél anders had moeten aanpakken. Naar een kinderpsycholoog dan? Dat is een erg grote stap. En dus sukkelt het verder. Waarheen? Riannes ouders zijn niet de enigen met zulke problemen. In ieder gezin komt een dergelijke situatie wel eens voor. Vaak gaat het vanzelf weer over. Soms ook niet. „Jammer genoeg laten veel mensen de situatie eerst uit de hand lopen, voor ze hulp zoeken", vindt Elsie Sloot-ten Veldhuijs. Daarom startte ze in Rotterdam het Buro voor Opvoedings Advies (BOA). Voor mensen die even een steuntje in de rug, een zetje in de goede richting nodig hebben.

Voorperiode

Mevrouw Sloot, opvoedingsdeskundige en moeder van drie kinderen: „Voor mij is het belangrijkste uitgangspunt dat mensen het nooit verkeerd doen. Maar op een gegeven moment denken ze: „Hé, zo had ik het niet bedoeld. Zo heb ik het niet gewild. Hoe ben ik hier nou in verzeild geraakt?" Die mensen kan ik adviseren op een manier die hen weer een eindje op weg helpt. Waarna ze zelf weer verder moeten.

Er is in Nederland wel jeugdhulpverlening, maar die wordt meestal pas ingeschakeld als het eigenlijk al te laat is. Uit de hand gelopen, ernstige situaties dus. Uithuisplaatsing is soms de enige oplossing. Ik probeer met het BOA daar vóór te zitten. Als ik zo'n uit de hand gelopen situatie zie, dan denk ik altijd: Er is ooit een begin geweest. Ooit is het een béétje misgegaan. Als het bij een 16jarige helemaal uit de hand is gelopen, dan moet daar een voorperiode geweest zijn. Als je daar meer aandacht voor hebt, kun je meer voorkómen".

Signaal

„De afgelopen twintig jaar heb ik me op allerlei manieren met kinderen beziggehouden. Ik werkte onder andere voor de Raad van de Kinderbescherming en de Vereniging tegen Kindermishandeling. Voor het Kruiswerk gaf ik oudercursussen. Dan kwamen er zo'n veertien ouders bij elkaar, met hun kinderen. En dan praatten we. Waarom doet Jantje zo lastig? En waarom wil Marietje niet eten? Tineke huilt steeds, hoe komt dat toch? Wat doe je met een kind dat zo ongehoorzaam is? Ik gaf ouders ondersteunende adviezen.

Ik houd ook lezingen voor allerlei ouderverenigingen en op scholen. Ik ben bij voorbeeld op De Driestar geweest. Ook verzorgde ik een opvoedingsprogramma voor Radio-Rijnmond. Daarop reageren heel veel mensen. Dat was voor mij een signaal dat er veel mensen behoefte hebben aan een individueel advies.

Anderhalf jaar geleden ben ik met dit bureau begonnen. Mensen kunnen naar mij verwezen worden door huisartsen, scholen en Kruiswerk. Maar ze kunnen ook uit eigen initiatief aankloppen". „Als mensen hier binnenkomen.

Uw probleem
Opvoeden is moeilijk. Dat blijkt uit het verhaal dat u vandaag kunt lezen. Dat blijkt ook uit de reacties die wij op de pagina Gezin krijgen. Wij pretenderen niet voor alle vragen een oplossing te bieden. Wij willen wel graag meedenken, meeleven, meevoelen. Daarom vinden we het fijn als u uw vragen en problemen wat de opvoeding betreft aan ons opstuurt. Wij zullen dan proberen in een artikel daarop in te gaan.

Opvoeden is een opgave èn een opdracht. Maar Hij die de opdracht geeft, wil ons ook bij alle dingen helpen. Dan is opvoeden niet slechts last-ig, maar dan mag het ook vreugde geven. In dat licht willen we u (en al die andere ouders) een helpende hand bieden. Schroom dus niet uw vragen, reacties en problemen op te sturen naar: Reformatorisch Dagblad, t.a.v. Gezin, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.

