+ Meer informatie

Een getuigenis

7 minuten leestijd

4. Blijvende invloed?

We zijn toegekomen aan het eind van de bespreking van het bekende getuigenis. In ons laatste artikel hebben we enkele critische geluiden laten horen. Het was daarbij geenszins de bedoeling stenen te werpen vanuit een ivoren toren. Dit laatste is verweten aan een van degenen, die ook critiek geuit had en de opstellers had gewezen op de noodzaak van afscheiding. We moeten dacht ik altijd maar toezien, dat we ons niet verschansen in een of andere ivoren toren buiten de waarheid van Gods Woord om. Uiteraard kunnen we dat ook doen met het getuigenis in de hand zonder dat we letten op de eisen van God ten aanzien van de kerk. We weten heel goed, dat nergens te roemen valt op de toestand van de kerk. Ook niet in onze kerken. Soms zou je nog wensen, dat overal nog gepreekt zou worden wat in dit getuigenis staat. Maar nu kan een dergelijke algemene belijdenis over de algemene toestand van de kerk heel goedkoop zijn. Algemene schuldbelijdenissen worden in de regel gemakkelijk uitgesproken, terwijl ondertussen alles hetzelfde blijft. Het gaat bijvoorbeeld helemaal niet moeilijk om te belijden, dat we allemaal zondaren zijn Zo kunnen we ons ook op het erf van de kerk afmaken van de ernst van de situatie. Trouwens de situatie in eigen kerkelijk huis verandert niets bij de betuiging, dat het overal mis is. Daarom hebben we het in ons vorig artikel niet aan laten komen op wat algemene kreten, maar proberen aan te wijzen wat in dit getuigenis gemist wordt. U zult zich herinneren ons bezwaar tegen het te algemeen spreken over de verzoening en het nagenoeg verzwijgen van de huidige verdraaiing van Gods Woord. In onze tijd is de prediking arm door het niet tenvolle aanvaarden van het Woord Gods en het verzwijgen van de persoonlijke beleving van de verborgen omgang met God door een levend geloof. In de beste tijden van de kerk hebben deze dingen altijd gesproken in de prediking.

Er is in ons vaderland nog een volk, dat daarnaar uitgaat. En ik vrees, dat juist dàt volk zich bij alle blijdschap over het goede zich niet door het geheel van dit getuigenis toegesproken voelt. De nood van het erfdeel van de kerk in onze tijd in de kern nml. het gemis van de vreze Gods komt er te weinig in uit.

Daarom geloof ik niet aan die invloed van dit getuigenis, die gewenst zou zijn onder de zegen van de Heilige Geest: het herstel van de kerk.

Spreken de feiten niet van grote invloed? Ik kan begrijpen, dat iemand dit zegt! De Hervormde Synode heeft zich lang beziggehouden met dit stuk. Prof. dr. van Niftrik heeft ter inleiding een lange rede gehouden voor de Synode-vergadering om de punten van het getuigenis nader toe te lichten. Nadrukkelijk heeft hij in die nadere verklaring gevraagd om een duidelijke uitspraak van de Synode. Niet tevreden zouden de ondertekenaars zijn met een halfslachtige sympathie-betuiging. Zelfs klonken deze woorden: „De Synode moet goed begrijpen, dat er een ogenblik kan aanbreken, waarop in de Hervormde Kerk de kreet wordt aangeheven: wij hebben geen deel aan David en geen erfbezit met de zoon van Isai! Zorg nu voor uw eigen huis David! Dat is geen dreigement. Dat is een waarschuwing.”

