+ Meer informatie

HET GEBED VAN OUDEREN VOOR ANDEREN

6 minuten leestijd

Een onderwerp ook voor ambtsdragers

Ambtsdragers zullen bij het gesprek met ouderen ook wel eens terechtkomen bij het punt van de voorbede. Ouderen kunnen daar vragen over hebben. Ambtsdragers kunnen er zelf vragen over stellen. Op grond van enkele gesprekken en van enkele brieven heb ik de indruk dat er ouderen zijn, die met dit onderwerp zitten. Hoe moeten we de voorbede vorm geven? Voor wie wel en voor wie niet? Hoe ver mogen we gaan? Mogen we blijven bidden, ook als we zien dat ons gebed niet wordt verhoord? Op enkele van deze vragen wil ik in dit artikel kort ingaan.

De drie pijlers van de gebedsbrug

Allereerst herinner ik aan antwoord 117 (zondag 45 van de Catechismus) waar over de drie pijlers van het gebed wordt gesproken. Allereerst, het aanroepen van de enig ware God, om wat Hij ons in Zijn woord geboden heeft. Vervolgens, het kennen van onze nood en ellendigheid, waardoor we tot verootmoediging komen. Tenslotte, de vaste grond in ons gebed, dat God ons wil verhoren om Jezus’ wil. Op deze drie pijlers rust de brug van het gebed. Zonder deze drie kan het gebed niet.

Het is goed met oudere mensen over elk van de drie rustig te spreken. Dat gesprek kan iets hebben van een toelichting op wat de Catechismus zegt.

De voorbede in het Nieuwe Testament

Het gaat ons nu speciaal om de voorbede. De Heere Jezus Zelf heeft tijdens Zijn leven op aarde veel gebeden. Voor Petrus met name heeft Hij de voorbede gedaan (Lukas 22 : 32). Over Zijn voorbede in de hemel lezen we in Romeinen 8 : 34 en Hebreeën 7 : 25. Met name de laatste tekst is opvallend. Het volkomen zalig maken wordt met Zijn voorbede in de hemel in verband gebracht. Zaligheid hangt fundamenteel af van het werk dat Jezus op aarde heeft volbracht. Het gaat blijkens deze tekst niet buiten Zijn voorbede nu in de hemel om. Staan we daar genoeg bij stil?

Paulus vraagt om de voorbede. Men leze teksten als Efeziërs 6 : 19 en Kolossenzen 4 : 3. Hij verricht zelf ook de voorbede voor de gemeente (1 Thessalonicenzen 1 : 2 en 2 Thess. 3:1,2).

Verschillende kringen

En nu dan de voorbede van ouderen. We beginnen bij de kring waarin zij leven: kinderen en kleinkinderen, familie en vrienden. hoe nodig is het voor hen te bidden en wat een voorrecht dat dat mag. Wie in gedachten met geliefden bezig is, zal zeker ook voor hen (gaan) bidden. Soms beloven we dat bij een ontmoeting, in een telefoongesprek of een brief. Het is nodig die belofte uit te voeren. Het is niet verkeerd erop te wijzen dat ook bejaarden een aantekening kunnen maken van hen voor wie ze zich voorgenomen hebben of aan wie ze beloofd hebben de voorbede te doen. Wij staan daar misschien wat vreemd tegenover. Toch kan het ons helpen in de voorbede trouw te zijn. Als we daar een notifie over maken, zal de kring van hen voor wie we bidden onwillekeurig wijder worden. Steeds dezelfde naam is wel wat te veel. Ik heb gehoord van mensen die namen opschrijven, dat er eigenlijk steeds meer namen bijkomen.

Naast de familie en vrienden is daar de plaatselijke gemeente: kerkeraad, eigen predikant of gastpredikant (als de gemeente vacant is), de jeugd van de gemeente en ook degenen wier namen zondags genoemd worden. We kunnen met ouderen ook spreken over activiteiten van verenigingen, van mensen die in of namens de gemeente werk doen. Wat een voorrecht als we zo ouderen hebben die de gemeente op het hart dragende, in gebed bij God brengen.