„Kijk ook naar de kant van je kinderen, als er problemen zijn. Dat is niet altijd makkelijk, hoor". Archieffoto RD denken ze bijna allemaal dat ze het opvoeden héél verkeerd doen. Soms zie je eerst veel verdriet. Er zijn mensen die binnen tien minuten ontzettend zitten te huilen. Omdat ze het eigenlijk zo'n vreselijke afgang vinden en zich zo heel e^ schuldig voelen, omdat ze hier zitten. Gelukkig lukt het me tot nu toe steeds om die mensen de kamer uit te laten gaan met het gevoel van: „O, ik kan het eigenlijk best zelf". Ik vind het heerlijk als mensen hier na een of twee keer weglopen en zeggen: „Hé bedankt, je hebt me even op een positieve manier tegen de zaak aan laten kijken". Ze moeten even het gevoel hebben dat het goed kan.

Over het algemeen komen hier ouders met kinderen van een halfjaar tot zo'n 23 jaar. Ze komen hier omdat het kind zo verlegen is, zo verdrietig, zo bang. Of omdat het zich zo moeilijk uit. Of omdat het zo ongehoorzaam en zo vreselijk tegen de draad en ontzettend druk is. Of omdat een 16-jarige zoon op kamers wil gaan wonen maar dat niet mag.

Ouders denken vaak: „Dit hadden we toch niet verwacht van het ouderschap. We dachten dat het allemaal zo leuk en goed zo gaan. We voelen ons nu ontzettend teleurgesteld". Je kunt soms zo'n weerstand tegen je kind krijgen. Je zou hem wel door elkaar willen rammelen, zo verschrikkelijk lastig, vervelend en driftig is-ie. Vaak is dat een kringetje waar je zelf niet meer uitkomt. Dan moet een buitenstaander er even naar kijken".

Nood

„Mensen zitten soms erg in nood, maar kunnen er niet over praten met anderen. Want ja, de buurvrouw heeft een kind van ongeveer dezelfde leeftijd, maar daar gaat het zo leuk mee. En met oma kun je er ook niet over praten. Want die zegt: „Jij doet ook altijd zo onduidelijk tegen je kind! Logisch dat het zich nu zo gedraagt". De beschuldiging wordt gelijk bij de moeder gelegd.

Het is moeilijk in onze cultuur om kinderen op te voeden. Alleen al omdat we hier in Nederland geneigd zijn ervan uit te gaan dat iedereen moet kunnen opvoeden. Iedereen moet met kinderen kunnen omgaan. Dat kun je. Punt uit. Daarbij wordt ook nog een hoog streefniveau verwacht.

Opvoeden gaat met teleurstellingen maar ook met positieve ervaringen gepaard. En als je dan op een gegeven moment geleerd hebt dat je dat allemaal zelf op moet lossen en het gaat niet, dan heb je al heel gauw het gevoel dat jij het dus niet goed doet.. Anderen kunnen het toch ook?"

Hoge drempel

„Je gaat aan jezelf twijfelen, en komt in een spiraal waar je heel moeilijk uitkomt. Op het moment dat je hulp nodig hebt, heb je het gevoel dat je een mislukkeling bent. Dat je gefaald hebt. Dat je het niet goed doet. En alles wat er aan hulpverlening geboden wordt in Nederland, dat is bedreigend. Je weet niet wat er gaat gebeuren. Je weet niet waar je terechtkomt. Je hebt er akelige verhalen over gehoord en gaat meteen het ergste denken. Je trekt direct de conclusie dat je kind uit huis geplaatst moet worden. En bovendien, vertel maar eens aan familie of aan de buren dat je hulp gaat vragen. Daar praat je niet over. Want dan betekent het dat je het niet goed doet. Hulp vragen als je een gehandicapt kind hebt, is inmiddels maatschappelijk wel geaccepteerd. Dat mag. Maar als je kind niet een duidelijk aanwijsbare handicap heeft —terwijl een opvoedingsprobleem óók een klein handicapje is, al gaat het meestal wel weer over— dan is het taboe om hulp te vragen. Daar ligt dus een heel hoge drempel".

