Digibron.nl

Ter overweging

Bron: Ambtelijk Contact
Datum: donderdag 1 september 1988
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 13

Dr. O. Noordmans, Verzamelde werken. Deel 6. De kerk en het leven. 659 blz. f. 87,50. Kampen 1986. Een voornaam uitgegeven bundel werk van Noordmans. Hier treft men de bekende bundels over de liturgie aan; ook de artikelen van Noordmans’ gespreksgenoten of tegenstanders. Verder: de Oecumene en Ethiek en een aantal boeiende besprekingen van toen verschenen handboeken. Tenslotte: Staat en Cultuur. In beide laatste rubrieken vooral lezingen, korte artikelen en nota’s. Men verbaast zich erover welk een uitgebreid gebied Noordmans kende en met zijn lezingen besloeg! Zeer breed en toch de kern steeds weer rakende. De vele noten geven goede toelichting. Hier en daar zou meer genoemd kunnen zijn. Bijvoorbeeld de dissertatie van G.C. de Kruijff over Miskotte met het oog op informatie over Van der Leeuw en die van J.H. Blom over de opstand van de Zeven Provinciën.

Dit deel heeft een waardige plaats in de serie en bevat centrale geschriften uit Noordmans oeuvre.

Dr. T. Brienen, De liturgie bij Johannes Calvijn. Zijn publikaties en zijn visies. 279 blz. f. 49,75. Uitg. Goudriaan, Kampen 1987.

Dit boek is een gelukwens aan de schrijver waard. Laat ik met die gelukwens mogen beginnen. Het is de poging en de pretentie om een samenvattend overzicht te geven van de liturgie bij Johannes Calvijn. De schrijver behandelt Calvijns liturgische publikaties in hun historische context; en vervolgens de liturgische visies van Calvijn in hun contemporaire context. Dit maakt de indruk van een verschillende aanpak. Ik kreeg echter steeds meer de indruk dat „historisch” uit deel 1 en „contemporain” uit deel 2 zoal niet samenvallen dan toch op zijn minst elkaar overlappen. Men vindt in de beide delen nogal eens dezelfde gegevens vermeld of besproken; dikwijls wordt naar het eerder besprokene verwezen, maar niet via een bladzijde, maar via de indeling in (vierdelige) subparafrasen. Men kan alleen door middel van raadpleging van de inhoudsopgave de bladzijde vinden waar men dan moet wezen. Een omslachtige weg.

Er is veel goeds van dit boek te zeggen. Calvijns liturgische visies en de uitvoering in de praktijk komen helder naar voren. Ik wijs ook op het uitleidend en samenvattend deel, waarin de invloed van Calvijns liturgie en de waardering door de schrijver wordt gegeven.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de eenheid van Woord-en sacramentsbediening overtrokken wordt. Als Calvijn deze zo principieel vond, zou hij zich niet zijn verdere leven met een compromis tevreden hebben kunnen stellen. Naar mijn gedachte heeft de preekdienst (de z.g. pronaus) een veel sterker invloed uitgeoefend op de Zuidduitse en Noordzwitserse Reformatie dan de schrijver in rekening brengt. De plaats van de belijdenis der zonden moet ook tegen die achtergrond gezien worden. Noordmans’ visie op de liturgie van de Reformatie, met name op die van Calvijn (zie zijn Verzameld Werk deel 6) had meer besproken moeten worden dan in de nu gegeven twee citaten gebeurt. Het is hier niet de plaats daar dieper op in te gaan. Elders zou ook breder gewezen moeten worden op de merkwaardige manier van citeren. Sommige citaten van Calvijn worden uit het Frans vertaald, andere niet. Hier zit iets onevenwichtigs in. De oorspronkelijke tekst had beter in de noten geplaatst kunnen worden. Dit boek heeft mij verrijkt, zonder dat het mij op elk punt heeft overtuigd. De lezer neme het zelf ter hand.

Dr. M. Ruppert, Het Rijk Gods en de wereld. Over de verhouding tussen het Rijk Gods en de wereld naar aanleiding van Luthers onderscheiding van het eeuwige Rijk van God en Gods tijdelijke wereldlijke regiment. 342 blz. f. 45,-. Kampen 1987.

