Digibron.nl

De verwereldlijking van Gods heil

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: vrijdag 2 juli 1976
Auteur: prof. dr. W.H. Velema
Pagina: 10 (Onbekend)


„Kerk en Vrede" heet de bundel die aan prof. dr. J. de Graaf is aangeboden bij zijn afscheid van de universiteit van Utrecht. Er staan in die bundel bijzonder interessante bijdragen van de hand van vrienden en collega's van prof. De Graaf. Over zijn persoon en werk werd in onze krant reeds geschreven.

Het gaat mij nu om de bijdrage, die tot titel heeft „De Vrede van God en de vrede van de wereld". Zij werd greschreven door prof. dr. H. M. Kuitert. De bedoeling van dit opstel is na te graan hoe het heil van God en het heil dat mensen op aarde met elkaar samenhangen.

Uit de omschrijving die Kuitert geeft, blijkt dat men vrede ook kan vervangen door heil. Ik citeer: „De vrede Gods is hieronder telkens te definiëren als Gods eschatologisch heil voor mens, en wereld en de vrede van de wereld als de door menselijke inspanning opgebouwde en op te bouwen sociale, maatschappelijke en politieke vrede. Hebben beide grootheden in positieve zin met elkaar te maken?" (blz. 68).
Wellicht zal een lezer zich afvragen waarom nu juist het opstel van Kuitert voor een nadere bespreking wordt uitgekozen. Die vraag is begrijpelijk. In antwoord daarop wil ik in de eerste plaats erop wijzen, dat dit artikel laat zien hoe consequent Kuitert voortgaat op de weg van de totale en radlkale secularisering van het christelijk geloof. Met een niets en niemand ontziende consequentie gaat hij verder.

Dialoog

Het lijkt me goed daarop te wijzen. Immers, er zijn mensen die veel verwachten van de dialoog in de kerk, en daarom ook van de dialoog-kerk. Voor wat Kuiterts bijdrage aan de dialoog betreft, moet men zeggen, dat hij niet toont te luisteren naar bezwaren die tegen zijn stellingen worden ingebracht. Het tegendeel is veeleer het geval. Zonder op bezwaren acht te slaan ontwikkelt hij zijn gedachten in steeds radikaler richting.
Meer dan eens heb ik erop gewezen dat in de dialoog van christenen met andere godsdiensten en wereldbeschouwingen, het christelijk geloof het meestal moet afleggen tegen de vasthoudendheid en overtuigingskracht van andere beschouwingen.
Te vrezen valt dat in discussies binnen de kerk tussen voorstanders van de nieuwe theologie en verdedigers van het klassieke belijden van de Reformatie, datzelfde geldt. Na het lezen van het hier bedoelde artikel van Kuitert moet ik in elk geval zeggen: Uit geen enkele bladzijde blijkt dat hij bezwaren die tegen zijn stellingen van binnen en buiten de kerken waartoe hij behoort, zijn ingebracht, overweegt of daarmee rekent.
Laat ik nu een indruk mogen geven van wat Kuitert in dit artikel eigenlijk wil zeggen.

