Digibron.nl

055-216955\^^

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: donderdag 25 juli 1991
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 13 (Financiën en Economie)

LONDEN (RTR/ANP) - De gouverneur van de Britse centrale bank, Leigh-Pemberton, heeft de Britse premier Major de helpende hand toegestoken.

Major zou volgens de oppositie al geruime geweten hebben van de fraude bij de Bank of Credit and Commerce International (BCCI) zonder enige actie te ondernemen. Maar Pemberton verklaarde dinsdag tegenover leden van de parlementaire financiële commissie dat Major slechts „in algemene termen" op de hoogte was van de problemen bij BCCI.

De Britse gouverneur verklaarde weliswaar dat zijn bank al sinds 1988 op de hoogte was van het feit dat terreurorganisaties gebruik maakten van BCCI-rekeningen, maar dat deze en andere informatie over fraude niet door werden gegeven aan Major. De Britse premier verklaarde onlangs dat hij pas sinds 28 juni op de hoogte was gebracht van de onregelmatigheden bij BCCI.

Daarvoor, zo zei Pemberton, „werd wel gesproken over de Tampaaffaire". In het Amerikaanse plaatsje Tampa (Florida) werden sommige personeelsleden van een BCCI-filiaal schuldig bevonden aan het „witwassen" van drugsgeld. Ook was de premier sinds april vorig jaar op de hoogte van het Price-Waterhouse-rapport, waarin de financiële problemen van BCCI werden beschreven. „Maar", aldus Pemberton, „Ik heb hem niet over alle details van het rapport gesproken". Daarbij doelde de gouverneur op de suggesties over fraude in het rapport van de accountants.

Ondanks de negatieve toon van het rapport wist Pemberton zich „goed te herinneren'' dat hij Major bij de volgende ontmoeting in oktober vertelde dat de financiële positie van de Britse BCCI-filialen goed was. Deze verklaring zal de 120.000 rekeninghouders en de zestig gemeenten in het Verenigd Koninkrijk, die samen ruim ƒ 1 miljard in BCCI hebben gestoken, ongetwijfeld bitter in de oren hebben geklonken.

Geheime dienst

De Franse geheime dienst heeft de contacten tussen BCCI en de terreurorganisaties zoals de Abu-Nidal-groep

MAJOR ...op de hoogte?... kunnen traceren tot 1987. Abu Nidal was een goede klant van BCCI. Dit heeft het Franse weekblad VSD in haar vandaag te verschijnen nummer gepubliceerd.

In 1987 betaalde de regering van Koeweit zestig miljoen dollar op een rekening van Abu Nidal, die hij had geopend in een Londense filiaal van de inmiddels onder curatele gestelde BCCI. Volgens de Fransen heeft de Palestijnse leider de Golfstaten waarschijnlijk gechanteerd. Als de staten niet zouden betalen dan zou hij, volgens het 55-pagina's „geheime rapport", aanslagen plegen.