+ Meer informatie

GEEN STEEKSTOEL

8 minuten leestijd

Lenen preekstoel en preek zich om reprimandes uit te delen, om mensen of groepen van mensen in de gemeente vanwege afwijkend kerkelijk gedrag of binnen eigen kring niet gangbare opvattingen, op voor ieder herkenbare or bedekte wijze tot de orde te roepen? Biedt de zondagse verkondiging en het Evangelie ruimte om correcties uit te delen aan het adres van mensen die er geloofsvisies, geloofspraktijken of wat de inrichting van het kerkelijk leven betreft opvattingen en wensen op nahouden, die de onze niet zijn? Ik zou de beantwoording van deze vraag misschien nog wat voor mij uit hebben geschoven, ware het niet dat ik nog maar kort geleden zelf getuige was van een preek waarin dat gebeurde. Daarbij ging het dan niet zo zeer om het corrigeren van personen, maar meer om het hekelen van verouderde noties van geloofsbeleving, die door een deel van de gereformeerde kerken in ons land altijd nog worden voorgestaan. Het zette mij ertoe aan om er dan toch maar eens iets over op papier te zetten. Hoe moeilijk dat ook is.

Hoog niveau

Zou het een veel voorkomend verschijnsel zijn? Het bij iedereen allang bekende gezegde ‘de preekstoel is geen steekstoel’ wijst erop dat er predikers waren en nog altijd zijn, die de verleiding niet konden en kunnen weerstaan om vanaf de plaats waar men niet pleegt tegengesproken te worden, mensen die uit de pas lopen, op hardhandige of soms verfijnde wijze in hun afwijkend gedrag aan te duiden en bij te sturen, ongelijk van anderen aan te wijzen, eigen gelijk te bevestigen, heel speciale zonden, afwijkingen en tekortkomingen in de gemeente met veel nadruk te signaleren, waarbij het de luisterende gemeente niet moeilijk valt te raden wie of wat bedoeld zou kunnen zijn. Het komt zeker voor, maar ik heb het gevoel dat er op dit punt vandaag minder wordt gezondigd dan informatie van links en rechts (waarmee in dit geval geen kerkelijke liggingen zijn bedoeld) wil doen geloven. Gelukkig kan naar mijn overtuiging van de meeste dienaren des Woords worden gezegd, dat zij zich zeer wel bewust zijn op welk voornaam en hoog niveau men bezig is als men de gemeente het heilig Evangelie voorhoudt; die duidelijk de grens onderkennen waarvóór het gesprokene nog Woord van God is en waaroverheen de mens dingen zegt op eigen menselijke titel. Niettemin staat vast dat er vanaf de preekstoel wel eens wordt uitgehaald op een manier die echt niet kan.

Vanuit de vragen die ik naar me toe kreeg, wil ik proberen enkele situaties waarin het verschijnsel van de ’steekstoel’ zich kennelijk voordeed, onder ogen te zien, daarbij herkenning van concrete plaatselijke situaties vermijdend.

Toespelingen op concrete situaties

Als spanningen in het leven van een gemeente onbeheersbaar worden en escaleren (een verschijnsel dat in alle kerken voorkomt), gebeurt het niet zelden dat dit een Stempel op de zondagse verkondiging zet, in deze zin, dat in de prediking wordt geprobeerd vanuit het Woord van God de dingen weer onder controle te brengen, onheilige onrust tot bedaren te brengen, erupties van boosheid te bezweren, kortom de gemeente de weg te wijzen die het Evangelie aangeeft. Hierop is niets tegen, alles vóór zelfs, mits het op behoedzame wijze gebeurt.

Altijd zal men er namelijk op bedacht moeten zijn dat zich onder de kerkgangers gasten kunnen bevinden, voor wie het Evangelie evenzeer bedoeld is en aan wie toespelingen op concrete situaties in de plaatselijke gemeente ontgaan. Op deze manier zijn in het verleden door de prediking wel eens dingen naar buiten gebracht, die het herstel van goede verhoudingen binnen de gemeente van Christus niet bevorderden en schadelijk waren voor het imago van Christus’ Kerk naar buiten.

Behoedzaamheid dus, maar op concrete, negatieve situaties en ontwikkelingen in de gemeente mag en moet de prediking in corrigerende en vermanende zin zeker ingaan. Wie de apostolische brieven leest constateert dat dit ook in de eerste christengemeente zo is geweest. Moeilijk wordt het als sprake is van gespannen verhoudingen binnen de christelijke gemeente, waarin de plaatselijke predikant en/of kerkeraad heel direct partij is; als zich binnen een gemeente machtsblokken hebben gevormd, die elk eigen doeleinden gerealiseerd willen zien en waarbij door kerkeraden en predikanten keuzen moeten worden gemaakt. Hoe verleidelijk is het dan om door middel van de prediking, duidelijk geadresseerd, gedragingen te wraken, standpunten te gispen en - duidelijk of bedekt - in de woorden van de verkondiging te laten doorschemeren aan welke ‘partij’ men zich als voorganger het meest verwant voelt. Waarbij dan het Woord van de verkondiging functioneert als voertuig om eigen visie aan de gemeente op te leggen. In zijn ergste vorm kan zich dit voordoen als het gaat om kerkelijke conflicten rond de voorganger zelf; als er sprake is van een breuk in het vertrouwen tussen dienaar en gemeente. In de geschiedenis van de kerk zijn daarvan veel voorbeelden aanwijsbaar, gevallen waarin predikanten - terecht of onterecht - zelfrechtvaardiging en zelfbevestiging probeerden te bewerkstelligen door in de prediking, met de Heilige Schrift in de hand, te trachten het ongelijk van de tegenpartij aan te tonen en de ander - zonder de mogelijkheid van weerwoord op dàt moment - onder geestelijke druk te zetten. Het gesproken woord is daarbij dan nog wel eens kracht bijgezet door het laten zingen van militante psalmen, waarbij de tegenpartij door met name genoemd wapentuig zwaar physiek geweld werd ‘toegebeden’. Ook nu schijnt deze meest excessieve vorm van de ’steekstoel’ in kerkelijk Nederland nog wel eens voor te komen. Onbegrijpelijk, maar waar.