Daar is het werk van de kerk in breder verband: zending, evangelisatie in Israël, maar ook werkers in het brede kerkelijke leven. Daarnaast de overheid en mensen die in nationaal en internationaal verband zware verantwoordelijkheden dragen.

Niet belastend

Bejaarden moeten door de voorbede niet belast of bezwaard worden. Daarom is het goed elke dag bepaalde mensen of zaken in het gebed te betrekken. Het hoeft niet allemaal op één dag te gebeuren. Er zou met hen ook gesproken kunnen worden over wat de beste tijd is. Dat kan per persoon verschillen. Ik zou wel aandringen op een vast ogenblik per dag, bijvoorbeeld ’s morgens na het ontbijt, of eventueel na het middagslaapje voordat er bezoek komt. In de Bijbel treffen we ook het gebed op vaste tijden aan.

Volhouden

Een van de vragen is of je maar moet blijven bidden, ook als je ziet dat het gebed niet verhoord schijnt te worden Ik zeg met nadruk schijnt. Immers God hoort alle gebeden. Hoe Hij ze verhoort, is niet aan ons. Dat is Zijn zaak. Soms verhoort Hij anders dan wij het verwacht of gewenst hadden. De Heere wil soms verrassend antwoorden. Er zijn echter ook dingen waarop wij lang moeten wachten. Soms blijft de verhoring helemaal uit. Hoelang mogen we met bidden doorgaan? Dat is een heel persoonlijke zaak. Een ander kan niet beslissen over het ophouden met bidden voor iemand of iets. We kunnen elkaar soms wel met enkele aanwijzingen dienen. Wat ik met nadruk wil zeggen is: houd niet te gauw op met bidden. Vooral in het gebed, dus ook in de voorbede komt het op volharding aan. Wie erover denkt om met het bidden voor iets of iemand te stoppen, legge dat ook aan de HEERE voor. Hij vrage of God hem/haar duidelijk wil maken dat het genoeg is geweest. Meestal zal dat het geval zijn, als iemand het gevoel krijgt dat verder bidden een soort dwingen wordt. Dat mag zeker niet.

Ook kan, bijvoorbeeld bij een ziekte, blijken dat het helemaal de verkeerde kant uitgaat. Dan kan er een moment komen dat we moeten zeggen: Wij hebben zo veel gebeden, nu ziet het ernaaruit dat God het gebed om genezing niet verhoort. Nogmaals, die conclusie moet niet te gauw worden getrokken. Iemand moet er innerlijk aan toe zijn. Het kan inderdaad zo ver komen.

Enkele motieven

Ik wijs nog op vier motieven die tot de voorbede dringen. We bidden

1. uit dankbaarheid voor de genade van de Heere Jezus Christus. Hij wil die ons en anderen bewijzen;

2. uit liefde tot anderen die we met hun zorg aan Gods zorgende liefde toevertrouwen;

3. uit betrokkenheid bij het werk Gods op aarde, dat we in onze voorbede voor anderen daarmee bezig mogen zijn;

4. ik noem dit als laatste, maar ’t is eigenlijk het eerste: de eer van God in het leven van anderen en van onszelf.

We moeten in de voorbede geoefend worden door de Heilige Geest. Van Hern moeten we het echte bidden leren. Wat geweidig om dat mee te maken.

Enkele vragen

Ik voeg aan dit artikel enkele vragen toe, die ambtsdragers kunnen stimuleren tot of helpen bij het gesprek met ouderen over de voorbede voor anderen.

1. Hoe denkt u met ouderen over dit onderwerp aan de praat te kunnen komen? Door ernaar te vragen of langs indirecte weg?

2. Vindt u het gepast of ongepast om te vragen voor wie zij zoal bidden?

3. Vindt u het terecht om hen te wijzen op de mogelijkheid om aantekening te maken van namen voor wie gebeden wordt?

4. Zoudt u op dit onderwerp bij een volgend gesprek terug durven komen?

5. Welk Schriftgedeelte zoudt u bij zo’n gesprek ter sprake brengen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.