Heil

Kuitert handelt dus over de verhouding van de vrede van God en de vrede van de wereld. Terwille van de duidelijkheid vervang ik het woord vrede nu verder door de term heil. Kuitert doet dat zelf ook herhaaldelijk.
Welnu, wil er van een positieve relatie tussen het heil van God en het heil van de wereld sprake kunnen zijn, dan moet het christelijk heilsbegrip aan een aantal voorwaarden voldoen. Als het christelijk heilsbegrip niet aan deze voorwaarden voldoet, dan kan het er geen aanspraak op maken echt over heil voor de mensen te spreken. Het kan dan wel over de een of andere vorm van heil spreken. Doch dat is een onwerelds, buitenaards en daarom - zo concludeer ik - geen voor de mens van deze tijd relevant heil.
Men lette wel op de methode die Kuitert volgt. Wat heil van God is, kan niet bepaald worden buiten de heilservaring van mensen om. Voor wie bekend is met de jongste ontwikkelingen in Kuiterts denken, is dat geen vreemde stelling. 25 e dreigt misschien zozeer gemeengoed te worden, dat ik het nuttig en noodzakelijk vind er nog eens bijzonder opmerkzaam op te maken.
Kuitert begint niet te vragen; wat zegt de Bijbel over heil? Wat is in het bijbelse denken essentieel voor de heilsgedachte? Neen, Kuitert begint precies aan de andere kant. Hoe beleeft en ervaart de mens heil? Als een theologie aan het antwoord op die vraag voorbijgaat, kan ze wel inpakken. Dan spreekt ze niet verstaanbaar en heeft ze het niet over dingen die voor de mens in zijn situatie van betekenis zijn.
De methode is dus deze, dat Kuitert begint met een aantal voorwaarden te formuleren om christelijk heil echt heil te kunnen noemen. Die voorwaarden komen „van onderop". Ze komen uit de heilsbeleving en uit de ervaringswereld van de mens van deze tijd.
Dat blijkt heel duidelijk uit de eerste voorwaarde: ,heil en dus ook: christelijk heil moet door de betrokkenen minstens als heil worden ervaren" (blz. 71). Dus: onze ervaring van heil is beslissend en bepalend - men noemt dat ook wel constitutief - voor wat heil is.
Kuitert zegt er nadrukkelijk bij, dat christelijk heil niet in onze ervaring van heil opgaat. Christelijk heil kan wel meer omvatten dan onze heilservaring. Maar het kan geen heil zijn, dat buiten onze heilservaring omgaat.

Vergissen

Men zou de vraag kunnen stellen: Weten wij mensen dan uit onszelf wat heil is? Kunnen mensen zich daarin niet vergissen? Het is toch wel voorgekomen dat mensen iets voor heil aanzagen, wat uiteindelijk geen heil bleek te zijn?
Kuitert kent die tegenwerping. Hij noemt haar zelf. Dan volgt hij 'een merkwaardige redenering. Hij erkent dat er een risiko in zijn standpunt ligt opgesloten. Maar, zegt hij: het omgekeerde is een nog veel gevaarlijker mogelijkheid. Wanneer men mensen niet zou laten meepraten over 'de vraag of „het heil van de traditionele voorstellingen hen werkelijk „heer'-maakt" (blz. 72), dan is de situatie nog veel ernstiger. Dan komen we terecht bij „opgedrongen heil". Dan verkeren we in de sfeer van de intolerantie.
Men beseffe hoe Kuitert het gelijk van zijn betoog verdedigt. Omdat het tegenovergestelde standpunt nog veel erger gevolgen heeft, gaat hij ervan uit dat zijn standpimt juist is. We treffen hier geen spoor aan van een beroep op de Schrift. We missen hier ten enen male de gedachte dat wat God zegt, beslissend is voor de bepaling van het heil. Neen, onze heilservaring maakt (mede) uit wat heil is. Wanneer wij iets niet als heil kunnen ervaren, kan het - ook christelijk gezien - geen heil zijn.
Is er dan over de inhoud van dat heil niet nog iets meer te zeggen? Dat blijkt mogelijk. Kuitert formuleert enkele minimumvoorwaarden. Wil heil werkelijk heil zijn, dan moet het minstens in zich sluiten: „eten en drinken, voedsel en veiligheid, voortplanting en genieten" (blz. 75). Weer zegt Kuitert dat christelijk heil hierin niet opgaat. 'Er is stellig meer te noemen. Maar dit hoort er als minimum bij.

Wij hebben juist met die redenering omtrent het mogelijk meerdere in het christelijke heil, grote moeite. Het betekent immers dat Kuitert een minimum kan omschrijven zonder van dat speciaal christelijke iets te noemen. Het speciaal christelijke kan niet christelijk zijn, als het niet rust op de basis van dit algemeen minimum.

