+ Meer informatie

Berichten en Mededeelingen

6 minuten leestijd

Het algemeen bestuur van de Federatie van Diaconieën heeft in zijn vergadering van 30 Januari voorzien in de drie vacatures in het dagelijksch bestuur, ontstaan door de periodieke aftreding van de heeren Slotemaker de Bruine, Ruys en Nelemans.

Achtereenvolgens zijn de bestuursplaatsen, die vervuld moesten worden — voorzitter, secretaris en 2e secretaris — besproken en daarna de plaatsen vermeld.

Het dagelijksch bestuur is voor 1930 aldus samengesteld:

Dr J. R. Slotemaker de Bruine, voorzitter.

Jhr Dr A. W. van Holthe tot Echten, 2e voorz.

G. J. A. Ruys, secretaris.

Mr F. A. Nelemans, 2e secretaris.

H. Wisman, penningmeester.

S. Roosjen, 2e penningmeester.

Het algemeen bestuur wordt gevormd door de leden van het dagelijksch bestuur met de heeren: Dr J. H. Adriani, Jhr Mr J. M. M. van Asch van Wijck, W. van Barneveld, J. van Donselaar, P. van der Esch, W. F. Jansen, P. van der Kamp, H. van der Leest, D. G. P. Mullaard.

Aan de jonge lidmaten. Dit boekje is thans in een 4e tienduizendtal verschenen en reeds een vrij groot aantal werd door verschillende diaconie-en besteld. De bizondere aandacht wordt er nog eens op gevestigd. Desgewenscht kan men een presentexemplaar bekomen. Prijzen en voorwaarden werden aan de diaconieën gezonden.

Diaconale vergadering. — Reeds nu wordt medegedeeld, dat op Donderdag 24 April te Utrecht een vergadering zal gehouden worden, waar het diaconale probleem, inzonderheid met het oog op de groote steden en industrie-centra zal behandeld worden.

Prae-adviseurs-predikanten zijn M. van Grieken, C. J. van Paassen en C. G. Wagenaar.

Prae-adviseurs diakenen, de heeren; Dr J. H. Adriani, P. van der Kamp en J. Welling.

Deze prae-adviezen zullen omstreeks 1 April voor den druk gereed zijn en dan algemeen verkrijgbaar, waaromtrent nog nader mededeeling geschiedt.

Excursie Bielefeld. — Deze wordt voorbereid. De dagen, waarop zij zal gehouden worden, zijn Dinsdag 20 tot en met Vrijdag 23 Mei. Mededeeling geschiedt vroegtijdig, zoodat zij, die er aan willen deelnemen, die dagen kunnen vrijhouden.

Diaconale administratie. De aangename samenwerking met de commissie voor de diaconale armenzorg wettigt volkomen, dat ook in dit orgaan nog eens gewezen wordt op de diaconale administratie-boeken. Vooral bij den aanvang van het jaar zullen diakenen goed. doen, als zij overwegen en zich er rekenschap van geven, of ’t niet nuttig is en goed, om bij de administratie gebruik te maken van hetgeen de commissie heeft ontworpen. Verschillende diaconieën hebben boeken en voorlichting gevraagd. Velen kunnen en moeten volgen.

Diaken B. M.… — Neem het synodaal reglement voor de diaconieën, zooals we ook dit vinden opgeteekend in het diaconaal zakboekje. Wat leest ge in artikel 7?

Immers dit: „dat diakenen allereerst en bij voorkeur zorgen voor de arme lidmaten der gemeente en hun kinderen, doch dat zij hun zorg ook zullen uitstrekken tot armen, die geen lidmaat zijn, indien en voor zoover hun middelen daartoe strekken.”

De beperking is dus: indien en voor zoover hun middelen daartoe strekken.

In de toelichting staat verder, dat zij „hun zorg dus ook uitstrekken tot hen, die volgens art. 2 van het algemeen reglement, tot de kerk behooren. En deze personen zullen zij, indien de geldmiddelen ’t vergunnen, niet aan het B.A. overlaten.”

