Digibron.nl

Azerbeidzjanen trekken grens Armenië over

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: vrijdag 19 januari 1990
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 1 (Voorpagina)

MOSKOU - In de Kaukasus wordt een openlijke burgeroorlog uitgevochten. Voor het eerst hebben Azerbeidzjanen vandaag een dorp In de Sowjetrepubllek Armenië aangevallen. In Armenië Is tot mobilisatie opgeroepen, zo heeft het officiële Armeense persbureau Armenpress gemeld. Sowjetleider Michail Gorbatsjov deelde vandaag mee dat de crisis in het zuiden van zijn land steeds groter wordt, maar dat Moskou alles zal doen omeen^eind te maken aan de onlusten. Hij stelde extremisten, avonturiers en islamitische fundamentalisten verantwoordelijk voor de onlusten en het bloedvergieten in Azerbeidzjan en Armenië.

Het Kremin stelde in een oproep, die op de televisie werd uitgezonden, dat de toekomst van de Sowjet-Unie op het spel staat. Het deed een beroep op de bevolking van beide republieken „de extremisten in de hand te houden, de aanstichters aan de kaak te stellen, de gewelddadigen te stoppen" en hen die bedrogen zijn de zaak uit te leggen.

Gorbatsjov legde in een toespraak in een speciale vergadering van het Kremlin over het hervormingsprogramma uit dat de Sowjetleiding wel gedwongen was in te grijpen om op te treden tegen „extremisme en vandalisme".

„De talrijke aanvallen tegen Armeniërs in Azerbeidzjan" zijn nu uitgelopen op een „openlijke oorlog tegen onze republiek", vertelde een verslaggever van Armenpress. Hij meldde dat Azéri's uit de Azerbeidzjaanse enclave Nachitsjewan de grens met Armenië hebben overschreden en met machinegeweren het dorp Jerask hebben beschoten. „Daarbij zijn twee doden en vele gewonden gevallen".

In Nachitsjevan hebben Armeniërs de stad Sadarakh aangevallen. Troepen van het ministerie van binnenlandse zaken sloegen de aanval at, maar er zijn nog steeds artilleriegevechten gaande, vertelde een plaatselijke functionaris van de communistische partij.

In de partijkrant Prawda is vandaag een oproep gepubliceerd van het Centraal Comité van de Sowjet- Unie, het Politburo en de raad van ministers waarin zij benadrukken dat de huidige situatie „niet kan voortduren". De Sowjetleiding veroordeelt de „misdadige en onverantwoordelijke acties van de extremistische krachten" en benadrukt dat zij geleid hebben tot „woede, en verontwaardiging in het land".

Versperringen
Het Sowjetministerie van binnenlandse zaken in Moskou maakte bekend dat er in totaal 29.000 man extra troepen naar de twee onrustigerepublieken zijn gestuurd om de orde te herstellen. De aanwezige troepen slaagden er tot nog toe niet in door te dringen tot de Azerbeidzjaanse hoofstad Bakoe, waar gewapende Azéri's blokkades en versperringen hebben opgeworpen om de militairen te stoppen. De plaatselijke bevelhebbers van het leger hebben echter aangekondigd dat zij zich niet meer door de wegversperringen zullen laten tegenhouden.

De Sowjetkrant Troed citeerde militante Azéri's die zeiden dat zij bereid waren voor rijdende tanks te gaan liggen om ze tegen te houden. In Bakoe en tien andere steden is opgeroepen tot een algemene staking.

Een journalist van het Azerbeidzjaanse persbureau Aserinform meldde dat „de belangrijkste doorgangsroutes in Bakoe zijn geblokkeerd, het openbaar vervoer rijdt niet, bij veel bedrijven wordt niet gewerkt en er verschijnen geen kranten".

De tegenstanders in het etnische conflict in de Kaukasus lijken het op een punt eens te zijn: Moskou heeft de zaak te veel op zijn beloop gelaten. Door zijn besluiteloosheid is het Kremlin, zij het indirect, verantwoordelijk voor de bloedige explosie van geweld tijdens de afgelopen weekwisseling.