Ja-reeks \

„Ik ben ervan overtuigd dat mensen heel veel deskundigheid in zichzelf hebben. En als je dat positief weet te benoemen, dan maken ze daar gebruik van. Wat vaak de kwaal is, in het omgaan met elkaar, is dat je alles negatief benoemt. Zo van: „Je moet ook niet dit doen en je moet ook niet dat doen, je moet ook niet zus of zo doen". De nee-reeks. Ik probeer altijd in de ja-reeks te komen. Zo van: „Je doet het niet verkeerd, je doet het juist goed. Maar er gebeurt kennelijk iets waardoor je het gewenste resultaat niet krijgt. Nou, laten we dat eens stapje voor stapje nagaan". Ik vind het heel erg leuk om mensen te adviseren op een manier waarop ze het gevoel krijgen: „Dat ik daar nou zelf niet op gekomen ben!"

Soms praat ik met de kinderen, die erbij zijn. Dan zie je zo'n ouder oplichten op vragen die ik stel. Ze zeggen later: De manier waarop je iets vraagt is zó erkennend naar het kind toe, zo open... Je kunt best op een gelijkwaardig niveau met een kind praten, met kindertaal, terwijl je toch de ouder blijft. Je geeft niks van je eigen autoriteit prijs als je met dat kind een serieus gesprek houdt. Je geeft veel meer van je autoriteit prijs als je het kind voor de mal houdt, niet serieus neemt".

Kijk, huis!

„Op een dag kwam er hier een moeder met een kind van anderhalf. Ik gaf dat kind wat speelgoed en het keek me argwanend aan. Het had een fles in de mond en ging een beetje over moeders schoot hangen. Ik praatte met die moeder. Op een gegeven moment wilde dat kind aandacht van de moeder. Die liet zich afleiden. Toen zei ik tegen dat kind: „Kijk eens, wat ik daar voor je neergelegd heb. Een huis. Ga er maar mee spelen". Dat kind liep erheen en ging ermee spelen. Even later kwam ze terug, begon weer tegen moeder te praten. Ik zei: „Kijk nou, je huis! Heb je de poppetjes er al in gezet?" Dat kind ging er weer heen. Het lachte en zei „Kijk, huis!" Zo van: Moeder, ik ben er nog hoor. Maar ze ging fijn spelen. Die moeder keek verrast. Ze zei: „Ik zeg altijd tegen haar: Ga nou eens spelen! En dat doet ze niet. Maar u zegt: Kijk, je huis!" Ja, wat is nou het woord "spelen " voor een kind van anderhalf? Dat is veel te abstract. Toen kreeg die moeder door wat ze anders deed. Ze moet de dingen benoemen".

Kast vol

„Ouders zeggen vaak: „Ze hebben alles! Een kast vol speelgoed. En toch zijn ze zo vervelend". Ik probeer ze dan praktische adviezen te geven. Laat ze een of twee dingen uitzoeken en doe de kast op slot. Moet je eens kijken hoeveel lol ze er dan mee hebben. En na een week of twee weken moet je ze dat speelgoed om laten ruilen voor iets anders. Dat is als nieuw. En dan bellen ze later op: Niet te geloven!.Het werkt echt. Het zijn allemaal heel simpele dingen.

Met oudere kinderen heb je andere problemen: bedtijd, zakgeld, vriendjes en ruzie met de ouders. Vaak gaat het om onuitgesproken gedachten. Ouders die angst hebben dat het kind verkeerde vriendjes krijgt. Die eigenlijk vinden dat het kind op een bepaalde tijd naar bed hoort, omdat dat goed voor de gezondheid van hun kind is. Maar dat zéggen ze niet tegen hem. Dat schept misverstanden.

Dan zeggen kinderen: „U zegt altijd op zo'n akelige manier dat ik naar bed moet gaan". Dan probeer ik kinderen te laten zeggen hoe zij het dan zouden willen. Dan zeggen ze bij voorbeeld: „Nou, ik ga gewoon zelf. Ik zorg dat ik om half negen op bed lig". Het kan een stuk schelen als je kinderen de verantwoordelijkheid geeft het ze zelf te laten doen. En niet steeds te zeggen: „Nu je brood klaarmaken, nu je tas inpakken, nu naar bed"".

