Digibron.nl

Noodverband

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: vrijdag 6 december 1991
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 15 (Onbekend)

„Het gevolg is dat mensen te kort wordt gedaan. Ze voelen zich achtergesteld, verwaarloosd. Het zijn steeds de hardste schreeuwers die de meeste zorg krijgen. „Weet je wat? Ik ga ook hard schreeuwen, emotioneel doen, agressief doen. Dan komen ze ook bij mij". Zo wordt het agressie-niveau op zo'n afdeling steeds hoger. Het wordt steeds spannender.

Dat vraagt extra personeel, dat onttrokken moet worclen aan een andere afdeling, waarna hetzelfde proces zich daar gaat herhalen. Zo houdt de psychiatrie de zaken bij elkaar, aldoor noodverbanden leggend. Hulpverleners haken dan af. Het personeelsbestand binnen een psychiatrisch ziekenhuis vervangt zichzelf op deze manier eens in de vijf jaar. Dan krijg je parttimers, invalkrachten, jonge snuiters van zeventien jaar, die het goed bedoelen maar het vak nog moeten leren, of een stagière die even binnen komt waaien.

Dat is voor de patiënt ontmoedigend en funest. Verpleger A zegt: „Jongen, je moet vroeg opstaan". En de volgende dag zegt verpleger B: „Goed uitslapen, meneer Jansen!" Dan zegt de patiënt: „Nou weet ik het ook niet meer", of: „Ik loop weg, of: Ze zoeken het maar uit".

Dan is er nog het probleem van de hoeveelheid bedden. We zeggen tegenwoordig: „Je moet mensen niet meer zo lang op een bed neerleggen, want daar worden ze almaar beroerder van. Je moet mensen overplaatsen naar bij voorbeeld een beschermde woonvorm". Welnu, het aantal bedden gaat omlaag, maar het aantal plaatsen in beschermde woonvormen is daarmee niet evenredig gestegen. Dus dat loopt vast. De psychiatrie barst, om het zo te zeggen, uit