Digibron.nl

Tamil-Tijgers nog niet verslagen

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: woensdag 7 augustus 1991
Auteur: . Cruez(AP)
Pagina: 5 (Buitenland)

COLOMBO - De Tamil-Tijgei^ op Sri Lanka hebben een paar dagen geleden de bloedige slag om de Olifantspas verloren, maar daarom nog niet de oorlog tegen de regering.

Integendeel, zeggen veel waarnemers. De guerrillastrijders hebben voor het eerst een stevige militaire reputatie gevestigd, omdat ze in staat zijn gebleken in een traditionele veldslag serieuze tegenstand te bieden aan het regeringsleger. Het leger van Sri Lanka had er 25 dagen voor nodig om met een overmacht van 8000 soldaten tegen 4000 Tamils een belegerde basis te ontzetten.

De veldslag op de landengte tussen Sri Lanka en het schiereiland Jaffna heeft overduidelijk aangetoond dat de rebellen tot conventionele oorlogsvoering in staat zijn en niet alleen tot incidentele guerrilla-acties, zegt Neelan Thiruchelvam, een politieke waarnemer. „Het ziet er naar uit dat er nu twee geregelde legers bestaan in dit land en dat heeft voor beide partijen ook politieke gevolgen", aldus Thiruchelvam.

Verzoenende verklaring

Dat die politieke gevolgen wellicht in het voordeel zijn van de Tamils blijkt uit de verzoenende verklaring waarmee president Ranasinghe Premadasa zondag, kort na de veldslag, voor de dag kwam. Premadasa zei dat „overleg" het conflict tot een einde moet brengen, een uitspraak die erop wijst dat de regering graag bereid is de vredesbesprekingen met de^Tamil-Tijgers weer op te pakken.

De afgelopen maanden hadden de Bevrijdingstijgers van Tamil Eelam (LTTE), zoals de Tijgers officieel heten, al bewezen dat zij hun guerrillatactieken aanmerkelijk hadden verfijnd. Ze slaagden erin hun aanslagen en andere terroristische acties op te voeren.

De Tijgers, die vechten voor een onafhankelijke Tamil-staat in het noorden van Sri Lanka, werden in maart verantwoordelijk geacht voor de moord op de flamboyante Srilankaanse onderminister van defensie Ranjan Wijerathe, die midden in de hoofdstad Colombo door een bom om het leven kwam. Ook zijn de Tijgers de belangrijkste verdachten van de moord, in mei, op de Indiase expremier Rajiv Gandhi. De theorie daarachter is dat de Tamils er rekening mee hielden dat Gandhi aan de macht zou komen en opnieuw Indiase troepen naar Sri Lanka zou sturen om de Tijgers onder de duim te houden, zoals een paar jaar eerder gebeurd was onder een Gandhi-regering.

Verder worden de Tijgers in verband gebracht met de zelfmoord-bomaanslag die in juni het militaire hoodkwartier in Colombo verwoestte en aan 60 mensen het leven kostte.

Langste confrontatie

De slag om de Olifantspas was de langste en hevigste confrontatie tussen de Tijgers en het regeringsleger. Zaterdag wisten de regeringstroepen het door de Tamils omsingelde legerkamp te ontzetten. De 800 regeringssoldaten in het kamp waren op 10 juli omsingeld door ongeveer 4000 rebellen. Het leger stuurde 8000 manschappen naar de pas. De manschappen wisten langzaam vanaf hun tien kilometer verderop gelegen bruggehoofd op het strand richting basis op te trekken.

Beide partijen beweerden grote aantallen slachtoffers te hebben gemaakt. Van regeringszijde werden 1600 gedode Tijgers gemeld. Het is niet mogelijk gebleken het aantal slachtoffers uit onafhankelijke bron bevestigd te krijgen.

De Srilankaanse minister voor toerisme, Saumyamoorthi Thondaman, zelf een Tamil, zei dat de veldslag, ondanks de zege van het leger, in feite is uitgemond in een patstelling tussen de regering en de rebellen. „De regering en het LTTE moeten nu inzien dat geen van beide de oorlog kan winnen", zei hij. De minister hoopt dat de veldslag „een keerpunt" betekent en dat beide partijen zullen inzien dat „er geen militaire oplossing is voor het probleem".

Conventionele veldslagen

Op Sri Lanka wordt een van de bloedigste burgeroorlogen ter wereld uitgevochten. Sinds de burgeroorlog in 1983 begon, zijn meer dan 17.000 mensen bij gewelddadigheden gedood. De Tamils, die 18 procent uitmaken van de overwegend Singhalese, zeventien miljoen zielen tellende, bevolking op Sri Lanka, zeggen dat zij door de regering in Colombo worden gediscrimineerd.

De burgeroorlog werd gedurende dertien maanden onderbroken nadat onder druk van India een staakt-het-vuren tot stand was gekomen, maar de Tijgers vatten in juni 1990 de strijd weer op. De Tijgers spreken nu van de "Tweede Eelam Oorlog". In tegenstelling tot de eerste oorlogsperiode, toen de Tijgers zich strict tot guerrillatactieken beperkten, hebben de Tijgers de laatste maanden herhaaldelijk conventionele veldslagen geleverd, waarbij ze vaak veel slachtoffers wisten te maken onder de regeringstroepen alvorens zich terug te trekken.