Daarna zijn meer dan dertig sprekers aan het woord geweest, die hun voor en tegen lieten horen. Het geheel is uitgemond in een uitspraak, die met algemene stemmen tot stand kwam: „De Generale Synode verklaart met erkentelijkheid te hebben geluisterd naar het Getuigenis, dat haar is voorgelegd. Zij heeft er een grote bewogenheid in gehoord met de geestelijke nood en onzekerheid in de kerk. Omdat zij deze bewogenheid deelt, hoopt zij van harte, dat dit Getuigenis, dat belangrijke aanwijzingen geeft met betrekking tot wat de kern van haar belijden is, in brede kringen zal worden gelezen en overdacht. Wat de afwijzing van bepaalde politieke ideologieën betreft, meent zij, dat enerzijds vereenzelviging van welke ideologie dan ook met de prediking van het Evangelie met klem dient te worden afgewezen, maar dat anderzijds met des te meer nadruk op het onlosmakelijk verband tussen geloof en politieke verantwoordelijkheid dient te worden gewezen.” Tot zover citeren we de uitspraak. Nu zal men zeggen: is dat alles niet prachtig? Men heeft toch hoe dan ook geluisterd naar de stem van hen, die het getuigenis vertegenwoordigen? En dan een uitspraak waarin op een welwillende wijze over dit stuk gesproken wordt! De synode deelt zelfs de bewogenheid die erin spreekt. En tot de dag van vandaag wordt er nog veel over dit getuigenis geschreven, al lijkt een klein beetje meer terughoudendheid in het schrijven van Gereformeerde Bondszijde op te merken. Maar toch wordt de invloed van dit getuigenis geprezen.

Wij blijven echter vrezen, dat van een wezenlijke beïnvloeding geen sprake is. Is de uitspraak van de Synode anders dan wat men nu juist niet wilde? De tegenstanders van het getuigenis zullen met deze beslissing geen of weinig moeite hebben. Het is zo’n zware zaak niet te zeggen, dat in dit stuk belangrijke aanwijzingen zijn ten aanzien van de kern van het belijden der kerk. Zoiets is nog wel te onderschrijven al staat iemand zelf niet achter die kern. Het is mij groter wonder, dat de voorstanders daarvoor gestemd hebben. Ik heb eerlijk niet het idee, dat men door het horen van de bezwaren zoveel veranderd is. De afstand tussen de afkeurende woorden, die nog maar even te voren over het juk van het getuigenis - aldus één van de leden der synode - gesproken waren, en de uitspraak is in wezen niet zo groot.

Nu hebben wij het tot nog toe gehad over de invloed op hoog niveau. Belangrijker is de doorwerking in de gemeenten. Dat zou moeten blijken uit de prediking vanaf de kansels in de Hervormde Kerk. Daarin zou het zeker uit moeten komen. Het is toch de opstellers niet begonnen om een bepaalde beroering in de top, maar om doorwerking in het geheel van de kerk. Dan vrees ik dat de beweerde opschuiving naar rechts wel eens mee kon vallen of liever tegen kon vallen. Het proces van verval gaat nog verder door. Het is goed mogelijk, dat ik me vergis. Men wil er graag op wijzen, dat er een mogelijkheid van gesprek is. De zaken zijn op tafel gelegd. Ik wil het niet ontkennen. Het kan ook zijn, dat ze er op blijven liggen en zo in wezen er onder gekomen zijn. Dan is het getuigenis op een zijspoor geleid met een prachtige uitspraak. Dit is wel zeker, dat zonder waarachtige wederkeer tot de Heere, die niet van de mens uit geboren wordt, er niets van te verwachten valt. Dan zal dit getuigenis de weg gaan van zoveel adressen enzovoorts in het verleden, die wel veel goede dingen bevatten, maar toch aan verlating en wederkeer voorbij gingen.

We leven in een tijd, dat we wel heel bijzonder nodig hebben het gebed om de werking en doorwerking van de Heilige Geest. Die dat gebed verstaan behoren tot de knechten, die een welgevallen hebben aan de stenen van Sion en medelijden met haar gruis. Calvijn schrijft in zijn commentaar op Psalm 102: hoe droeviger de toestand der kerk is hoe meer wij haar in liefde moeten aanhangen. Dan kunnen we niet voorbijgaan aan de toestand van het gehele erf van Gods kerk en zal het gebed niet verflauwen maar worstelen om wederkeer tot de Heere en Zijn Woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.