Digibron.nl

Naardermeer niet langer erwtensoep

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: donderdag 29 augustus 1991
Auteur: K. Pijnappels (ANP)
Pagina: 4 (Regionaal)

NAARDEN - Het water is onwaarschijnlijk helder, zeker voor Nederlandse begrippen. Vanuit de motorvlet is een ware jungle van waterplanten te zien die onder het wateroppervlak groeien. „Ruim twee jaar geleden was het nog erwtensoep", zegt beheerder W. Fokkema met nauwelijks verholen trots. „Toen zaten er nog zoveel algen in dat je helemaal niets kon zien".

Het Naardermeer, ingeklemd tussen Naarden, Bussum en Amsterdam, begint langzamerhand op een echt natuurgebied te lijken. Het 750 hectare grote terrein is eigenlijk een grote watervlakte, gelardeerd met rietvelden, hooilanden en moerasbossen. Mensen die zich te voet een weg door het Naardermeer willen banen komen niet ver, daarvoor is het terrein te zompig. Alleen een boot maakt het mogelijk een kijkje te nemen.

Tot voor kort was het water in het Naardermeer nog sterk verontreinigd met fosfaten en nitraat, een gevolg van overbemesting en wasmiddelen. De zuiveringsinstallatie die in 1984 in gebruik is genomen, heeft een klein wonder verricht. Dagelijks wordt er vers en schoon water vanuit het IJmeer in het gebied gepompt, dat al sinds 1906 eigendom is van Natuurmonumenten in 's-Graveland.

Schrijvertjes

Volgens beheerder Fokkema is de flora en fauna sindsdien aanzfenlijk hersteld. Hij wijst op de kleine luchtbelletjes die snel over het water kriskrassen. „Schrijvertjes zijn een goede graadmeter. Als er te veel fosfaat in het water zit, verlaagt dat de oppervlaktespanning en verdrinken de diertjes onherroepelijk".

Ook het blaasjeskruid heeft weer zijn intrede gedaan in de tochten en plassen van het Naardermeer. Deze vleesetende plant doet zich te goed aan onvoorzichtige insekten en heeft zeer helder water nodig om te kunnen overleven. „Het is heel verwonderlijk, maar dit jaar heeft het blaasjeskruid zich werkelijk explosief uitgebreid". Het heldere water trekt ook roofdieren aan die hun prooi goed moeten kunnen zien om die te kunnen vangen. Vissen als de rietvoorn en de snoek varen er wel bij, maar zelfs de visarend en de otter zouden eventueel weer kans van slagen maken. De arend wordt slechts sporadisch gesignaleerd, wanneer een 'toevallig' exemplaar een bezoekje brengt vanuit de Oostvaardersplassen. Voor de otter is het eigenlijk nog te vroeg.

„De otter doet het goed bij het publiek vanwege de hoge aaibaarheidsfactor. Het dier staat ook hoog in de voedselketen. Wanneer een otter hier kan overleven, betekent het dat het goed is gesteld met het milieu. Het probleem is dat het Naardermeer te klein is voor deze dieren. Het totale terrein biedt genoeg ruimte voor twee vrouwtjes en een mannetje. Maar ja, die krijgen dan weer jongen die elders woonruimte moeten zoeken". Dat laatste is onmogelijk.

Verbindingen

Het Naardermeer ligt ingeklemd tussen snelwegen, spoorlijnen en stedelijke bebouwing. Onneembare barrières voor otters. De realisering van de ecologische hoofdstructuur in Nederland moet daar verbetering in brengen. In het Natuurbeleidsplan streeft de overheid naar een netwerk van verbindingen tussen natuurgebieden, zodat dieren zich ongestoord over heel Nederland, en later zelfs over Europa, kunnen verplaatsen.

Voor het Naardermeer betekent dat concreet dat er een verbinding tot stand wordt gebracht tussen de zuidelijker gelegen Ankeveense plassen en de Oostvaardersplassen in Flevoland. Dan kan ook de ree zich weer vrij bewegen. Fokkema: „We hebben hier 150 reeën. Enorm veel. Maar de jonge bokken kunnen nergens heen. Dus zijn we verplicht er jaarlijks een aantal af te schieten om verkeersongelukken te voorkomen".

Hoewel het meer steeds rijker wordt aan flora en fauna, kampt het nog met veel problemen. Een daarvan is de vos, die sinds 1988 weer voorkomt in het gebied. Van oudsher huisvest het Naardermeer purperreigers, lepelaars en aalscholvers. Tot voor kort was de aalscholverkolonie met 5000 broedparen zelfs de grootste in West-Europa. De vos heeft echter flink huisgehouden onder de vogels.

Reinaard

De aalscholver, die gewend was op de grond te broeden, bleek een gemakkelijke prooi voor Reinaard. De aalscholvers namen hun toevlucht tot bomen en bijna de helft van hen verhuisde naar de Oostvaardersplassen. De lepelaar is voorlopig in zijn geheel verdwenen. Een moeilijk probleem, aldus Fokkema.

„Eigenlijk is de vos een verrijking voor het gebied. Maar aan de andere kant moeten we toch ook de broedkolonies beschermen. Het bejagen van de vos heeft weinig zin. Voor elke vos die je schiet, komt er een andere in de plaats". Voorlopig tracht Natuurmonumenten de vos klein te houden door voor het begin van het broedseizoen op het roofdier te jagen. Dat biedt de vogels de meeste kans op rust in lente en zomer.

Een ander probleem is de bagger die de waterbodems in het oosten van het Naardermeer bedekt. Weliswaar is het water in het grootste deel van het gebied kraakhelder, maar in het oosten drijft nog een dikke, groene brij op de sloten. „Dat komt door de bagger, die vol zit met meststoffen. We hebben een vergunning aangevraagd om die bagger te verwijderen, maar die laat nog steeds op zich wachten. Blijkbaar denken de ambtenaren dat het spul vol zit met zware metalen of zo. Maar het is geen havenslib. Er zitten alleen maar nitraten en fosfaten in. Je kunt er zelfs goede compost van maken".

Onwerkbaar

De bureaucratie is Fokkema een doorn in het oog. Het Naardermeer strekt zich uit over vier gemeenten, te weten Naarden, Muiden, Hilversum en Weesp. Die oefenen stuk voor stuk zeggenschap uit over het natuurgebied. Daarnaast moeten er regelmatig zaken worden gedaan met het waterschap, het zuiveringschap en de drinkwatermaatschappijen.

„Een onwerkbare situatie. We willen een convenant afsluiten met alle partijen die op de een of andere wijze betrokken zijn bij het Naardermeer. Een convenant maakt het beheer veel gemakkelijker. Met het waterschap zou overeenstemming kunnen worden bereikt over verhoging van het waterpeil in de omliggende polders, zodat het water daar niet steeds naar wegsijpelt. De drinkwatermaatschappij in Bussum moet daarnaast stoppen met het oppompen van grondwater en haar drinkwater betrekken uit het IJmeer".