Digibron.nl

Buitenlandse politiek en religieuze factoren

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: vrijdag 2 juli 1976
Auteur: onze redactie buitenland
Pagina: 13 (Onbekend)

Niemand had verwacht dat het verloop van de Amerikaanse voorverkiezingen „de primaries", de broedertwist in het Republikeinse kamp zo zou aanwakkeren als nu het geval is. Integendeel, de verdeeldheid over de kandidatuur Ford of Reagran en de eensgezindheid bij de Democraten overrompelt Amerika. Daarom is het zinvol nu de primaries achter de rug zijn en ook de conventies waarop de definitieve kandidaten gekozen zullen worden, een korte inventaris op te maken.

Amerikaanse verkiezingen

Een van de zaken waartoe de huidige toestand heeft geleid is wel de nederlaag van het Westen en de Verenigde Staten in Vietnam. Ze heeft aan. het licht gebracht dat aan het onoverwinnelijke van „God's own country" paal en perk is gesteld. Het superioriteitsgevoel, niet het minst gevoed door de afloop van de Tweede Wereldoorlog kreeg een schok. De gevolgen bleven niet uit. Steeds luider werden de stemmen die een terugkeer tot het zo beruchte isolationisme" bepleitten. Vandaag ziet Amerika zich bij zijn presidentsverkiezingen weer geconfronteerd met het dreigende verlies van een werelddeel.

Zuidelijk Afrika

De worsteling in Zuidelijk Afrika hangt als een schaduw over de te volgen koers. In tegenstelling tof 1972 toen de Verenigde Staten intensief gewikkeld waren in de strijd in Vietnam is nu geen sprake van militair ingrijpen. Integendeel, Afrika zo lang uit het zicht van Washingrton gebleven, wordt gestuwd naar een oplossing die het zelfstandig moet vinden. Althans dat is het doel.

Het optreden van de Cubanen in Angola heeft echter een streep door die opzet gehaald. Weer zijn de Verenigde Staten voor een Russische stap geplaatst die Kissinger tot handelen dwong. De nieuwe politieke koers door Kissinger in Loesaka uitgezet moet op deze Russische stap het antwoord geven.

Toch speelt deze buitenlandse politiek in de presidentsverkiezingen een kleinere rol, dan we misschien verwachten. Overigens het is juist om deze nieuwe Afrikapolitiek waarin tot uitdrukking komt de weinig imponerende figuur die de huidige president Gerald Ford is. In de nieuwe Afrikapolitiek die Kissinger in Loesaka ten doop hield, is financiële hulp voorzien aan de landen, die in de frontlijn liggen. Zambia krijgt het leeuweaandeel van de 76 miljoen dollar die uitgetrokken wordt. Een derde van deze hulp wordt langs allerlei administratieve sluipwegen ter beschikking gesteld van het Frelimobewind in Mozambique, dat door de blokkade van Rhodesië hard getroffen wordt.

Toch vermijdt Ford elke publiciteit daaromtrent, zodat zijn rivaal Reagan niet de gelegenheid krijgt zijn dubbelzinnige politiek tegenover Rhodesië uit te buiten. Immers altijd geldt nog tegenover dit land het z.g. Byrd amendement, waardoor de chroomexport naar de Verenigde Staten ongehinderd kan voortgaan. Anderzijds riskeert Ford niet graag een breuk over Afrika met Kissinger, alhoewel de laatste aan het einde van dit jaar weggaat.

Binnenland

Het is echter juist deze middenpositie die Ford inneemt, die Reagan de gelegenheid heeft gegeven als een ster omhoog te schieten. Op de achtergrond staat echter (en dat is veel meer bepalend voor de nominatie) de strijd tussen twee machtige groepen binnen de Republikeinen. De Republikeinen in het Noordoosten en de industriëlen in het Middenwesten hebben reeds lang een evenwichtssituatie weten te bereiken met het gouvernement, de vakverbonden en opkomende minderheden. Een toestand waarin het behoud van verworven posities gehandhaafd wordt door het ontwijken van het antwoord op de ter discussie staande vragen.

De opkomende Republikeinse krachten in het Zuiden, het Zuidwesten en het Verre Westen in de Verenigde Staten hebben dit stadium bij lange na nog niet bereikt. Integendeel, zij verwerpen de toenemende invloed van de federale regering, de winnende macht van de vakbonden en blijven weigerachtig de macht met de in mate van belangrijkheid toenemende minderheden te delen.

