Digibron.nl

Datheen noch Micron of Farel heeft overhandigen trouwbijbel voorzien

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: vrijdag 6 december 1991
Auteur: onze kerkredactie
Pagina: 2 (Kerkelijk Leven)

ERMELO - De hervormde predikant ds. J. J. Brörens wil af van de gewoonte dat kerkeraden bij de kerkelijke bevestiging van een huwelijk een trouwbijbel meegeven. In het kerkblad van de Zendingskerk van Ermelo schrijft hij: „De mensen die in de kerk trouwen, beschikken bijna allemaal over één of meer bijbels. Is het dan zinvol dat de kerk er nog één geeft?"

„Het was mijn bedoeling", zo verklaart ds. Brörens desgevraagd, „om reacties uit de gemeente uit te lokken". Zelf vindt hij zijn idee geen „wereldnieuws". „Uit gesprekken tijdens de voorbereiding van de huwelijksdienst bleek dat verschillende paren tijdens de kerkelijke bevestiging zelf al een Bijbel meebrengen. We stellen hen dan voor de keus of ze een Bijbel willen hebben of een handleiding om de Bijbel te lezen, bij voorbeeld van ds. Visser".

In de Zendingskerk, een kleine gemeente in Ermelo, waar ds. Brörens bijstand in het pastoraat verleent, worden jaarlijks zo'n zeven huwelijken bevestigd. De verhouding van de stellen die kiezen voor de trouwbijbel tot de stellen die kiezen voor de handleiding is ongeveer „fifty-fifty". Gevraagd naar de kerkelijke achtergrond, zegt ds. Brörens „gewoon hervormd" te zijn. Hij zegt er niet van te houden iemand in hokjes te stoppen. „Als je dan per se een etiketje op wil plakken: vroeger noemden ze dat midden-orthodox".

Geschiedenis

Hoe komen wij aan het gebruik dat de kerkeraad een trouwbijbel cadeau doet?" „Toen met de Reformatie de positie van de Rooms-Katholieke Kerk in veel landen werd teruggebracht tot een minderheid die wel of niet gedoogd werd, ontstond er een leemte voor wat betreft het huwelijksrecht", zo antwoordt prof. dr. C. A. Tukker, hervormd predikant in Epe.

„Dat huwelijksrecht was tot nu toe altijd in handen van de kerk geweest. De overheid wilde na de Reformatie die situatie graag terug. Zij wilde het toezicht op de huwelijken opnieuw in handen leggen van de kerk. Maar in ons land weigerde de Hervormde (Gereformeerde) Kerk dat. Zij zag voor zichzelf alleen een taak in de geestelijke tucht. Instellingen van maatschappelijk en politiek belang alsmede de uiterlijke tucht, dus de levenstucht, vielen volgens de kerk onder de competentie van de overheid,".

Statenbijbel

„De huwelijksbevestiging ging naar het stadhuis, de huwelijksinzegening naar de kerk. Zodoende nam het huwelijksonderricht ook de vorm aan van een onderwezen-zijn in de leer. Ons oude huwelijksformulier gaat daarom uit van de bekendheid met de geboden en beloften van God. Het trouwgesprek is van oorsprong bedoeld als een onderzoek door predikant en (twee) ouderlingen naar de kennis van de huwelijkskandidaten aangaande deze dingen. En wat wij nu een verloving noemen —het afleggen van trouwbelofte aan elkaar- geschiedde doorgaans in aanwezigheid van een predikant", aldus de pastor uit Epe.

Volgens prof. Tukker werden de grote Statenbijbels uit de zeventiende eeuw, die nu soms als kanselbijbel worden gebruikt, in die tijd overigens aangeschaft door de mensen persoonlijk. Die Statenbijbels werden niet gegeven tijdens de huwelijksdienst.

Wanorde

G.D. J. Schotel wijst er in zijn boek "De Openbare Eeredienst" op dat er veel bijgelovige praktijken met het trouwen gepaard gingen. Het zou logisch zijn wanneer het geven van een Bijbel door de kerk in praktijk zou zijn gebracht als een soort 'tegenstof. Van het geven van een trouwbijbel is echter noch bij Schotel noch in Rutgers' uitgave van de "Acta van de Nederlandse Synoden der zestiende eeuw" sprake.

