Digibron.nl

Echte vrijetijdstrui

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: vrijdag 19 juli 1991
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 20 (Onbekend)

OPGELET: dit is alleen geldig voor het voorpand; op 55 (164 t.)/56 (168 t.)/ 57 (172 t.)/58 cm (174 t.) hoogte na de boordst. voor de schouderbies van de linkerschouder rechts afk., ied. 2e nld: 4x8 st./2x8 st. en 2x9 st./lx9 st. 2n 3x10 st./2xl0st. en 2x11 st. Op58(174t.)/59(176t.)/60 (1801.)/61 cm (184 t.) hoogte na boordst. voor het rugpand de schouders aan weersz. afschuinen en voor het voorpand slechts aan de linkerkant afk. door dezelfde mind.' te maken als voor de linkerschouder van het voorpand. Ter zelfder tijd voor de rughals de rfiidd. 12/14/14/16 st. afk., dan ied. 2e nld: 2x6 st.

Vers van de pers, ofwel: heet van de naald. Dat is het Phildarbreiboek heren herfst/winter 1991. Vandaag een gloednieuw patroon daaruit. Een vlotte trui die gemakkelijk zit. Deze gestreepte trui ziet er extra sportief uit door de knopen op de schouders. Maten: 1) 15/17 jaar, 2)42/44, 3) 46/48, 4) 50/52. De verschillende maten worden als volgt, d.m.v. schuine strepen aangeven: 1/2/3/4. Materiaal: Phildar wol, kwaliteit Pure Laine 3,5: l') 10 b. marine en 5 b. blanc, 3) 11 b. marine en 5 b. blanc, 4) 12 b. marine en 6 b. blanc; breinld nr. 2,5 (boordst.) en 3,5 (gestr. tricost.); 4 knopen. Gebruikte steken: boordsteek 1/1; gestreepte tricotsteek ''"4 nld kl. blanc, 10 nld kl. marine'-', herhaal van '•' tot '•'. Proeflapje: 10 cm gestreepte tricotst., nld nr. 3,5 = 21 st. en 30 nld. Rug- en voorpand: Zet 104/110/120/128 St. op in kl. marine nld nr. 2,5 en br. 6 cm (20 t.) in boordst. 1/1. Brei verder in gestr. tricotst. op nld nr. 3,5 en verdeel 10 meerd. in de Ie nld en begin met 1) 8 nld kl. marine dan van * tot '•', 2) 10 nld kl. marine dan van '"'• tot "', 3) zoals in de Gebruikte Steken, 4) 4 nld kl. marine dan van tot

Men verkrijgt 114/120/130/138 St.

Op 31 cm (94 t.) hoogte na de boordst., voor de armsgaten aan weersz. 1x7 st. afk. Er blijven nog 100/106/116/124 st. Op 50 (150 t.)/51(152t.)/52(156t.)/53cm (160 t.) hoogte na de boordst. voor de voorhals de midd. 12/14/14/16 st. afk., dan ied. 2e nld: 1x3 St., 3x2 St. en 3x1 st. en eindigen in kl. marine.

Diepte rughals: 2 cm; diepte voorhals: 10 cm. Mouwen: Zet 50/52/56/60 st. op in kl. marine nld nr. 2,5 en br. 6 cm (120 t.) in boordst. 1/1. Brei verder in getsr. tricotst. op nld nr. 3,5 en verdeel 6/8/8/8 meerd. in de Ie nld en begin met: 10/6/4 nld kl. marine dan van '•' tot ''•", 4) 2 nld kl. blanc, 10 nld. kl. marine dan van '••' tot '•'. Men verkrijgt 56/60/64/68 st. Meerd. aan weersz.: 1) ied. 4e nld: 18x1 st. en iedere 6e nld: 11x1 st., 2) iedere 4e nld: 19x1 st. en ied. 6e nld: 10x1 st., 3) ied. 4e nld: 21x1 st. en ied. 6e nld: 8x1 St., 4) ied. 4e nld: 24x1 st. en ied. 6e nld: 5x1 st. Men verkrijgt 114/118/122/126 st.

Op48(144t.)/47(142t.)/46 (138 t.)/44 cm (132 t.) hoogte na boordst., de kantst. met een gekleurde draad merken en rechtdoor br. Op 51 (154 t.)/50 (150 t.)/49 (148 t.)/47 cm (142 t.) hoogte na boordst. de st. afk. Br. een 2e mouw. Halsbies: Zet 107/111/111/115 st. op in kl. marine, nld. nr. 2,5 en br. 3 cm (10 t.) in boorst. 1/1 en begin en eindig de Ie nld en alle oneven nld (=goede kant) met 2 r. st. br. dan 1 nld r. aan de goede kant, dan nog enkele nld. tricotst. in een ande; e kleur en laat de st. wachten. Deze nld. oppersen. Bij de st. voor st. afwerking worden deze uitgehaald tot aan de basiskleur. Knoopsgatenbiezen: Zet 59/61/63/65 st. op in kl. marine, nld nr. 2,5 en br. op dezelfde wijze als voorheen. Br. een tweede zelfde bies en verdeel in de 5e nld. 4 knoopsgaten van 2 st., het 1 e op 4 st. van rechterboord en de volg. met tussenruimte van telkens 15/15/16/16 st. Afwerking: Sluit de rechterschouder aan de av. kant met een stikst. Naai de halsbies st. voor st. met een stikst. aan de goede kant van het werk. Naai de knoopsgatbiezen langs de linkerschouder en plaats de knoopsgaten op de voorschouder. Sluit de mouwnaden met een onzichtbare naad. Ter hoogte van de linkerschouder door de 3 lagen heen in steken (van de biezen en de mouw). Sluit de zijnaden met een onzichtbare naad. Festonneer de knoopsgaten en naai de knopen aan.