Een rol daarin speelt de geaardheid van de industrie. De staal-, kolen- en automobielindustriën in het Noordoosten zijn sterk arbeidsintensief. Zonder een goede verstandhouding met de vakbonden en de groeiende (zwarte) minderheden kunnen ze niet fimctioneren. De olie- en chemische industrie in het Zuidwesten daarentegen is maar kapitaalsintensief. Ze heeft het gemakkelijker om de rol van de vakbonden en de minderheden terug te dringen.

Nieuw element

In een pogen de weersteind tegen zich in het Zuiden te overwinnen heeft Ford een nieuw element in de verkiezingsstrijd ingebracht. Een element waarmede hij hoopt zowel Reagan als Carter, de kandidaat van de Democraten ten afbreuk te doen. Ford sprak onlangs op het convent van de Zuidelijke Baptisten in Norfolk, Virginia. Hij begaf zich daarmede in het hol van de leeuw. Immers, Carter is in deze nominatie lekepreker en zondagsschoolonderwijzer Reeds eerder bezocht Ford andere religieuze groepen. Hij zelf is de tiende Anglikaanse episcopale president. Onder invloed van zijn zoon, die de predikantenstudie aan een evangelische seminarie volgt, behoren invloedrijke „evangelicals", zoals Billy Zeoli uit Grand Rapids tot de regelmatige bezoekers van het Witte Huis.

Nooit eerder was een president op bezoek bij het Convent van de Zuidelijke Baptisten. Ze vormen met hun 12.7 miljoen leden de grootste en snelstg:roeiende Protestantse geloofsgemeenschap in de Verenigde Staten. Hun 36.000 kerken zijn in alle vijftig staten van Amerika te vinden. Een opmerkelijk detail: de Zuidelijke Baptisten .tellen ongeveer 70.000 zwarten onder hun leden.

Alhoewel de rassensegregatie is afgeschaft is desondanks de scheiding tussen blank en zwart bijzonder groot. Elf miljoen zwarten hebben hun eigen baptistenkerkenl

Nadruk

In zijn toespraak tot deze baptisten legde Ford grote waarde op de handhaving van de christelijke moraal in de samenleving. Afgevaardigden in Huia en Senaat en vertegenwoordigers van de staat hebben het voorbeeld te geven. Hij beklemtoonde dat daarin geen onderscheid gemaakt kan worden tussen het optreden in het openbaar en het privéleven.

Heeft Reagan hierop minder gereageerd. Carter daarentegen vond het vanzelfsprekend de handschoen op te nemen. De laatste zei dat hij elke dag op zijn knieën bidt, en 's avonds voor dat lüj slapen gaat een hoofdstuk uit een — Spaanse — bijbel leest. Reeds eerder in zijn optreden heeft Ronald Reagan Carter openlijk verklaard welke diepe invloed de religie in zijn leven heeft. Hoe ze zijn leven heeft veranderd.

Een grote rol speelt daarin volgens eigen zeggen zijn ervaring na zijn nederlaag bij de gouverneursverkiezingen in Georgia in 1966. In die dagen vond zijn „wedergeboorte" plaats. In tegenstelling tot we zouden verwachten is Carter een felle voorstander van een scheiding van Kerk en Staat. Hij zoekt voor de staatkundige problemen van vandaag geen kerkelijke — lees bijbelse — oplossing. Een van zijn uitspraken laat ons daarover niet in het onzekere. Hij zei: „Ik beoordeel het presidentschap niet als een herdersambtl"

Overigens is zijn religieuze gezindheid niet het enige dat in zijn doen en laten opvalt. Tot verwondering van iedereen is Carter er in geslaagd om ondanks zijn zuidelijke afkomst een goede relatie met de zwarte bevolking van de Verenigde Staten op te bouwen.

Met deze plotselinge ontwaakte belangstelling voor de verborgen religieuze meerderheid van de Amerikaanse-Uezers is het religieuze element weer een "issue" geworden in de openbare meningsvorming. Sedert de dagen van Kennedy in 1960 was dit niet het geval. Betekent het dat de Bijbel aan invloed in de Amerikaanse politiek zal winnen? Het lijkt ons eerder een wensen en een hopen, dan iets dat te verwachten is. Daarvoor zijn de geluiden die vanuit de verkiezingsstrijd van de „States" overwaaien nog steeds te humanistisch getint.'