Digibron.nl

Ds. Gezelle Meerburg De boeteprediker van het land van Altena

Bron: Bewaar het pand
Datum: donderdag 26 mei 1966
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 3

4.

We kunnen wel zeggen, dat in het gehele land van Altena een opmerkelijk grote drang in die tijd naar de levende verkondiging van het Woord Gods gevonden werd. Daarbij kan ook genomen worden het land van Heusden, dat direkt aansluit aan het land van Altena, meer naar het oosten en zuiden.

In dit gebied van Noord-brabant heeft de Heere vóór en na de komst van Gezelle Meerburg Zijn Goddelijke leiding bijzonder laten zien.

Vóór en ná zijn komst Goddelijke leiding! Immers Gezelle Meerburg is niet de eerste en enige predikant in de streek hierboven vermeld, die de keus in zijn hart mag hebben om naar de rechte leer te arbeiden. Vanuit Almkerk naar het Z-O komt men in het land van Heusden, waar in die tijd in het kerkje van Doeveren ’s zondags Ds. H. P. Scholte preekte. Vandaag zult u dit kerkje niet meer kunnen vinden. Door oorlogsgeweld is het verdwenen.

Echter ongeveer een half jaar vóór Gezelle Meerburgs intrede deed, had daar zich verbonden aan zijn gemeente deze Scholte, reeds als studievriend van Meerburg vermeld. Door zijn buitengewone gaven, vooral in het preken, en zijn verbondenheid aan de waarheid had hij ook de liefde van het eenvoudige volk.

Naar het oosten aan de Maas — weer vanuit Almkerk gerekend — in Veen, was in diezelfde tijd werkzaam als predikant J. van Rhee. Hij is ongeveer een half jaar na de komst van Gezelle Meerburg in die plaats gekomen. Ook hij brengt de zuivere waarheid. En we weten het van de vijanden van die waarheid, dat hij een gezocht predikant was bij het volk, dat de waarheid beminde.

Immers, in één van de brieven van hen, die de getrouwe predikers tot en met vervolgd hebben, heet het: „Des morgens om half negen is de kerk te Veen tot stikkens toe vol en dan omringen nog honderden de kerk. Uit alle oorden stroomt men naar hem toe, want dat is de ware leraar......”

Zo’n getuigenis van een tegenstander, die dit uiteraard niet verdragen kan, spreekt wel voor zichzelf.

Het is dan ook te begrijpen, dat er blijdschap was bij de kinderen Gods in het land van Heusden en Altena, dat de Heere drie zulke predikanten gegeven had.

’t Is niet zonder opzet, dat we hier spreken van Goddelijke leiding. Voor ons is in dit verband deze leiding n.l. het belangrijkst. Een leiding, die ervoor gezorgd heeft, dat de zuivere bediening van Gods Woord op zoveel plaatsen in het land van Heusden en Altena gebracht is. Een leiding, die ook grote betekenis heeft gehad voor de arbeid en prediking van Gezelle Meerburg.

Wij voor ons weten wel, dat het noemen van de namen van de twee andere predikers in het land van Heusden en Altena niet alleen gedachten van verbondenheid oproept.

Scholte valt in veel te waarderen. Door het scherp inzicht stond hij boven veel anderen. Helaas is door zijn drijven in later tijd veel bedorven en kunnen we zeker niet staan achter zijn gedachten over de kerk en het geloof. We gaan er hier niet breed op in.

Voor Van Rhee geldt dit nog in een ander opzicht. Reeds spoedig kwam hij openbaar in een afwijkend leven.

Maar God gebruikte zijn Woord en heeft dat ook gedaan in die dagen. Gezelle Meerburg zag ook niet in de eerste plaats op mensen, maar op de waarheid van Gods Woord. Daarom heeft hij zich altijd verbonden gevoeld aan Scholte in de strijd, hoewel hij in veel opzichten toch anders geweest is als Scholte. Heeft hij dan niet de gebreken van Scholte gezien? ’t Lijkt ons, dat zijn zachtmoedigheid hier een woord meespreekt. En zal ook het leven van Gezelle Meerburg in de vreze des Heeren, dat het voor zichzelf nauw nam en niet vlug over de gebreken van een ander oordeelde, niet van invloed geweest zijn?

Ten aanzien van J. van Rhee zouden we willen opmerken, dat dergelijke vergissingen in personen in tijden van strijd meer gevonden worden. Dan wordt vaak meer op de zaak dan op de persoon gelet. Wie zal daar veel van zeggen? Trouwens, later heeft Gezelle Meerburg met de anderen nietgezien op de moeiten, die een schorsing en afzetting met zich meebrachten, ’t was nog midden in de moeilijke tijd, in 1836, maar gelet op de eisen van Gods Woord.