Digibron.nl

Iedereen zal van honger omkomen"

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: maandag 19 maart 1990
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 5 (Buitenland)

PIATE — De val van de militaire dictatuur in Haïti, die in de eilandstaat met algemene vreugde is verwelkomd, was in het bergdorpje Plate aanleiding voor een gewelddadige botsing over grond. Toen de strijd was gestreden, waren er acht doden en was het dorp veranderd in een geblakerd veld met rokende resten en karkassen van afgemaakt vee.

„Ze hebben al onze huizen verbrand en al ons vee gedood", zegt de 90-jarige Innocent Jeunes. „Nu hebben we niets meer. Onze kinderen zullen van de honger omkomen".

Enkele uren nadat de militaire leider Prosper Avril vorige week maandag uit Haïti was weggevlucht, togen de boeren van Piate naar een stuk vruchtbaar land van enkele honderden hectaren dat hun naar eigen zeggen tien jaar geleden, onder de toemalige dictator Jean-Claude "Baby Doe" Duvalier, was afgenomen door de grootgrondbezitter Olivier Nadal.

Gevechten

Pachters van de in Fort-au-Prince wonende Nadal joegen hen echter van de grond weg. Toen de plaatselijke sheriff en zijn assistent de boeren later kwamen waarschuwen van het land weg te blijven en tijdens een verhitte discussie een van hen doodschoten, werden zij zelf door de dorpsbewoners met hakmessen afgemaakt.

Na de moord op de politiefunctionarissen togen de pachters naar het dorp, doodden vijf boeren en vrijwel de gehele veestapel en staken meer dan 300 hutten in brand.

Nadal verdedigt zijn rechten op de omstreden grond en verklaart dat dergelijke dingen kunnen gebeuren „als de ene groep burgers voortdurend tegen de andere wordt opgezet". Sinds Duvalier in 1986 naar Frankrijk vluchtte, zijn meer gevechten gevoerd om landrechten.

Voorbode

Onder de bescherming van dictator Frangois Duvalier ("Papa Doe") en zijn zoon Jean-Claude hebben de "Grands Dons", de grootgrondbezitters, zich vruchtbare landerijen toegeëigend en de boeren van het land verdreven. In juli 1987, toen overal in Haïti werd betoogd tegen het militaire bewind van Henri Namphy, werden in de noordwestelijke plaats Jean Rabel meer dan 300 boeren om het leven gebracht door pachters in dienst van grootgrondbezitters. Ook deze boeren hadden zich erover beklaagd dat zij door de grootgrondbezitter van het enige vruchtbare land in de omgeving waren verjaagd.

Jean-André Victor, een agronoom die enkele boeken heeft geschreven over de landgeschillen in Haïti, stelt dat het geweld in Piate de voorbode is van andere, onvermijdelijke botsingen, omdat de geschillen al te lang hebben voortgesudderd. Ondanks hun eigen armetierige bestaan zijn de pachters geneigd de belangen van hun bazen te verdedigen tegen de landloze boeren, zegt hij.

Jeune, die een familie van dertig personen moet onderhouden, meent dat de dorpsgemeenschap wettelijk recht kan doen gelden op het land. Hij beweert dat de dorpelingen in 1986 naar de rechter waren gestapt, maar dat Nadal had geweigerd te verschijnen. „Wij bezetten ons eigen land, en de politie komt en schiet ons dood", zei hij. „Dat is gerechtigheid in Haïti".

Hoop

De dorpelingen hopen dat de nieuwe voorlopige burgerregering van Ertha Pascal-Trouillot, de eerste vrouwelijke president van Haïti, de zaak in orde zal maken. „Zij is een moeder. Zij zal ons helpen, omdat onze kinderen nu geen huis meer hebben. Zij moet ons land terugpakken", hoopt de 51-jarige Angélique Auguste.

Ongeveer twaalf kilometer bergafwaarts, waar de dorpsweg uitkomt op de grote noord-zuidweg, staan twee vrachtwagens met soldaten die de pachters en hun familieleden ,op het hart drukken de boeren voortaan met rust te laten. „Jullie moeten ophouden met moorden en vernielen, en leren met je buren overweg te kunnen", waarschuwt luitenant Romain Oxonne. „Geen ordeloosheid meer. Het is nu democratie en we moeten mevrouw de president helpen".