Boos

„Kijk als ouders eens goed om je ' heen. Niet alleen naar ouders die gelukkig zijn, maar ook naar hen die het verschrikkelijk moeilijk hebben. Kijk ook naar de kant van je kinderen. Vaak gebeurt dat niet. Ik kan me dat heel goed voorstellen hoor. Als mijn dochter mij boos maakt, dan ga ik echt niet zo eens even zitten kijken hoe ze dat doet. Soms lukt het me en dan verbaas ik me er ieder keer weer over wat daar allemaal gebeurt. En hoe ik me door een bepaald toontje of woord laat beïnvloeden en boos laat maken.

Als het me lukt om niet boos te worden en dan naar haar kijk, dan zie ik hoe ze door haar maniertjes haar zin wil krijgen. Omdat ze me zo goed kent en weet wat mijn zwakke kanten zijn, weet ze ook waar ze me op aan moet spreken om haar zin te krijgen. En als ik nou maar de grens aangeef van: „Nee, op die manier doen we dat niet", dan is het ook zo weer over. Terwijl ik heel vaak denk: „O nee, nou gaan we die kant weer op. Nu moet ik me weer boos maken ". Maar dat is helemaal haar bedoeling niet. Zij wil gewoon even horen: „Nee, zo niet"".

Luiers

„Er zijn in deze tijd een heleboel dingen waar je als opvoeder zo veel mogelijk gebruik van moet maken. Er zijn boeken en tijdschriften over dat onderwerp. Lees die. Maar er zijn ook oudercursussen, die door de Kruisvereni-' ging georganiseerd worden. Waar je over een aantal praktische zaken informatie krijgt. Van het aandoen van luiers tot: hoe ga je om met die pijn in je rug als je nog moet bevallen.

Ik denk dat dat een eerste aanzet is, om samen, met z'n tweeën, je voor te bereiden. Als je daarna je kind groot moet brengen, heb je ook een band vanaf het begin. Dat is heel belangrijk. Ook alleenstaanden moeten een vertrouwenspersoon hebben. Iemand waarmee ze over hun problemen kunnen praten.

Ouders met een lastige baby van anderhalf denken vaak dat het wel helemaal verschrikkelijk moet zijn als dat kind 16 is. Maar zo werkt het niet. Het kan al een stuk beter gaan als dat kind 3 is. Je moet erop bedacht zijn dat al die fases een betekenis hebben voor de ontwikkeling van het kind. Het zijn schakels in een lange ketting. Alles haakt in elkaar".

Oudermishandeling

„Ouders kunnen soms zo wanhopig zijn. Er is veel kindermishandeling, maar vlak ook de oudermishandeling niet uit! Er kwam hier een mevrouw die door haar zoon het huis uitgetrapt was. „Hij gooide me van de trap", zei ze. Of ik die zoon maar eens even wilde bellen. Dat doe ik dus niet. Daar begin ik absoluut niet aan.

Ik denk wel: Mevrouw, hoe hèb je het zo ver kunnen laten komen?! Je moet altijd duidelijk je grenzen laten zien aan kinderen. Zeggen: Tot hiertoe en niet verder. Daar hebben ze behoefte aan. Ze willen weten wat ze wel en niet mogen. Je moet nooit toe gaan geven. Jij bent de baas. Als een kind als kleuter overal met de vingers aan mag zitten, moet je niet verwachten dat het als het ouder wordt wél gehoorzaam zal zijn".

