+ Meer informatie

Niet alle ketters haalden inquisitie en brandstapel

Stroom boeken over andersdenkenden: van wederdoper Müntzer tot Galilei en misoffer

14 minuten leestijd

De belangstelling voor nieuwe ketterijen van New Age, oosterse mystiek en zelfverlossing groeit, als we afgaan op de vele boektitels, volop. Maar de interesse in ketters uit een verder verleden lijkt daarmee gelijke tred te houden. De westerse kerkhistorie van Rome en de Reformatie heeft dan ook voldoende materiaal aangedragen om er een studie of een roman aan te wijden. In dit artikel bekijken we zo een aantal 'ketter-boeken' van dichterbij.

Het eerste is een geromantiseerd verhaal over de Zuidduitse radicale wederdoper Thomas Müntzer; in 1988 werd op diverse plaatsen herdacht dat hij vijf eeuwen eerder is geboren. Müntzer (omstreeks 1488 tot 27 mei 1525) wordt in "Rebel onder de regenboog" van Sietzo Dijkhuizen vooral gezien als de sociaal-politieke hervormer die het werk van tijdgenoot Luther eerst wel wist te waarderen, maar vond dat Luther lang niet ver genoeg ging.


Müntzer communist?


Voor Müntzer betekende de hervorming een revolutie die niet alleen God en de ziel raakte maar heel de samenleving, met haar machtsstructuren, haar uitbuiting door de adel van het zwakke en onedele. Begrijpelijk had men in de DDR anno 1988 grote waardering voor Müntzer en de geestverwante "Zwickauer Profeten" met'hun ijveren voor revolutionaire reformatie. Meer nog dan Luther werd Müntzer in Oost-Duitsland opgeëist als kampioen van een 16e-eeuws 'communisme' en als „oprechte revolutionair van de Boerenoorlog".


Want Luther koos ten tijde van de Boerenopstand de zijde van de machtigen; niet van hen die achter Florian Gever streden voor „het oud en goddelijk recht" van de lagere standen. Müntzer, die zielzorger in een nonnenklooster was en in 1519 door Luthers toedoen tot de Hervorming overging, werd predikant in het nu Oostduitse Zwickau, waar Nicolaus Storch en anderen als "Profeten" hun dweperijen rondbazuinden. Müntzer onderging hun invloed, werd uit Zwickau verdreven en predikte toen in het Thüringse Allstedt. Maar in 1525 werd hij de apocalyptische leider der opstandige boeren. Die werden bij Frankénhausen verslagen en Müntzer werd daarna terechtgesteld.


Geen heilige Thomas


In "Rebel onder de regenboog" beperkt Dijkhuizen —oud-redacteur van Trouw en publicist over natuur en milieu- zich tot de laatste vijfjaren van Müntzers leven. Hij voert daarbij de pamflettenschrijver Matthias als verslaggever in. Ik moet zeggen dat hij een boeiende en historisch verantwoorde roman wijdt aan Thomas, Bartho Wolff, Storch, het Verbond van Uitverkorenen, graaf Ernst van Mansfeld en de tragische ontwikkelingen die leidden tot Müntzers executie.


Een literair meesterwerk werd het boek niet. Maar het heeft een prettige verteltrant, van wiens kant de auteur staat, is duidelijk. Voor hem is Müntzer een man die heilig overtuigd was van zijn goddelijke roeping. Maar geheel kritiekloos is Dijkhuizen niet. Müntzer wordt bij hem geen zondeloze heilige. "Rebel onder de regenboog" door Sietzo Dijkhuizen is een paperback van 156 blz., uitgegeven door Kok, Kampen, en kost 24,50 gulden.


Over Müntzer verscheen zojuist ook "Thomas Müntzer - Herkunft und Bildung" door Ulrich Bubenheimer. Dat Duitstalige boek is deel 46 in de En, gelse reeks "Studies in Medieval and Reformation Thought" van uitg. E. J. Brill in Leiden. Die geïllustreerde 'pil' van 379 Seiten komt gebonden op 140 gulden. Bubenheimer bestudeerde de jonge Müntzer en maakte gebruik van methoden der historische socio-criminologie. Hij toont aan dat Müntzer meer is dan een 'produkt' van mystiek-apocalyptische tradities of van Luther en de Bijbel. Ook de klassieke wijsgeren, de kerkvaders en de christen-humanisten hadden grote invloed op hem.


