Digibron.nl

Polen worstelt met schutterende beleidsmakers

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: woensdag 7 augustus 1991
Auteur: Iwona Knothe (IPS)
Pagina: 11 (Financiën en Economie)

WARSCHAU - De grimmige uitdrukking op liet gezicht van premier Jan Krzystof Bielecki bij liet verlaten van een van 's lands grootste fabrieken weerspiegelde een tijdje geleden precies de enorme problemen waarmee de regering zich in haar economisch beleid geconfronteerd ziet.

„We hebben hier te maken met economische onkunde die grenst aan sabotage", reageerde hij knarsetandend op wat hij gezien had in de Ursus-tractorfabrieken. Het staatsbedrijf Ursus, het vlaggeschip van de Poolse industrie, heeft 22.000 werknemers en heet de grootste tractorproducent van Europa te zijn. Maar de produktie is met 80 procent afgenomen, het bedrijf zit diep in de schulden en de lonen over juni zijn slechts gedeeltelijk uitbetaald.

Bielicki was dermate boos over de wantoestanden, dat hij op staande voet vier onderministers en twee directeuren van het ministerie van industrie de laan uitstuurde. De bewindsman van het departement, Andrzej Zawislak, hield vervolgens de eer aan zichzelf. Deemoedig verklaarde hij, nadat zijn ontslag was aanvaard, „het gevoel te hebben dat ik weinig heb bereikt. Veel dingen zijn me gewoon niet gelukt. Lange tijd twijfelde ik over ons financieel beleid, dat op een zeker moment ontaardde in een soort financieel kannibalisme". Reddingsplan Ursus

Overigens heeft de Poolse commissie die de ondergang van Ursus probeert te voorkomen, gisteren bekendgemaakt dat een aantal westerse deskundigen in de arm is genomen om een reddingsplan voor de fabriek op te stellen. Volgens Wojciech Kostrzewa, directeur van de Poolse Ontwikkelingsbank, is de Ursus-fabriek modem genoeg uitgerust, maar worden de middelen inefficiënt gebruikt. Hij zei dat het mogelijk moet zijn tractoren in het buitenland te verkopen tegen lagere produktiekosten.

In het zogeheten "interventieteam" zijn leden van een internationale accountantsfirma, alsmede een Amerikaanse tractorenfabrikant opgenomen, naast Poolse experts. Ursus is het eerste grote staatsbedrijf dat een bankroet tegemoet dreigde te gaan sinds de invoering van ingrijpende economische hervormingen in Polen. Vuilnisbelt In april kwam Polen met het IMF overeen voort te gaan op de weg van rigoureuze bezuinigingen en economische hervormingen, in ruil voor voortzetting van de kredieten gedurende drie jaar. Maar veel zakenmensen vinden dat de Poolse regering weinig terechtbrengt van de overgang van plan- naar markteconomie. Zo is Eva Ray, directrice van Arpol, een joint-venture die frisdrank produceert, allerminst te spreken over het belastingbeleid („tragisch incompetent"), dat volgens haar een bedreiging vdhnt voor ondernemingen als de hare. . Maar er is meer: „Ik moet me houden aan de uiterst strenge Poolse kwaliteitsnormen. Mijn produkten zijn dan ook gezond, maar door de kunstn^atig hoge koers van de zloty kan ik export wel vergeten". Volgens Ray is Polen „één grote vuilnisbelt WARSCHAU - De Ursus-tractorfabrieken liggen sinds maandag stil. Het personeel werd vanwege grote financiële problemen voor onbepaalde tijd naar huis gestuurd. voor inferieure buitenlandse produkten geworden. Die inferieure spullen kunnen belastingvrij ingevoerd worden. Het lijkt wel of de regering de economie wil saboteren". Pepsico

Zeker is, dat de recessie alleen maar erger is geworden. Het begrotingstekort is opgelopen tot 250 biljoen zloty (ruim 1,5 miljard gulden) en de inflatie over 1991 zal naar verwachting op 55 procent uitkomen.

Ook valt de belangstelling van buitenlandse firma's voor het opzetten van gezamenlijke ondernemingen tot nu toe tegen. Het lijkt erop dat alleen bedrijven die toch al plannen hadden om de Oosteuropese markten te veroveren, in Polen investeren. In juli nam Pepsico Inc. voor 50 miljoen gulden een aandeel van 40 procent in Wedel S.A., de grootste Poolse fabrikant van suikerwaren, waar het de komende vijf jaar ruim 100 miljoen gulden in zal steken. Een meerderheid in samenwerkingsverbanden met Poolse bedrijven verwierven de westerse firma's Harnisheeger Beloit (VS), Thomson Consumer Electronic (Frankrijk) en Philips.

Andere staatsbedrijven —enkele honderden—, waar geen internationale belaagsteüing voor bestaat, zijn door minister van eigendomsoverdracht Janusz Lewandowski op de nominatie gezet voor spoedige privatisering. Van de aandelen zal 60 procent gratis verdeeld worden onder de 27 miljoen volwassen Polen. „Als iedereen een gelijke hoeveelheid krijgt, betekent dat gelijke kansen en gerechtigheid. Hoe elk individu met die kans omspringt, is zijn probleem", aldus Lewandowski. Slechte sfeer

De weinig succesvolle aanpak van de economische problemen heeft inmiddels geleid tot spanningen aan het politieke front. Zbigniew Bujak, een van de oud-leiders van de vakbond Solidariteit en thans leider van de Sociaal-Democratische Partij, noemt het beleidsprogramma „onduidelijk" en ongunstig voor het eigen bedrijfsleven. „Onder de huidige omstandigheden kunnen de Poolse producenten niet concurreren met westerse firma's die kapitaal, deskundigheid, marketing-ervaring, moderne technologie en een professioneel management hebben".

Ook de bekendmaking van de lijst van snel te privatiseren ondernemingen ontlokt hem kritiek: „De arbeiders in de overige 7500 fabrieken zijn wanhopig en vrezen voor de dag van morgen. Ze denken dat hun bedrijven niet deugen. Er was in die bedrijven zo'n slechte sfeer ontstaan, dat de produktie wel moest dalen".