+ Meer informatie

Rondom bevestiging, intrede en afscheid

6 minuten leestijd

Dankzij de rubriek „Uit de Kerken” in De Wekker worden we geihformeerd over plechtigheden die de titel van dit artikel vormen. Het is voor velen niet de minst interessante rubriek van ons kerkelijk orgaan. Ik weet dat er lezers zijn die allereerst deze rubriek lezen. Misschien dat sommigen nog eerder naar de advertentiepagina grijpen. Het gaat in beide gevallen om een vorm van meeleven met wel en wee van de kerken en van kerkleden.

Wie de laatste jaren de vele berichten van bevestiging van kandidaten nagaat, bemerkt dat er heel wat predikanten zijn die dergelijke plechtigheden bezoeken. Als deelnemend aan de „handoplegging” worden hun namen bij het verslag van de bevestiging- en intrededienst vermeld.

Op dit punt zijn er lezers (of ook lezeressen) die het aantal nauwkeurig bijhouden en zelfs over records spreken die gebroken worden.

Of in de veelheid van hen die aan de handoplegging deelnemen, iets ligt van het geliefd zijn van de te bevestigen kandidaat vermag ik niet te beoordelen. Een feit is dat de Wekker-verslagen het soms tot een aantal van 15 of meer predikanten brengen.

Als ik het goed begrijp is dat gebruik een beetje op zijn retour. In de laatste verslagen over bevestiging van kandidaten werden minder namen genoemd dan — naar mij bekend is — het aantal van aanwezige predikanten telt. Het lijkt me niet onmogelijk dat hierin een reactie zit op de hele stoet van namen, die anders in De Wekker komen. Ik hoorde in verband met de bevestiging van een kandidaat dat in de betreffende gemeente alleen de bevestiger en de consulent van de gemeente de handoplegging verrichtten. Van de andere predikanten werd aangenomen dat ze met deze regeling instemden.

Er is op dit punt nog een merkwaardig verschijnsel. Het is voorgekomen dat bij de bevestiging van een kandidaat in één van onze kerken een niet-christelijk gereformeerd predikant aan de handoplegging meedeed. Het waren kennelijk familiebanden tussen de een en de ander, die de desbetreffende kerkeraad ertoe brachten om een niet-christelijk gereformeerd predikant aan de handoplegging te laten deelnemen. Trouwens ook in gevallen waar het niet om familiebanden ging, is het wel voorgekomen dat een predikant van buiten onze kerken aan de handoplegging deelnam.

Blijkens een verslag in een dagblad is ook het omgekeerde onlangs voorgekomen. Twee christelijk gereformeerde predikanten namen bij de bevestiging van een broer, respectievelijk zwager deel aan de handoplegging in de hervormde kerk, waar de kandidaat predikant werd. Het klinkt allemaal wat ingewikkeld. Dat is het ook.

Er is mij een geval bekend, waarin de kerkeraad het een predikant van buiten onze kerken niet toestond om bij de bevestiging van zijn broer tot christelijk gereformeerd predikant deel te nemen aan de handoplegging.

Wie zowel van het een als het ander kennis neemt, moet zeggen dat hier iets van willekeur meespeelt. Zijn er op dit punt regels? Of zijn er stilzwijgende afspraken die in het algemeen nagekomen worden, maar waarvan men toch in bepaalde gevallen kan afwijken? In welke gevallen kan daarvan afgeweken worden? Wanneer de mogelijkheid daarvan immers niet bekend noch omschreven is, is het willekeur dat in het ene geval een familielid wel mag deelnemen aan de handoplegging en in het andere geval niet. Onlangs trof mij in een verslag van het afscheid van een predikant dat de vertrekkende broeder namens de plaatselijke kerken werd toegesproken door de pastoor. Dat er nog andere pastoors aanwezig waren, van wie één het woord Voerde, laat ik op dit ogenblik buiten beschouwing. Het gaat er nu om dat als vertegenwoordiger van de plaatselijke kerken de pastoor de predikant ten afscheid toesprak. De uitnodiging voor een dergelijke afscheidsdienst is over het algemeen een zaak van officiële contacten die kerken met elkaar hebben. Moet ik uit dit verslag afleiden dat de christelijke gereformeerde kerk officiële contacten met de rooms-katholieke parochie ter plaatse heeft, zoals de kerken dat met hervormde en gereformeerde kerken hebben?

Wie dit alles op zich laat inwerken, kan er niet aan ontkomen te concluderen dat er een grote mate van verscheidenheid in het kerkelijk leven is. Nu kan verscheidenheid geen kwaad. Ze kan zelfs uitdrukking zijn van de veelvormigheid die de Here God in zijn schepping gelegd heeft.

Maar de verscheidenheid in de drie hierboven genoemde situaties doet toch wat vreemd aan. Waarom gebeurt het in de ene plaats zo, terwijl in de andere plaats hetzelfde niet toegestaan wordt? Ik dacht dat het nodig is hier wat duidelijkheid te scheppen. Zonder in vrijheden van plaatselijke kerkeraden te treden, is het toch nodig dat er ten aanzien van deelname door niet-christelijke gereformeerde predikanten aan de handoplegging bij bevestiging van kandidaten duidelijkheid komt. Het gaat hier maar niet om plaatselijke contacten binnen het kader van een contactorgaan van de gereformeerde gezindte, doch om een ambtelijke handeling. Het is niet aan mij om in dit artikel aan te geven op welke wijze die duidelijkheid bevorderd of verkregen kan worden — dat er behoefte aan bestaat lijkt mij evident.

Contacten van de Christelijke Gereformeerde Kerk met kerken ter plaatse kunnen zeer verschillend zijn. Het is zelfs denkbaar dat er helemaal geen contacten zijn. Ook dat is een zaak waarin de plaatselijke kerkeraad zelfstandig zal moeten oordelen.

Toch komt het mij vreemd voor dat de contacten met de Rooms Katholieke Kerk ter plaatse zo intensief zouden zijn, dat de pastoor namens andere kerken de vertrekkende predikant moet toespreken.

Het laat zich denken dat de veelheid van namen van hen die aan de handoplegging hebben deelgenomen bij de bevestiging van een kandidaat, aanleiding wordt tot onplezierige vergelijkingen. De vraag is dan of men om dat te voorkomen ervan moet afzien dat aanwezige predikanten aan de handoplegging deelnemen. Voor mij is het een bijzonder mooie gedachte dat allen die zelf het ambt van dienaar des Woord bekleden als in een kring rondom hun ambtsbroeder heenstaan en hem met het Woord van God de handen opleggen. Dat behoeft niet te betekenen dat in ons kerkelijk orgaan de namen van allen die daar aan meededen vermeld worden. Misschien kan juist het weglaten van al die namen helpen om het feit zo zuiver mogelijk te houden.

In het bovenstaande liet ik mijn gedachten gaan over enkele dingen die bij het lezen van de kerkelijke pers en van kerkberichten buiten de kerkelijke pers mij hebben getroffen. Het leek mij goed deze zaak als punt van bespreking binnen onze kerken aan de orde te stellen.

(Dit artikel was reeds ter perse toen in „De Wekker” van 17-2-’78 het artikel verscheen „Samenwerking in de praktijk”, dat over dezelfde zaak gaat zonder dat wederzijds overleg hieromtrent heeft plaatsgevonden.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.