Kapper

„Na een adviesgesprek geef ik de ouders een schriftelijk verslag. Zodat ze thuis nog een rustig kunnen lezen wat we besproken hebben. Dat ervaren de mensen als heel prettig. Met een, twee of drie gesprekken moet het klaar zijn. Als ik in een kennismakingsgesprek zie dat de situatie véél te complex is, dan begin ik er niet aan. Die mensen verwijs ik direct door naar een andere hulpverlener. Mijn bureau wordt niet gesubsidieerd. Dat wil ik niet. Omdat ik vind dat ik eerst maar eens moet aantonen dat zo'n bureau werkt. Dat mensen daar behoefte aan hebben. Bovendien, als je gesubsidieerd wordt, moet je een bepaald aantal cliënten hebben. Dat zou kunnen betekenen dat ik probeer mensen aan me te binden die eigenlijk klaar zijn. Het is wel heel taboe dat ik er geld voor vraag. Dan zeg ik: „Als je naar de dokter gaat, moet je ook betalen". „Ja", zeggen ze dan, „maar dan ben je verzekerd". En als je naar de kapper gaat? Dan ben je niet verzekerd. En dan moet je ook betalen. Stel je voor, dat je gratis geknipt werd. Dan moet het wel een heel slechte kapper zijn. Want de kwaliteit is aan de prijs gebonden.

Ik vraag 65 gulden per advies, maar er is een reductietarier van 25 gulden voor mensen die niet meer kunnen betalen. Kinderen betalen 5 gulden. Het kennismakingsgesprek is gratis".

Inloop

„In Overschie, waar ik woon, kunnen mensen na een telefonische afspraak Opvoedingsdeskundige Elsie Sloot: „Je moet altijd duidelijk je grenzen laten zien aan kinderen ". Foto RD bij mij langskomen. In Hoogvliet houd ik een inloopspreekuur. Heel open. Zo van: „Kom, schuif aan en praat niee". Het is daar een specifieke bevolkingsgroep: veel werkloosheid en verpaupering. Mensen hebben veel met kindermishandeling en -criminaliteit te maken. Ze komen niet snel om hulp vragen. Zoiets dóe je toch niet. Om te proberen die drempel te verlagen, hebben we dus een inloopspreekuur. Dat kost dan een rijksdaalder.

Soms zie je een starheid bij mensen die af lijkt te ketsen op die 65 gulden. Ze zeggen; „Als we er voor moeten betalen, hoeft het voor ons niet". Vaak is echter niet het bedrag, maar het gebrek aan motivatie de reden. Men wil er gewoon niets voor doen. Mensen zeggen dan tegen me: „Dan kun je dus nooit preventief werken met mensen die niet gemotiveerd zijn". Nee, dat kan ik ook niet. Maar dat kan niet één hulpverlener". Het Buro voor Opvoedings Advies is telefonisch te bereiken: 010-4372122. „Zo kind, daar ben ik dan!" Oma zette de grote, zwarte koffer midden in de keuken neer. Ze wreef in haar handen. „Die bus.,.", zuchtte ze. „En die schoolkinders...". Ze schudde haar hoofd. „Nou hangt er zo'n briefje in die bus, of ze voor ouwe mensen op willen staan, maar niks hoor...". Heleen lachte maar eens. „Ik heb de koffie klaar", zei ze. „Fijn, dat u er bent". Ze keek naar de grote koffer. Moeder was nogal wat van plan... Oma hing haar jas aan de kapstok. „Is de krant er al?" vroeg ze. „Mooi, kan ik rustig de feuilleton lezen". Ze liep naar de kamer. Heleen schoof de koffer aan de kant. De koffie pruttelde. Vlug legde ze koek op een schaaltje. Toen ze inschonk, rolde Simone binnen. „Kind!" schrok ze. Simone stond op. „Ik zag de drempel niet", zei ze. „Is oma er al?" Heleen knikte. Simone keek onderzoekend. „Hoe lang blijft ze?" vroeg ze. „Eh, mam, is er wat?" Heleen haalde haar schouders op. Ze zag tegen de drukte óp, maar dat hoefde Simone niet te weten. „Niks hoor", zei ze luchtig. „Koffie?"

Simone knikte. Ze greep haar tas, wilde de keuken uitgaan. „Asjeblieft", schrok ze toen. „Wat een kanjer!" Ze tilde de koffer op. „Drie paar schoenen", zei ze, „enne, zeven jurken en...". Heleens ogen lachten. „Gedraag je, Simoon", waarschuwde ze. „Deze dagen zijn heus niet makkelijk voor oma. Vorig jaar was opa er nog...".