Wanneer gevraagd wordt, wat in de Bijbel heil is, dan kan het antwoord niet om buiten de vergeving der zonde, het herstel van de relatie met God, de verzoening door het offer van Jezus Christus. Dat is de kern van de zaligheid en van het heil. Men zie Colossenzen 1:13, 14. Welnu, men kan Kuitert niet verwijten dat dit alles op geen enkele wijze erbij zou behoren. De mogelijkheid ervoor laat hij open. Maar hij heeft die omschrijving niet nodig, als het erom gaat te bepalen wat echt heil is. Dat is een gevaarlijke manier van redeneren. Immers, men kan zelf invullen wat men maar wil. Maar de basis voor het heil bestaat in „materiële" zaken als „eten en drinken, voedsel en veiligheid, voortplanting en genieten". Daarmee zijn we aan de tweede voorwaarde die Kuitert noemt. Het zal duidelijk zijn dat Kuitert van de term zieleheil niets moet hebben - Hij vindt dit een lege term. Hij kan er zich niets bij voorstellen. Zieleheil als term gaat voorbij aan het feit dat de mens bestaat als mens van vlees en bloed. Ik neem nu nog even de officiële formulering van de tweede voorwaarde over, om de lezer met Kuiterts eigen woorden te laten lezen: „Heil moet minstens als „heelmakend" worden ervaren door historisch levende mensen van vlees en bloed, die op de natuur om hen heen en op elkaar zijn aangewezen om een leefwereld op te bouwen waarin zij als mensen kunnen bestaan" (blz. 73).

Alle mensen

De derde voorwaarde waaraan heil moet voldoen is deze dat alle mensen dat heil kunnen ervaren. Met Kuiterts eigen woorden: Er kan pas van aards heil gesproken worden als datgene wat historisch levende mensen van vlees en bloed als ,heelmakend" ervaren niet alleen het deel van enkelingen of groepen is maar mogreijyk ervaring: van alle mensen. Heil moet om heil te mogen heten universeel en volkomen zijn" (blz. 76).
Om zulk heil op aarde te scheppen zijn er sociale, maatschappelijke en politieke instituten nodig:  Ik meen deze eis te mogen vertalen als een zodanige inrichting van de samenleving dat dit heil voor alle mensen met staatsgezag en eventueel zelfs staatsdwang wordt mogelijk gemaakt. Hier wordt het heil afhankelijk gemaakt van de politieke en sociale structuren. Kuitert schrift het op blz. 79 met zoveel woorden: „zonder een nieuwe sociale, maatschappeiyke en politieke context kan een nieuw mens niet nieuw zijn". Met andere woorden: wanneer de samenleving niet vernieuwd is door het oprichten van zulke Instituten die de mens dirigeren, kan er van een werkelijk nieuwe mens geen sprake zijn.

Paulus spreekt over de vrede Gods die alle verstand te boven gaat (Fil. 4:7). Kuitert zegt met zoveel woorden: dat bestaat niet. Hij omschrijft Paulus' bedoeling als uitdrukking te geven aan de innerlijk onvrede. Zolang niet alle mensen door de politieke en maatschappelijke veranderingen in dit heil delen, kan geen mens echt vrede hebben. Dat is dan de strekking van Kuiterts opstel. Het is nogal wat.

We constateren dat Kuitert Paulus precies het tegenovergestelde laat zeggen van wat hij metterdaad zegt. We zouden ook willen vragen waar Paulus en Silas de vrede vandaan haalden die het hun mogelijk maakte om psalmen te zingen in de nacht, in de gevangenis van Filippi (Handelingen 16)? We zouden willen vragen, als Kuitert dan zoveel waarde hecht aan de functie van de heilservaring; waar haalden de martelaren de innerlijke vrede en de geloofsrust vandèAn, dat ze blij de dood tegemoet durfEpe, den te gaan? Op Kuiterts standpunt is daar geen verklaring voor. Erger nog: het kan geen heilservaring geweest zijn.

Marxisten

Samenvattend kan ik alleen maar zeggen dat het evangelie hier vermaterialiseerd en gepolitiseerd wordt. Wanneer men zich de strekking van dit bedrog goed indenkt, moet men zeggen: Staat Kuitert met zijn bepaling van wat heil is, niet heel dicht bij de marxisten? Kan een marxist niet precies hetzelfde verhaal houden, voor wat betreft de bepaling van het heil? Kuitert wil zelfs zover gaan dat er - net als de marxisten bepleiten - een andere inrichting van de samenleving komt, die mogelijk maakt aan de vervulling van deze basis-voorwaarden te voldoen.

