Digibron.nl

Soort komt niet altijd bij soort terecht

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: zaterdag 14 september 1991
Auteur: Alice de Jong
Pagina: 25 (Onbekend)

Gezocht: rustig woonportiek, zonder geluidsoverlast van huisdieren en kinderen. Aangeboden: rustige jongeman die alleen op woensdagavond trompet speelt. Over een dergelijk verzoek kunnen woningbouwcorporaties in Den Haag zich binnenkort buigen als hier een experiment van start gaat om bij woningtoewijzing rekening te houden met woonstijlen. Al mag het nooit een kwestie worden van „stop alle asocialen bij elkaar", waarschuwt een onderzoekster.

Woningbouwcorporaties in Den Haag beslissen deze maand of mensen zelf aan kunnen geven naast wie ze willen wonen en waar ze beslist geen last van willen hebben. Bovendien kunnen woningzoekenden hun eigen-aardigheden op papier zetten. Corporaties kunnen hier dan bij woningtoewijzing rekening mee houden. Mensen die geen spelende kinderen in het trappenhuis willen, kunnen voor een 'kinderloze' portiek kiezen. Alleen als de kleinkinderen van de bovenburen op bezoek komen, moeten ze dat maar voor lief nemen.

Wensen

Het blijven overigens wensen; soort kan niet altijd bij soort worden gestopt en soort wil ook niet altijd bij soort in een portiek huizen. Sommige ouderen vinden het juist prima als ze bij verschillende jonge gezinnen in één portiek terechtkomen. Het brengt voor hen juist leven in de brouwerij.

Voordat de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting echter met dit idee aan de gang gaat, wilden ze weten of er behoefte aan was. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit in Utrecht deden hiervoor onderzoek naar woonstijlen in de naoorlogse wijk Bouwlust in Den Haag. Deze portiekwoningen worden de laatste jaren steeds meer bevolkt door mensen die vanwege stadsvernieuwing uit andere wijken, zoals de Schilderwijk, naar Bouwlust verhuizen. Soms tijdelijk, om na de opknapbeurt weer in hun oude onderkomen terug te keren, maar anderen blijven er ook hangen. Dit vaak tot ongenoegen van de oude bewoners, die nu zeggen dat „het hier vroeger zo'n nette buurt was, maar na de komst van die Schilderswijkers is alles veranderd". De huizen in Bouwlust zijn niet riant te noemen, maar ze zijn goedkoop en daarom voor veel mensen aantrekkelijk. Een wijk waarvan er tien in een dozijn gaan. Vier hoog, zonder lift, weinig woonruimte, maar wel een breed opgezette wijk, met veel groen en goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Juist de geluidsoverlast is voor velen een bron van ergernis. In portiekwoningen zit je nu eenmaal zo op eikaars lip, dat het wenselijk is dat iedereen daar rekening mee houdt. Dat de buurvrouw boven je hoofd met haar naaldhakken over het parket klik-klakt is nog tot daar aan toe, maar dat de buurkinderen gillend en krijsend indiaantje in het portiek spelen wordt al te gek.

Frustraties

Bij het uitgebreide buurtonderzoek kwamen veel frustraties boven. Men zit er niet op te wachten om letterlijk een woordenwisseling bij de buren te kunnen verstaan. Voor velen zijn echter zelfs loopgeluiden en het geluid van deuren al te veel van het goede. Menigeen lucht zijn hart over de harde muziek bij de buren en het lawaai van de kinderen op de trap. Vooral bij dat laatste blijkt het nogal eens te botsen tussen ouderen en jonge gezinnen. In een portiek wordt zelfs beweerd dat een jonge vrouw met drie kinderen er niet welkom is. Een van de ouderen geeft hier tegengas. Ze ergert zich aan het geklaag van de anderen en vindt dat de anderen vergeten dat ze zelf ook jong zijn geweest. Veel bewoners gaan uit van stilzwij,y/at de een netjes vindt, noemt de ander een grote bende". Foto RD gende afspraken, heeft onderzoekster drs. Ingrid Starmans gemerkt. Pas als het fout gaat, gaan de stekels overeind. In het gunstigste geval wordt de medebewoner vriendelijk terechtgewezen. In het ongunstigste geval volgen scheldpartijen, dreigt men met de politie en zit men elkaar op allerlei mogehjke manieren dwars. Waar niet meer gepraat wordt, blijken briefjes het goed te doen. Hierop wordt een bewoner bij voorbeeld vriendelijk verzocht de radio eindelijk eens wat zachter te zetten. Geeft hij geen gehoor, dan volgen tegenmaatregelen. Dat betekent dat de radio van de benadeelde ook keihard door de flat knettert. De psychologische oorlogsvoering is ingezet.'

Asocialen

„De buurt gaat hard achteruit", is de mening van verschillende mensen die aan het onderzoek hebben meegedaan. „De gemeente stopt er van alles in, ook asocialen. Dat botst. Vroeger werkten de mensen, was het gezelliger, verdraagzamer, rustiger en schoner". Het contact in één portiek is zodanig verslechterd, dat er over problemen niet meer gepraat kan worden. Voor het minste of geringste wordt de beheerder of politie erbij gehaald.

Waar de contacten beter zijn, groet men elkaar, helpt men bij ziekte, of doet men klusjes voor die en gene en komt men ook bij elkaar over de vloer. Veel mensen zijn echter bang voor al te nauwe contacten, „omdat daar toch maar geroddel van komt".

Het onderzoek geeft ook aan hoe woningcorporaties beter in kunnen spelen op de woonwensen en zo veel klaagzangen over burenoverlast kunnen voorkomen. Mensen zouden in het vervolg zelf aan kunnen geven hoe ze willen wonen en wat ze van een ander verwachten, legt Ingrid Starmans uit. „Het grote probleem blijft natuurlijk altijd dat wat de een netjes vindt de ander al een bende noemt. Het blijft relatief, maar toch kan een inventarisatie van woonwensen voor een betere woonruimteverdeling zorgen".

Geen betutteling

„Het moet zeker geen betutteling worden", vindt Ingrid. „Mensen moeten juist aan kunnen geven wat ze zelf willen, zonder dat ze soms vrij willekeurig door een gemeente of woningbouwvereniging in een bepaald huis gestopt worden".

Dan blijft er natuurlijk nog de categorie buren die niemand graag naast zich zou wensen. „De toewijzing blijft altijd een probleem. Je kunt een probleemgezin bij voorbeeld een hoekhuis geven, zodat er zo weinig mogelijk mensen last van hebben, maar niemand zit op buren te wachten die met niemand rekening houden en alle fatsoensregels aan hun laars lappen".