Simone keek peinzend. „Dat weet ik wel", zei ze, „maar, oma...". Ze zweeg, kleurde diep. Heleen glimlachte. Vorige week had oma een aanmerking gehad op muziek die Simone draaide. Ze wist dat het haar dochter nog steeds dwars zat. „Probeer het te vergeten. Simoon", kwam ze. „Oma ziet de dingen nu eenmaal nèt iets anders". Simone haalde haar schouders op. Ze ging de keuken uit.

In de kamer vond Heleen oma. Zij zat voor zich uit te staren. Haar handen waren gevouwen. „Koffie, moeder", zei Heleen. Ze keek bevreemd naar de stille figuur. „Is er wat?" Oma glimlachte. „Ik ben zo blij, dat ik hier mag zijn", reageerde ze. „Ik ben misschien wel lastig, maar...". Heleen kleurde. Wat had Harmens moeder gehoord? „Niks hoor", zei ze vlug. „'t Is best druk, maar dat geeft niet". Ze zag de glans in de donkere ogen. Vorig jaar was Harmens vader er nog...

„Ha oma!" riep Wouter. „Hoe lang blijft u?" Hij stond hijgend op de drempel. Ruth duwde hem opzij. Ze rende naar oma, zoende haar stevig. „Dag kinders", zei de oude vrouw. Haar stem trilde opeens vreemd. „Nou?" drong Wouter aan. Oma glimlachte, „Ik mag tot na het Kerstfeest blijven", zei ze. „Vind je het fijn?" Ruth knikte hard. Wouter keek naar de punten van zijn schoenen. „Ja", kwam hij langzaam, „mag ik lekker lang op zolder slapen!"

Heleen schoot in de lach. Die kale zolder, dat was wat! „Alsof je aan 't kamperen bent, hè Wout", zei ze. „Chocolademelk, jongens?" Ze liep naar de keuken om het klaar te maken.

Simone kwam de trap af zetten. „Is de koffie al klaar?" vroeg ze. Heleen knikte. „Al koud, bedoel je", zei.ze. „Waar bleef je zo lang?" Ze draaide het gas hoger. „Boven", kwam Simone. „Mag ik? U moet niet denken dat ik de hele dag beneden ga zitten nu oma er is". Ze keek uitdagend. Heleen zuchtte onhoorbaar. „Waarom doe je zo?" vroeg ze zacht. „Simone, toe, het "Vrede op aarde" geldt óók voor de alledaagse dingen". Simone ging de kamer in. Heleen vouwde haar handen. Ze wist dat ze het niet alleen kon, Simone was de laatste tijd, zo, zo... Ze kon het geen naam geven. En nu, met oma... Misschien hadden ze oma beter niet uit kunnen nodigen.

Ze ging de kamer weer in. „Nee", hoorde ze oma zeggen, „nee Simone, dat zie je écht verkeerd". Ze keek snel naar het oude gezicht. Er lag een blijde glans op. Simone bestudeerde de vloerbedekking. Ze mompelde iets. „Nee", zei oma weer, „je ziet het niet goed. Natuurlijk zijn deze dagen donker -'t is nu eenmaal wintermaar voor de Kerk, de Kerk met een hoofdletter, werd het juist in deze dagen Licht!" Ze glimlachte warm. Simones hoofd schoot omhoog. „Voor de Kerk, ja", kwam ze, „maar voor ons...". Ze haalde haar schouders op.

Oma keek haar kleindochter recht aan. „Ik hóóp dat het Wonder van Kerst ook voor jóü een Wonder wordt", zei ze zacht. „Dan, Simone, dan wordt het Licht in de duisternis van jouw leven. O kind, wat zou het gróót zijn!"

Er begon iets te trillen in Heleen. Harmens moeder, die vaak zo stil en terneergeslagen was, zei dit...! Een diepe vrede kwam in haar. Het was góéd, dat oma op het Kerstfeest hun gast zou zijn. Ada Verrips