Hier is de kern uit Gods heil weggesneden. Men kan wel zeggen, dat christelijk heil nog meer betekent dan het omschrevene. Dat meerdere - Kuitert erkent het zelf een en ander maal - wordt niet uitgewerkt. Kuitert gaat er verder niet op in. Is dat meerdere dan wel wezensbepalend? We kunnen het ons niet voorstellen. Iets wat wezenlijk is voor de omschrijving van het heil, kan men toch niet ongenoemd of verder onbesproken laten. We hebben hier te doen met een volstrekt verwereldlijkte visie op het heil. Met een volslagen secularisatie in de gedachte over het heil.

Hoe kan men zich vanuit deze visie verzetten tegen het oprukkende communisme? Wat het eigenlijke wapen daartegen is, namelijk een vaste geloofsovertuiging dat het heil betekent verzoening met God in de weg van de vergeving van zonden om Jezus' wil, dat blijft hier buiten het gezichtsveld.

Men begrijpe mij goed: Ik zeg niet Kuitert is voor het communisme. Ik heb in het meinummer van „Voorlopig" gelezen dat Kuitert nogal bezwaren heeft tegen het marxisme. Het zijn overigens meer praktische dan principiële bezwaren, lijkt me. Hij verzet zich tegen de dictatuur die het marxisme overal blijkt nodig te hebben. Kuitert acht het wel mogelijk dat men lid van de communistische partij wordt zonder dat men de grondslagen van die partij onderschrijft.

Dit is een oppervlakkige redenering. Immers, de communistische partij vraagt instemming met haar grondslag. Wie dus toetreedt en met de grondslag niet instemt, heeft niet goed gelezen wat van hem gevraagd Wcrdt. Het is bovendien vreemd. dat men tot een partij - welke dan ook - zou toetreden zonder dat men met de grondslag ervan instemt. Zulk een toetreding zou niet anders zijn dan opportunisme.

Maar goed, Kuitert oefent vrij scherpe kritiek op de marxisten. Intussen betekent zijn visie op het heil toch een tegemoetkomen aan de marxistische visie op wat heil is. Heel de opzet van zijn betoog is daarop gericht. Dat behoeft niet te verwonderen: Kuitert zegt nadrukkelijk, dat zijn gedachten over heil samenhangen met zijn antropologie. Dat is met zijn opvattingen over de mens. Welnu, die antropologie is opgebouwd zonder dat de Bijbel erin aan het woord komt. Wie kan zich er dan over verbazen dat het resultaat bestaat in een toenadering tot de marxistische heilsgedachte. Het marxisme is immers bij uitstek de godsdienst van het verwereldlijkte heil.

VU

Er wordt in onze dagen nog al gesproken over de communistische invloeden aan de VU. Het is een betrekkelijk kleine, maar zeer actieve groep die daar opereert. Ik las een aantal van 135. Meer nog verbaast ons de reactie van een veel groter groep mensen aan de VU. Zy komen op voor het recht, dat deze communistische studenten mede het beleid mogen bepalen, door deelname aan commissiewerk. Zij achten de doelstelling van de VU zeker niet bedreigd door het optreden van de communistische studenten.

Wanneer men vraagt: waar komt die tegemoetkomende houding vandaan? Hoe is het mogelijk dat zovelen de tegenstelling: niet scherp (meer) zien? Zouden we dan ook niet moeten denken aan de volslagen verwereldlijkte visie op het heil, waarvan het jongste artikel van Kuitert blijk geeft? Het is nodig dat in de discussies over de communistische invloeden aan de VU, ook aandacht wordt gegeven aan de wijze waarop mensen van de wapens beroofd worden.
Die beroving zie ik in het hier besproken artikel plaats vinden. Immers, wat Gods heil is, wordt verzwegen. Gods heil wordt gemeten en bepaald naar de maatstaf van wat mensen als heil ervaren. De kern van het bijbelse heil als vrede met God door de verzoening in Christus, blijft ongenoemd. Wat zal men dan nog in de geestelijke strijd van onze tijd?