Hekserij van Atrecht


Eveneens een 'ketter-roman' is "Een mis voor de stad Atrecht" van de Poolse schrijver Andrzej Szczypiorski, een paperback uitgegeven door Amber (De Boekerij) te Amsterdam, 174 blz., 29,90 gulden. Dit "Msza za miasto Arras" werd al in Warschau geschreven tussen najaar 1968 en '70, maar pas nu door Gerard Rasch vertaald. Het speelt in het jaar 1458, wanneer de Noordfranse stad Atrecht (Arras) zo door de pest en honger wordt geteisterd, dat in één maand tijds bijna een vijfde deel van de burgerij hierdoor sterft.


Een paar jaar later, in oktober 1461, breekt de beruchte "Vauderie d'Arras" (de toverij, hekserij en ketterij van Atrecht) uit met felle vervolging van joden en heksen en ketterprocessen. De poorters zochten nog naar een zondebok voor de epidemie die de stad had getroffen. Arras wordt wekenlang door de plunderaars geteisterd. Maar een tijdje later zal de bekende Utrechtse aartsbisschop David van Bourgondië, onechte zoon van Filips de Goede, in een mis voor de stad al die gevoerde processen ongeldig verklaren en zijn zegen aan Atrecht geven. Welnu, deze woelige jaren zijn de de achtergrond van Szczypiorski's vertelling.


Die vangt aan met de ik-figuur Jean, die als jongeman vanuit Gent naar Atrecht kwam en daar onder de hoede van de wijze en onkreukbare pater Albert belandde. Van hem zei het volk later dat hij weliswaar dwaalde, maar toch geloofde. Maar hij was het ook die een vrouw het sacrament van de Heilige Teerspijze weigerde nadat ze ter dood was veroordeeld, omdat ze in de grote hongersnood haar eigen baby had genuttigd. Wel kreeg hij gedaan dat ze 'slechts' zou worden onthoofd, niet in pek gewenteld en geroosterd.


Genade zonder sacrament


Maar toen graaf Farias de Saxe de pater dwong haar die spijze op straffe van zijn eigen dood niét te onthouden, weigerde Albert dat. Hij voegde er echter aan toe dat God in Zijn genade geenszins gebonden is aan de handelingen van priesters en zondaars ook zonder zijn sacramentele daden redt.


Jean wil de nogal onbehouwen prins-bisschop David op de hoogte gaan stellen van wat er recent in de stad allemaal plaatsvindt. De roman gaat verder vooral over de betrekkingen tussen Jean, zijn vroegere mentor in Gent (de zwierbol Chastell), en de bisschop. Jean was een intieme vriend van David aan het hof in Gent: „Menigmaal gaf hij mij zijn vrouwen en leende zijn valken". De stof wordt levendig verhaald en de historische sfeer is vrij goed geraakt. Maar zo platvloers als de auteur ons David van Bourgondië tekent, is hij mogelijk niet echt geweest. Ligt dat aan de vertaling? Die is soms te gewild vlot, bij het banale af. Misschien heeft de Poolse schrijver toch een al te 'hedendaags' boek willen schrijven. Al weten we uit andere bronnen hoezeer ook dit herfsttij der Middeleeuiwren niet uitblonk door hoogstaande beschaving en ethisch verantwoord gedrag. En de hoge geestelijkheid ging het volk niet voor in armoede en kuisheid! Dat was het nu juist waartegen de ketters in de Middeleeuwen zich zo fel verzetten: het liederlijke gedrag der kerkvorsten.