De schrijver is bekend om zijn werk bij het CNV, bij de Raad van State en om zijn belangstelling voor met name Luther en de doorwerking van diens theologie. In 1983 schreef hij een waardevol boek over Het Rijk Gods en de wereld, uitgaande van Luther en doorgaand tot in onze tijd. Na een historische achtergrondtekening worden de geschriften van Luther met betrekking tot het thema besproken. Het zijn er niet minder dan vijftien. Uit Luthers geschriften worden uitvoerige stukken weergegeven. Ook Luthers liederen en brieven worden besproken. Mij lijkt de voorlopige slotsom, waarbij de conclusie in acht punten wordt neergelegd, inzichtgevend voor de kennis van Luthers theologie en voor heel zijn optreden. Dit alles beslaat precies de helft van het boek. De tweede helft handelt over wat er met Luthers tweerijkenleer in de geschiedenis is gebeurd. Op blz. 174–176 wordt de kritiek van Kuyper op Luther weerlegd. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit boek mede daarom geschreven is, als een ereplicht van deze Lutherse eredoctor jegens Luther en jegens de VU. Het verhaal - zo mag ik dit boek met brede citaten en veel informatie over personen en feiten wel noemen - gaat verder. De schrijver tekent de interpretatie gegeven door tal van lutherse en gereformeerde theologen. Aan het slot komt Kuitert ter sprake. Naar mijn gedachte verdisconteert de auteur niet de radicale scheiding tussen de twee rijken bij Kuitert. In diens wereldrijk is niets meer van Luther te herkennen.

Het slothoofdstuk maakt de balans op en trekt praktische lijnen, voorzichtig en toch duidelijk. Tussen Kuyper en Barth, om zo te zeggen, ziet hij de lijn van Luthers leven. Op deze lijn weet hij zich in de buurt van Dooyeweerd, maar verder verwijderd van diens leerlingen.

Het is een rijk boek, dat dr. Ruppert ons gaf. Een boek dat geweldig veel samenvat, ook veel inzicht geeft in de posities van anderen en hun achtergrond. Een boek dat iets heeft van een bronnenboek. Het is uit de discussie over Luther en zijn tweerijkenleer niet meer weg te denken.

Dr. J. van Bruggen, Christus op aarde. Zijn levensbeschrijving door leerlingen en tijdgenoten. 287 blz. f. 49,50. Kampen 1987.

Dit is de eerste uit een nieuwe serie „Commentaar op het Nieuwe Testament”. Prof. Van Bruggen vormt de redactie. De nieuwe opzet brengt mee dat er nu in afdelingen wordt gewerkt. Dit boek behoort bij de afdeling Evangeliën. Het gaat vooral in op de levensgang van Jezus.

Het boek dient als inleiding tot de evangeliën en als overzicht van Jezus’ levensgeschiedenis in Palestina. Het is de bedoeling dat er een vervolgdeel aan Christus’ leer wordt gewijd. Deze opzet brengt mee dat het boek geen commentaar is in de gewone zin van het woord. Het geeft de geschiedenis van Jezus’ leven op aarde, belicht door de verschillende evangelisten. We kunnen zeggen: historia sacra en historia revelationis, waarbij tegelijk allerlei exegetische problemen en ook allerlei vraagstukken uit de canoniek worden behandeld.

Het is een knap boek, dat respect verdient, omdat het niet alleen uitgaat van de Schrift als het Woord van God, maar omdat het dat uitgangspunt ook waar maakt. Ik vraag me wel af of de opzet niet te zeer een melange is van verschillende benaderingen dan dat men dit een commentaar kan noemen. Een andere vraag is of men voldoende recht doet aan het openbaringskarakter als men van Christus’ levensbeschrijving spreekt. Ik stel deze vraag nadat ik met nadruk gewezen heb op het uitgangspunt van de schrijver. Hij weet een aantal problemen die bijna onoplosbaar schenen, op te lossen. Ik heb er waardering voor, maar vraag me af of het zo verder kan als het over het evangelie naar Johannes en de verschillende brieven gaat. Dit is meer een uitgave met een niet-tekstgebonden toelichting dan een commentaar.

Dr. E.J. Beker en dr. J.M. Hasselaar, Wegen en kruispunten in de dogmatiek. Deel 4, over de Heilige Geest en de sacramenten. 243 blz. Kampen 1987.

Dit is het vierde - en nog niet laatste - deel in een dogmatiek, die probeert Calvijn en Barth, het klassiek geworden handboek van Heppe en hedendaagse theologische concepties van bevrijdingstheologie te combineren. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat het geen allegaartje wordt.

Wel mag gezegd worden dat Barth het meestal wint van Calvijn. Dit niet in het minst op het punt van Barths sacramentenleer. Karel Barth en zijn zoon Markus Barth zijn wel kroongetuigen in deze dogmatiek. Toch worden ook aan Barth kritische vragen gesteld. De grondstelling van het boek dat de goedheid van de schepping gegeven is met de bestemdheid voor de openbaring van Jezus Christus in heerlijkheid (vooral blz. 85) doet mij de schepping te direct op de genade betrokken zijn (zie ook blz. 41 ). Dit heeft ingrijpende consequenties voor de ethiek (vooral blz. 83).