Lichtere vormen

Maar er zijn natuurlijk talloze lichtere vormen. Hoe dikwijls gebeurt het niet dat kerkgangers die zich op het huisbezoek of in het persoonlijk gesprek met de voorganger in kritische zin over de prediking hebben uitgelaten, dat in de prediking terugkrijgen, dikwijls zonder duidelijke argumentatie. In de persoonlijke gesprekken wist men niet tot elkaar te komen. Er was misschien zelfs wederzijdse irritatie. Een oplossing wordt dan niet dichterbij gebracht als in de prediking op heel directe manier wordt geprobeerd eigen gelijk aan te duiden, ook al zou het geestelijke ongelijk geheel aan de kant van de kritische kerkgangers liggen.

In de kerkelijke gemeente kan soms drammerige hang naar vernieuwing en zeurderige vasthoudendheid met betrekking tot traditionele vormen bestaan. Als daarin via de gewone ambtelijke bearbeiding van de gemeente geen goede oplossingen kunnen worden verkregen, wil het nog wel eens gebeuren dat de prediking het laatste woord erover spreekt, door de ‘drammers’ en de ‘zeurders’ tussen de regels door te verstaan te geven dat ze hun kerkelijk geluk beter elders kunnen beproeven. Of die bij hun vertrek naar een andere kerkgemeenschap vanaf de preekstoel nog iets nageroepen krijgen.

Uit reactie

Ook in het uithalen naar gebeurtenissen en ontwikkelingen binnen andere kerken manifesteert zich het verschijnsel. Wat ik zelf enige tijd geleden meemaakte was een prediking, die in de ontvouwing van het Woord zeker waardevolle elementen bevatte, maar die zichzelf dreigde te ontkrachten doordat de voorganger het nodig vond de noties van eilende, verlossing en dankbaarheid in prediking en geloofsbeleving als een in de kerken versteend systeem aan te merken, waarbij duidelijk werd gerefereerd aan een bijeenkomst waarop deze noties aan de orde waren geweest.

Natuurlijk is er het gevaar van het versteende geloofssysteem. Maar men kan gelijk hebben en tegelijk ongelijk, namelijk wanneer de dingen uit reactie worden gezegd. Wanneer wordt iets gezegd, in relatie waarmee wordt het naar voren gebracht en welke relevantie heeft het tot de geestelijke opbouw van de gemeente, dat waren de vragen die bij het aanhoren van zulke dingen bij je boven komen.

Geen politieke prediking en vanaf de kansel geen politieke stemadviezen, is de leus, maar het is bekend van mensen, die stemmen op en zich beijveren voor een andere politieke partij dan waarvoor de gemeente in grote meerderheid kiest, dat zij daarover in de preek tussen de regels door werden en worden terechtgewezen en per definitie van enig bijzonder kerkelijk ambt worden uitgesloten. Er zou veel meer te noemen zijn.

Richtingwijzend

Prediking is: zo zegt de Here. Dat spreken is richtingwijzend, bemoedigend en vermanend. Als in de gemeente sprake is van geestelijke ontwikkelingen en verschijnselen die bedenkelijk en gevaarlijk zijn, zal de prediking die gevaren moeten aanduiden. Vanuit het Woord zal dan moeten worden aangegeven waarop de gemeente zich heeft te laten corrigeren en bijstellen. Hierbij is te denken aan geestelijke scheefgroei van structurele aard. Maar soms gebeurt het dat mensen individueel in zaken van lagere en bijkomstige orde in de prediking over het voetlicht worden gebracht op een wijze, die de hele gemeente op hetzelfde moment aan hetzelfde adres doet denken, met het voldane gevoel misschien dat men het ermee kon doen. En dat kan niet.

In de zondagse samenkomsten van de gemeente is - naar wij geloven - God de Here in het midden. Christus wil daar zijn met zijn Geest. Om leiding te geven bij het spreken en bij het luisteren. Dat vraagt in beide bezigheden om behoedzaamheid en besef van verantwoordelijkheid. Ook hier gaat het overigens om een zaak die tot het aan de ouderlingen toevertrouwde toezicht op de prediking behoort.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.