Digibron.nl

Suïcide onder jongeren R'dam belangrijkste doodsoorzaak

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: donderdag 25 juli 1991
Auteur: A. M. Alblas
Pagina: 20 (In de Regio)

ROTTERDAM - In 1985 deden 334 Rotterdammers een poging tot zelfdoding (suïcide). In 1989 is een geleidelijke afname te constateren tot 228 personen. Onder hen komen meer vrouwen voor dan mannen. Het hoogste aantal pogingen tot zelfdoding vindt plaats in de leeftijdscategorie 35 tot 54 jaar. In de leeftijdsgroep van 20 tot 34 jaar is zelfdoding zelfs de belangrijkste doodsoorzaak. Dat is een van de resultaten van een epidemiologisch onderzoek dat is verricht door de GGD-Rotterdam.

Ruim een op de honderd Nederlanders overleed in 1988 aan zelfdoding. Dat is meer dan de sterfte ten gevolge van bij voorbeeld ongevallen, leukemie of chronische leveraandoeningen. In de grote steden ligt het sterftecijfer hoger dan het landelijk gemiddelde. Amsterdam scoort het hoogst. Dat wordt toegeschreven aan het feit dat de hoofdstad een naar verhouding groot aantal drugsverslaafden herbergt. Dan volgen eerst nog Den Haag en Utrecht. In Utrecht is sprake van een oververtegenwoordiging in de bevolking van de groep studenten. Waarom Den Haag nog voor Rotterdam komt, is niet duidelijk.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft kort geleden als doelstelling in de Health For All-nota aangegeven dat in het jaar 2000 de stijgende trend in zelfdoding gekeerd moet zijn. Mede om die reden startte de Rotterdamse GGD een onderzoek naar een antwoord op de vraag wat de omvang van de suïcideproblematiek in Rotterdam in verhouding tot Nederland en de andere drie grote steden is.

Afname

Landelijk gezien is er vanaf de jaren zeventig een geleidelijke stijging van de sterfte ten gevolge van zelfdoding te constateren. Van 1980 tot 1984 was er sprake van een sterke toename. In sommige regio's wordt zelfs van een verdubbeling gesproken. Vanaf 1985 is weer een geleidelijke afname te zien. Dat is een landelijke en zelfs internationale ontwikkeling, waarbij vooral algemene, sociaal-economische factoren een rol lijken te spelen. De GGD leidt een afname van het aantal zelfdodingspogingen ook af uit de registratie van de ambulanceritten in Rotterdam en omgeving door de Centrale Post Ambulancevervoer (CPA). Het aantal van 334 ritten in 1985 is in de jaren daarna geleidelijk gedaald naar 240 ambulanceritten naar aanleiding van een zelfdodingspoging in 1989.

Op basis van deze CF A-registratie blijkt dat meer vrouwen dan mannen een zelfdodingspoging ondernemen. Mannen maken vaker gebruik van 'hardere' methoden, zoals het doorsnijden van de polsen en het van een flat af springen. Verder blijkt 6 procent van de suïcidepogers meer dan één keer naar een ziekenhuis te worden vervoerd en vindt de helft van deze recidive pogingen binnen een halfjaar en driekwart binnen één jaar plaats.

Uit het onderzoek is voorts gebleken dat er na Rotterdam met name in Capelle aan den IJssel, meer dan in de overige schilgemeenten, sprake is van een verhoogde zelfdodingsproblematiek.

Registratie verfijnen

Uit het door de Rotterdamse GGD verrichte onderzoek blijkt verder dat er bijzondere groepen en deelgebieden van de stad nadere aandacht vragen. Naast de vrouwen in een jonge leeftijdscategorie vormen de drugsverslaafden een bijzondere risicogroep. Daarnaast is er in een aantal wijken (Centraal Station, Delfshaven, Crooswijk, Feijenoord en Charlois) sprake van meer zelfmoordpogingen dan in andere wijken. De GGD wil daarom in haar beleid en in samenwerking met de direct betrokken zorginstellingen in de regio, de komende jaren extra aandacht schenken aan de zelfdodingsproblematiek bij deze bijzondere groepen en deelgebieden. Zo wil men het systeem van registratie verfijnen. Het liefst zou men een 'suïcideregister' willen aanleggen, aan de hand waarvan de ontwikkeling van het aantal zelfdodingen en pogingen daartoe in kaart worden gebracht, om de effecten van voorzorgsmaatregelen te kunnen evalueren.

In ieder geval gaat men nader onderzoeken of de omvang van het suïcidaal gedrag in bepaalde deelgebieden wordt verklaard door een verhoogde psycho-sociale of psychiatrische problematiek, danwei dat andere factoren een rol spelen. Wel wordt erkend dat de mogelijkheden tot gerichte suïcidepreventie beperkt lijken.