Utopia/Nieuw Jeruzalem

Veel ketters in Middeleeuwen en Renaissance hadden dit gemeen dat ze al op aarde een Nieuw Jeruzalem, een ideale heilstaat wilden vestigen. Ze liepen vooruit op wat de Bijbel belooft maar wat nog niet werkelijkheid was. Zelfs dwepers als Müntzer en Jan van Leiden als 'koning van Sion' in Munster hadden deze hoge idealen, die ze echter met aardse, kwade middelen wilden bereiken. De Italiaanse dominicaner monnik Tommaso Campanella uit Calabrië was ook zo iemand. Hij leefde in de nadagen van de Renaissance, van 1568 tot 1639, en was in 1599 betrokken bij een opstand tegen de Spaanse overheersers van Zuid-Italië. Zijn gewapenderhand te verwerkelijken heilsverwachting liep op niets uit: hij werd verraden en gearresteerd en zat dertig jaar gevangen. In de cel schreef hij diverse boeken, waaronder zijn ideaal "De Zonnestad". Daarin zet hij uiteen hoe volgens hem de ideale maatschappij en staatsvorm eruitziet en hoe onderwijs, voeding, geloof, kleding, seksualiteit, verdediging en zo meer moeten functioneren. Dat boekje van Campanella herinnert wel wat aan "Utopia" van Thomas Morus en aan de "Staat" van de Griekse wijsgeer Plato.


Campanella's ketterijen


Zoals het vaker gaat met mensen die afwijkende denkbeelden uiten, werd hij aanvankelijk gek verklaard. Maar om aan de dood te ontkomen veinsde hij deze krankzinnigheid. Die werd door de cipiers in de kerker serieus genomen, maar door de inquisiteurs, die hem zwaar beproefden, niét. Het verslag van zijn folteringen en zijn 'gekke' gedrag is een opmerkelijk document.


Hij overleeft alles, maar wordt onder meer van de volgende 'ketterijen' beschuldigd: God bestaat niet en is een andere naam voor de natuur. Christus was niet goddelijk, maar een sekteleider. Hij is evenmin opgestaan, maar zijn lichaam is door volgelingen ontvreemd zoals dat ook met Mozes en Pythagoras gebeurde. Hel, duivels, vagevuur en hemel bestaan niet. Maria was geen maagd, en Martha en Maria Magdalena waren minnaressen van Christus, Wiens lichaam en bloed in de mis niet uit brood en wijn te voorschijn kwamen. Homoseksualiteit is geoorloofd en de paus is slechts een machtsmisbruikende tiran.


Men ziet het: voldoende aanklachten om Campanella vele malen ter dood te veroordelen. Maar gelukkig voor hem, wordt hij in 1603 toch echt voor krankzinnig gehouden en slechts tot levenslange opsluiting veroordeeld. Dat geeft hem gelegenheid om tal van geleerde boeken te schrijven: over poëzie, metafysica, theologie, astrologie, geneeskunst, magie en zintuiglijkheid,-politiek en een scherpe aanval op Machiavelli, "Het atheïsme overwonnen".


"Zonnestad"/"De heerser"


Daarin noemt hij deze theoreticus van de min of meer totalitaire staa6(in zijn boek "II Principe", de heerser) een „onbenul in alle wetenschappen, met uitzondering van de geschiedenis der mensheid. Hij bestudeerde de politiek niet op wetenschappelijke wijze, maar met de optiek van de sluwe, ervaren man uit de praktijk. Iedereen die zijn theorieën volgt en deze verkiest boven de ware filosofie van de heiligen is een kind dat boven de medicijnen van de arts de brouwseltjes van de kok verkiest". En met die typering van Campanella, een paar eeuwen na Machiavelli, kon deze het doen...


Van Campanella's "Zonnestad", geschreven als aanhangsel bij diens "Politica", is nu voor het eerst een Nederlandse vertaling verschenen, met commentaar en inleiding van Paul van Heek. De paperback van 120 blz. voor 25 gulden is uitgegeven door Ambo (Baarn). Ruim de helft daarvan bevat de tekst van "De Zonnestad". Dat is een, in dichterlijke dialoogvorm geschreven, leerzame verhandeling tussen een Maltezer ridder en een Genuees, stuurman van ontdekkingsreiziger Columbus. De rest gaat over Campanella's leven en werk.


Rushdie en Teilhard


Ketters zijn van alle tijden en in alle culturen en religies, zolang de mensheid nadenkt over zijn oorsprongen en zijn toekomstige bestemming. Een recente in de moslim-wereld is wel de Britse schrijver van Indiase komaf Salman Rushdie.