Hoewel ik mij in veel niet kan vinden, is dit boek boeiend als een dogmatiek in dialoog. Dat Calvijn niet bij voorbaat buiten het gezichtsveld valt, vind ik te waarderen.

Dr. M.J.Mulder e.g., Bijbels Handboek. Het Nieuwe Testament. 677 blz. f. 110,—. Kampen 1987. De vierde en laatste band van de nieuwe editie van het Bijbels handboek. Het is even doorwrocht als de vorige delen. De geschiedenis en godsdienst van het Palestijnse jodendom, van de eerste gemeente tot het eind van de eerste eeuw worden behandeld. Daarnaast de literatuur en de geschriften van het Nieuwe Testament. In dit hoofdstuk vinden we niet minder dan negen bijdragen over onderscheiden brieven van het Nieuwe Testament van wijlen prof. Versteeg. Doorwrochte studies, die van belezenheid en een evenwichtig oordeel getuigen. Ik reken deze bijdragen met die van Herman Ridderbos over Jezus van Nazareth tot de belangrijkste van dit boek. Het is jammer dat in verscheidene andere bijdragen de historisch-kritische methode wordt gehanteerd en in het laatste stuk voluit gelegitimeerd! Ik meen dat hier de zwakte van dit boek ligt. Overigens is het een studieboek van hoog niveau. Men moet kritisch kunnen lezen om het met vrucht te gebruiken.

Dr. H. Ridderbos, Het evangelie naar Johannes. Deel 1, 439 blz. f. 75,—. Kampen 1975.

De emeritusvan Kampen heeft zich na zijn publikaties over de evangeliën en de brieven van Paulus, nu gericht op het evangelie naar Johannes! Reeds lang was bekend dat dit terrein nu zijn aandacht heeft. In dit eerste deel vinden we een doorwrocht commentaar op de eerste tien hoofdstukken. Ik waardeer het dat zo duidelijk Jezus’ zelfgetuigenis naar voren wordt gehaald. In tegenstelling tot de neiging van velen om de „theologie van Johannes” of het oordeel van de gemeente over Jezus te zien als bepalend voor dit evangelie, wordt hier de nadruk gelegd op het feit dat Johannes apostolisch getuige is van wat hij van Jezus heeft gezien en gehoord; met een eigen accent vergeleken met de andere evangelisten, maar niet minder betrouwbaar. Deskundigheid kenmerkt dit commentaar. Deskundigheid manifesteert zich ook in de ingehouden manier van verwijzen naar en citeren van andere auteurs. Het is een boek speciaal voor predikanten. Het zal velen goede diensten bewijzen bij het maken van hun preken. Wie Bultmann raadpleegt, mag Ridderbos niet ongelezen laten. Op onderdelen kan men van mening verschillen. De strekking van dit commentaar spreekt ons toe en verdient waardering.

Dr. W. Verboom, Kinderen van het licht. Enkele gedachten uit de eerste brief van Paulus aan de gemeente te Thessalonica. 62 blz. Amsterdam 1987.

Dit boekje bevat een eenvoudige, heldere bespreking van de eerste brief aan de Thessalonicenzen. De verschillende gedeelten komen met titels aan de orde! Elk hoofdstuk is onderverdeeld doordat van kopjes is gebruik gemaakt. De uitleg heeft steeds een praktische spits. Het zijn geen preken, al zou het boekje wel op preken terug kunnen gaan. Men zie de driedeling in hoofdstuk 3 rond de voorbereiding, viering en dankzegging voor het Avondmaal, meditatie en gesprek. Beide zijn met die op de praktijk toegespitste bijbeluitleg gediend.

H. Woldring, Als alles politiek is — Politieke mondigheid en grootmondigheid van de kerk. 93 blz. f. 14,90. Kampen 1987.

De schrijver is hoogleraar in de politieke filosofie aan de VU. Hij heeft het bekende boek van Kuitert (Alles is politiek, politiek is niet alles) onder de loep genomen. In een breedvoerige analyse wordt Kuiterts boek besproken, geprezen èn afgewezen. Naar het oordeel van de schrijver is het goed mogelijk dat de kerk in de verkondiging duidelijk en argumenterend over politiek spreekt (62), al is tevoren gezegd dat de verkondiging doorgaans ongeschikt is voor een deskundige en evenwichtige behandeling van concrete politieke en maatschappelijke problemen (61). De oplossing van deze tegenstelling ligt hierin dat de kerk aan de conditie behoort te voldoen dat zij op grond van een