Wel van een grote mate van wanorde en willekeur. Bijna alle synoden klagen erover dat de overheid geen orde op zaken gesteld heeft, dat hierdoor ook de kerk aan handen en voeten gebonden is en dat ieder doet wat goed is in eigen ogen. En dat alles -misbruik en bijgelovige praktijkenheeft er waarschijnlijk toe bijgedragen, dat de overhandiging van de trouwbijbel onderdeel werd van de ceremonie van de huwelijksinzegening.

Noch Datheen in het Paltzische huwelijksformulier, noch Marten Micron en de zijnen in hun "Christelijke Ordinantiën" hebben een overhandiging van de trouwbijbel voorzien. En ook niet Farel, op wie het formulier dat onder ons gebruikt wordt teruggaat.

Vreemd voorstel

„Ik vind het een vreemd voorstel", zo reageert ds. W. van Gorsel, hervormd predikant in Schoonhoven, desgevraagd op de gedachte van ds. Brörens. „Hèt geschenk dat de kerkeraad geeft aan een pasgetrouwd stel is de huwelijksbijbel. De trouwbijbel is een aparte Bijbel, voor gezinsgebruik, die ze samen moeten lezen". Wel erkent ds. Van Gorsel dat er in het geopperde idee „een kern van waarheid" zit, wanneer beide huwelijkspartners al eens een keer getrouwd zijn geweest. „In het geval dat een weduwe trouwt met een weduwnaar -en als zij allebei zo'n Bijbel bezitten- heb ik wel eens een dagboek gegeven".

De predikant uit de Zilverstad ontwaart een lichte tendens dat huwelijksparen de kerkelijke bevestiging vaker 's avonds laten plaatsvinden. Dit vindt hij acceptabel, omdat de gemeente op deze manier meer bij de huwelijksdienst betrokken wordt.

Ook gaan er stemmen op om de huwelijksdienst te verschuiven naar de zondag. In de vorige eeuw was het ook zo dat het stel bij voorbeeld op donderdag trouwde voor de burgerlijke overheid, vervolgens ging samenwonen en op zondag (achteraf en na de preek) het huwelijk kerkelijk liet bevestigen. Er was dan geen speciale huwelijkspreek. „In deze verschuiving zie ik geen toekomst", aldus de hervormde pastor. „In een grote gemeente betekent dit dat je om de veertien dagen een trouwpreek zou moeten houden". Het gevolg zou kunnen zijn dat er geen gewone preken meer gehouden kunnen worden.

Eerste geschenk

Ds. D. Slagboom, christelijk gereformeerd predikant in Doornspijk, vindt het een zeer zinvol gebruik om op de huwelijksdag een Bijbel te geven. „Het is het eerste geschenk dat het echtpaar krijgt. Dit kan het gebruiken zolang de kinderen klein zijn en niet meelezen in een eigen Bijbel. Het geschenk mag natuurlijk geen pronkstuk worden".

Hoewel het overhandigen van de Bijbel geen specifieke handeling is in de huwelijksliturgie, is volgens ds. Slagboom de verbinding met de Bijbel toch heel sterk. „In het huwelijksformulier staat direct na de vragen: „Hoort nu uit het Evangelie, hoe sterk de band des huwelijks is", aldus de predikant uit Doornspijk.

De predikant vindt het idee van ds. Brörens „te idealistisch. Er zijn ook wel eens paartjes waar je niet zo'n hoge verwachting van hebt". „Het idee van dagboeken en handleidingen verwerp ik op zich niet. Maar als ze de handleiding nodig hebben is het de vraag wel of ze hem veel zullen gebruiken". Ds. Slagboom beklemtoont het belang van begeleiding: „Het pastoraal bezoek bij jonggetrouwden acht ik van heel groot belang".

„Wat kun je beter geven dan de Bijbel?" zo vraagt ds. C. J. Meeuse zich in een reactie af. Ook de predikant van de gereformeerde gemeente van Rotterdam-Zuid staat niet positief ten opzichte van het afschaffen van de trouwbijbel. „Een huwelijksbijbel is bedoeld voor dagelijks gebruik en is een middel waardoor de Heere meer wil geven dan de tijdelijke zegen, namelijk de eeuwige zegen".

Handleidingen mogen volgens de predikant niet fungeren als vervanger van Gods Woord. Maar hij acht de aanschaf daarvan wel goed in het kader van een verantwoord boekenbezit.