Als een 20e-eeuwse ketter in de Rooms-Katholieke Kerk gold destijds de priester en bioloog Pierre Teilhard de Chardin, die min of meer een synthese tot stand bracht tussen het darwinistische evolutie-geloof en de officiële leer van zijn kerk over Gods scheppingsdaad. Maar ook ter 'rechter zijde' kent Rome haar ketterse afwijkelingen van beleden dogma's. Zoals de Franse in de ban gedane, bisschop Michel Lefèbvre, die roomser dan de paus wil zijn. En dan zwijgen we nog maar over vele vormen van verkettering die ook in de kerken der Reformatie schering en inslag zijn en over hen die als linkse of rechtse dissident het marxisme bestreden of zuiverden en daardoor in aanvaring kwamen met de praktijken van de machthebbers in Mao-China of Stalin-Rusland.


Verguisde Jan Hus


Twaalf ketters en ketterse bewegingen uit Europa zijn bijeengebracht in het boek van Renate Riemeck, "Verguisd, vervolgd, verbrand", met als ondertitel "Ketterlevens uit acht eeuwen". Het is een uitgave van Vrij Geestesleven die het gedachtengoed van de, in onze ogen eveneens ketterse, antroposoof Rudolf Steiner verbreidt. Het was een Duitse uitgave van Urachhaus in Stuttgart, die zich eveneens in dat geestelijke klimaat begeeft. De omslag wordt 'gesierd' met de veroordeling en verbranding van de Tsjechische hervormer Jan Hus door het Concilie van Konstanz in 1415. Die prent is ontleend aan het "Concilienbuch" van Ulrich von Richenthal, dat in 1483 te Augsburg is verschenen.


Professor Renate Riemeck is een historica en leerlinge van Rudolf Steiner. Zij heeft zich, mede door haar eigen ervaringen van vervolging en onderdrukking voor en in de Tweede Wereldoorlog, vele jaren met het thema 'ketters' beziggehouden. In haar boekje bespreekt ze Katharen en Waldenzen, bekende ketters als Joachim van Fiore, John Wycliffe. Jan Hus, de protestantse ketter Hans Denck en Gottfried Arnold. Deze nam het al in zijn "Onpartijdige Kerk- en Ketter-historie" (1729) op voorde misverstane "Reformateurs" of "Stiefkinderen van het christendom", zoals C. B. Hylkema en J. Lindeboom hen typeerden.


Geert Groote in Praag


Maar Riemeck, die in een ander nu zeer actueel geschrift een speurtocht onderneemt "Op zoek naar Midden-Europa", wijdt in "Verguisd, vervolgd, verbrand" ook hoofdstukjes aan minder bekende 'andersdenkenden'. Gottschalk de Sakser is een van hen. Of de Schot hetende, maar uit Ierland afkomstige, Johannes Scotus (Eriugena), die de werken van Dionysius de (pseudo-)Areopagiet vertaalde. Of Konrad Waldhauser en zijn geestelijke zoon Militsch van Kremsier, die in de 14e eeuw in Bohemen hervormingsgezind werkzaam waren en de denkbeelden van de Italiaanse rebelse Cola di Rienzo waren toegedaan. Beiden waren in Praag ook wegbereiders van Jan Hus. Waldhauser preekte onder meer in het Duits en Militsch in het Tsjechisch. 'Onze' Geert Groote, 'vader' van de Broeders des Gemenen Levens, studeerde in die jaren in Praag en moet wel de Latijnse preken van Militsch beluisterd hebben. Riemeck suggereert dat déze Praagse ervaring Groote heeft aangezet tot zijn broederschap in Deventer en elders. Beide Boheemse geestverwanten met hun 'ketterse' -maar in wezen zuiverder en bijbelser!— prediking over de antichrist en het Nieuwe Jeruzalem hebben de brandstapel niet behoeven te beklimmen, omdat ze vóór de definitieve pauselijke veroordeling in Rome of Avignon zelf al overleden.


'Verborgen ketters'


Riemeck laat zich in haar boek zowel door Gottfried Arnold als door de bij ons weinig bekende Eduard Winter inspireren. Winter, een voormalige rk-theologie-professor in Praag, werd later hoogleraar (Oosteuropese) geschiedenis in Oost-Berlijn. Hij publiceerde in 1979 het boek "Ketzerschicksale" (Lotgevallen van ketters), waarin hij begon met de abt Joachim van Fiore (12e eeuw) en eindigde met Franz Brentano en diens leerling Hermann Schell. Andere 'ketters' in Winters boek waren ook Nicolaas van Kues (Cusanus), Kepler, Pascal, tsaar Peter de Grote, Leibniz en Schlegel. Dat zijn dus allen figuren die niét op de brandstapel eindigden of door de inquisitie werden achtervolgd.


