Digibron.nl

NEDERLANDS CHRISTENDOM IN DE 20E EEUW

Bron: Ambtelijk Contact
Datum: zondag 1 juni 2008
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 23

Dr. Meijering is een kwart eeuw lector in de theologiegeschiedenis aan de Universiteit van Leiden geweest. Tijdens zijn werk daar heeft hij heel wat wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan, maar sinds zijn emeritering in 2001 schrijft hij aan de lopende band boeken die voor een breder publiek bestemd zijn. In dit boek geeft hij een overzicht van de geschiedenis van het Nederlandse christendom in de twintigste eeuw.

Zelf is dr. Meijering remonstrants predikant, en dat valt in dit boek daaraan te merken, dat de vrijzinnige stromingen in het Nederlandse protestantisme onevenredig uitvoerig aan bod komen, terwijl de ontwikkelingen en stromingen in het orthodox-gereformeerde deel van de kerken minder aandacht krijgen. Dat nadeel heeft het voordeel, dat we hier uitvoerig, deskundig en van binnen uit worden geïnformeerd over een hoek van de kerk, die wat buiten het gezichtsveld van de meesten van ons ligt. Ook de Chr. Geref. Kerken komen in beeld, maar prof. G. Wisse is de enige theoloog uit onze kring, wiens werk echt aandacht krijgt. Dr. Meijering stelt, dat christelijke gereformeerden nog strakker dan de Gereformeerde Kerken in 1926 vasthielden aan de letterlijke inspiratie van de bijbel (169). Niet alleen weet ik niet goed, wat ik me daarbij moet voorstellen, maar ik waag de juistheid ervan te betwijfelen. In de jaren twintig gingen Gereformeerden op sommige plaatsen wel over naar de Christelijke Gereformeerde kerken, omdat men er een andere benadering aantrof. H. Bavinck was ook afkomstig uit de Afgescheiden kerken, en legde toch wat andere accenten dan A. Kuyper.

Naarmate de periode die hij beschrijft dichterbij komt, neemt ook het aantal uitspraken, dat dr. Meijering uit de mond van diverse theologen heeft opgetekend, toe. In een wetenschappelijke studie kan dat niet, maar in een populair-wetenschappelijk werk mag het — zij het met de nodige voorzichtigheid en terughoudendheid. Zulke uitspraken of anekdotes werpen soms een verrassend licht op wat er achter de buitenkant van de geschiedenis schuilging. Kwetsbaar schrijft hij ook over de weg van zijn eigen vader in de Tweede Wereldoorlog.

Opvallend en kenmerkend voor het werk van dr. Meijering — zeker in de laatste jaren — is de welwillendheid, waarmee hij over orthodoxe gelovigen schrijft. Hij ziet niet op hen neer, maar ervaart, ook al gaat hij zelf niet die weg, een echte verbondenheid met hen.

Op enkele punten zou ik wel met hem door zou willen praten. Ik noem er één: Kan men echt staven, dat zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus ertoe heeft bijgedragen dat de armoede in stand bleef (94, 184)?

Het zou het boek goed gedaan hebben, als het vóór publicatie nog eens was gecontroleerd op slordigheden (ik noem alleen ds. H.G. Kersten in plaats van G.H. Kersten). En: bij sommige besproken figuren staan de jaartallen van geboorte en overlijden vermeld, bij anderen ontbreken ze. Op dit punt zou het aanbeveling verdiend hebben om de naam van de uitgever eer aan te doen en de dingen in balans te brengen. Al met al: een boeiend en leerrijk boek, dat een welkome aanvulling is op andere studies!

n.a.v. Eginhard Meijering, Het Nederlands christendom in de twintigste eeuw, Uitg. Balans Amsterdam 2007, 618 blz., € 34,90.