Nu concludeer ik: indien geldmiddelen het toelaten, mogen doopleden niet worden overgelaten; dus zeker niet lidmaten. Deze moeten door een diaconie worden verzorgd.

Als een diaconie iemand ƒ3.— geeft en de andere ƒ3.— die hij noodig heeft, moet hij maar elders zien te krijgen, dan verzorgt de diaconie niet, dan helpt zij.

De beperking van leeftijd, inwoning enz. zijn gemeentelijke of plaatselijke vindingen. Naar mijn meening voor een deel gemakzucht. Want als diakenen zich houden aan hetgeen het synodaal reglement voorschrijft, dan hebben zij (zie art. 13) aan de kerkelijke verzorging der armen den ruimsten omvang te geven.

Hoe kunnen ze dit. Door te doen wat in hun vermogen is om de inkomsten te vermeerderen, vooral door beroep op de liefdadigheid der gemeente (zie art. 13).

Ik moet u antwoorden: „ga heen en doe gij desgelijks.”

Maar bedenk dit: der gemeente … is niet ’t zelfde als een groep kerkgangers.

. L. O.… — U vraagt, of de taak van de diaconie zich niet behoort te beperken tot voorziening in het leed van armoede en behoeftigheid.

Ik ben van oordeel, dat het niet breed zien van de taak der diaconie en het zich bepalen tot het voorzien in de nooden van armoede of behoeftigf-heid, bevorderd heeft en mede oorzaak is, dat uit-deeling, verzorging en hulpbetoon geleidelijk doorgevloeid en verwaterd zijn tot bedeeling; dat de diaconie werd een bedeelingskas, zoodat de christelijke handreiking, die Onder ons nog altijd met eere genoemd wordt, niet immer is practisch christendom, maar een daad van „goedigheid”.

Indien de gemeente haar diaconie erkent als het lichaam, dat barmhartigheid en weldadigheid bewijst, dan zal men zich niet kunnen, niet mogen beperken tot rechtstreeksche armenzorg.

Dan zal de taak zich ook richten op de zorg, die lichamelijk lijden vraagt en vereischt, dan zal een diaconie of zullen diaconieën te zamen mogelijk maken, dat die verzorging kan gegeven worden.

Mogelijk maken dat deskundigen kunnen verzorgen en verzachten — dat is ook barmhartigheid.

Diaken F.… — In antwoord op Uw vraag deel ik U mede, ” dat waar de publieke verpachting door een notaris geschiedde, het dus de vraag is, of deze notaris zich aansprakelijk heeft gesteld voor de pachtsommen. In dit geval heeft de diaconie zich van deze aangelegenheid niets aan te trekken. Zij zal goed doen, als zij zich daarover met dien notaris verstaat.

Indien de diaconie deze aangelegenheid zelf moet behandelen, dan kan zij:

a. een exploit van sommatie doen uitbrengen, waarbij o.m. gesommeerd wordt de huurtermijnen op tijd te betalen.

b. als het vaststaat, dat de pachter weigerachtig is en het zich laat aanzien, dat hij weigerachtig zal blijven en zich dus niets van het land aantrekt, zoomede de huurtermijnen op de daarvoor gestelde tijdstippen niet betalen zal, ontbinding der overeenkomst vragen met eisch tot schadevergoeding.

Diaken de W. Mijn meening is, dat we bij art. 20 van het reglement voor de diaconieën ons niet mogen vastklemmen aan de letter, maar zeker ook naar den geest moeten vragen.

Het huis moge zelfstandig zijn, eigen fondsen hebben, en wat dies meer zij, zijn bestuur wordt uit en door diakenen gekozen en aan diakenen wordt rekening en verantwoording gedaan. Dit valt m.i. geheel onder de diaconie en is dan ook een diaconale stichting.

Als een diaken, geen bestuurslid zijnde, in deze stichting werkt, dus leveranties doet, is het misschien niet naar de letter, maar toch zeker naar den geest van dit artikel, dat diakenen zijn uitgesloten.

Er zijn er, die ’t anders zien en anders zeggen. Is er verschil van inzicht, is er twijfel? In gevallen van twijfel onthoude men zich.

DE SECRETARIS.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.