Winter spreekt namelijk over de vele 'verborgen ketters', voor wie hij een gedenkteken wilde oprichten: andersdenkenden, die weliswaar niet de marteldood ondergingen, maar die wel „gedachtenstromen in beweging gebracht hebben". Door dié opvatting van 'ketterdom' voelde ook Riemeck zich aangesproken. Haar boek is een aardige eigentijdse bijdrage tot de kennis van het ketterwezen in Europa. Daarbij nemen we verwijzingen naar Steiner maar op de koop toe. Wat wij de overgang van Middeleeuwen naar Nieuwe Tijd noemen, is voor hem (en Riemeck) de stap van „de vierde naar de vijfde na-Atlantische cultuurperiode".


Deze matig geïllustreerde paperback van Riemeck is een uitgave van Vrij Geestesleven te Zeist. Het boek telt 128 blz. en kost 27,50 gulden.


Galilei en de zon


Nog één boek over een opmerkelijke ketter noemen wij hier: "Galilei, Ketter", door de jonge, in Parijs werkzame Italiaanse wetenschapshistoricus Pietro Redondi. Hij publiceerde al "Kenleer en wetenschapsgeschiedenis", verder over de denkbeelden van Sadi Carnot, en "Cultuur en wetenschap van Verlichting tot Positivisme". Zijn nieuwe boek behandelt "De politieke machtsstrijd rond het proces tegen Galileo Galilei, 1633". De lijvige paperback van 395 blz. met 16 blz. foto's is een uitgave van Agon in Amsterdam en kost 39,50 gulden.


Redondi probeert hier aan te tonen dat het in dat proces rond de Italiaanse natuurkundige Galilei (1564-1642) meer om macht, politieke touwtrekkerij en intriges ging dan om Galilei's Copernicaanse overtuiging dat de aarde om de 'zon draaide en niet andersom. Als hij in 1633 voor de Inquisitie wordt gedaagd, zou hij, zo wil de gangbare mythe rond de geleerde, in arren moede zijn ideeën verloochend hebben. Maar op zijn sterfbed zou hij, aldus diezelfde mythe, als laatste woorden gemompeld hebben: „En toch beweegt ze" (de aarde).


Misoffer geloochend


Voor Redondi was het dè vraag: hoe kan de dichter Maffeo Barberini, die een vriend van Galilei was en die in 1623 tot paus Urbanus VIII werd gekozen, de geleerde de hand boven het hoofd houden, terwijl hij toch tien jaar later door de Kerk tot levenslang huisarrest en afzweren van zijn visie wordt veroordeeld. In zijn (al in 1983 in Turijn verschenen) boek zet Redondi uiteen dat hij in de Vaticaanse archieven een document vond waaruit blijkt dat Galilei niét om dié ideeën werd veroordeeld, maar dat dit proces een politieke truc was om hem het zwijgen op te leggen en om hem te redden van een veel ernstiger veroordeling: wegens ketterij inzake het dogma van de eucharistie (misoffer).


In zijn boek "II Saggiatore" (het Goudschaaltje) betoogt Galilei dat God naast de Bijbel ook het boek der Natuur schreef en dat de objectieve eigenschappen van de materie (volgens Aristotefes) helemaal niet bestaan. Kleur, aangaande de mis. Want warmte, smaak en geur zijn slechts subjectieve gewaarwordingen via prikkels. Daarmee ondergroef Galilei de zó zijn (anders dan het roomse dogma wil) niet brood en wijn wezenlijk en 'objectief' veranderd in lichaam en bloed van Christus, maar hooguit in de ervaring der gelovigen.


Ten diepste ging het geding-Galilei volgens Redondi over déze, voor de leer der Kerk wezenlijker, zaak en niet zozeer over Galilei's sterrenkunde uit zijn "Siderius Nuncius" (1610) en vooral zijn "Dialogo" uit 1632. Met veel bewijzen in een nogal chaotisch boek werpt Redondi nieuw licht op dit beroemde proces.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.