+ Meer informatie

Theologie en geneeskunde

5 minuten leestijd

RONDKIJK

De dokter en de dominé hebben beide met zieken te maken. De dokter komt bij de patiënten uit een medisch oogpunt, de dominé komt er voor hun geestelijk welzijn. Over het algemeen blijven die twee ieder op hun terrein, angstvallig soms, terwijl het toch gebieden zijn, nauw aan elkaar verwant.

Medische — en ook andere - wetenschappen hebben zich in de loop van de tijd losgemaakt van het kerkelijk gezag, het christelijk geloof beschouwend als een afzonderlijk, apart staand geheel. Toch is er de laatste jaren in de geneeskunde meer belangstelling gegroeid voor de psychologie en psychiatrie en de wederzijdse beïnvloeding van psyche en soma, van ziel en lichaam. Van de Franse medicus dr. Paul Tournier, heb ik onlangs een tweetal in het Nederlands vertaalde werken gelezen, die — ofschoon er op zijn „theologie" nogal wat aan te merken valt — er op wijst dat, wil men zijn patiënten goed behandelen, men hen heeft te zien in de volle betekenis van het woord, d.w.z. de relatie in zijn verhouding tot God, wat bij de behandeling een zekere plaats moet hebben.

Over dit onderwerp kwam mij een zeer mooi boekje in handen, kort geleden uitgegeven bij fa. T. Wever te Franeker, getiteld: „Geloof en Wetenschap". Het is geschi'even door dr. M. J. Elzinga, een medicus die op dit punt dieper ingaat. Eerst wordt er een bespreking in gegeven over de ontwikkeling der geneeskunde, waarna hij tot uitgangspunt van deze studie kiest de medische wetten uit de Pentateuch, de vijf boeken van Mozes uit de Bijbel. Het is zeer lezenswaard wat hij daar allemaal overschrijft en op zichzelf reeds de moeite waard er kennis van te nemen. De geleerde schrijver beschouwt de wetgeving aan het oude Bondsvolk eerst van de religieuze kant en stelt daarna hun medische en hygiënische betekenis in het licht. Al de wetten, door de hoogste Wetgever aan Zijn volk Israël gegeven, vertonen tevens een zekere doelmatigheid in het bestrijden en voorkomen van ziekten. Wanneer hij de medische. maatregelen uit de Pentateuch naar voren brengt, wijst hij o m. op het verbod van het eten en zelfs het aanraken van onreine dieren, wat besmettingen kan veroorzaken. Het verbod om bloed als spijze te gebruiken, was tevens, gezien het klimaat in het Oosten, gunstig voor de gezondheid. Bloed toch is dat gedeelte van het dierlijk lichaam, dat zeer gemakkelijk in bederf overgaat en dat een ideale voedingsbodem is, voor vele ziekte-kiemen. De reinigingswetten waren ook van belang voor een goede gezondheid. De militaire, hygiënische voorschriften heeft bij het volk Israël, toen het door de woestijn trok, zeer gunstig gewerkt.

De grondtoon bij de Mozaïsche wetten is echter boven alles: Gij zult heilig zijn, want Ik de Heere uw God ben heilig!" (Lev. 19 : 2) Vanuit deze eis beziet de schrijver het geheel dier wetten, derhalve ook die, die op de hygiëne en de gezondheidszorg betrekking hebben.

Het verband tussen ziekte en zonde wordt zowel in het Oude als Nieuwe Testament nagegaan. Vele voorbeelden uit de bijbel worden aangehaald, dat ziekte komt tengevolge van het overtreden van de geboden Gods. De overeenkomst tussen ziekte en zonde wordt door de schrijver breedvoerig uiteengezet. Zonde is het verbreken van cle eenheid die er oorspronkelijk (in de staat der rechtheid) tussen God en de mens bestond. Zonde is ontheiliging, desintegratie. Ziekte is ook een desintegratie, clie telkens weer herinnert aan de gebrokenheid van het menselijk bestaan. Zo bevat het oude gezegde: „Waren er geen zonden, er waren geen woorden" een diepe waarheid.

De hoofdgedachte van dit werkje ligt echter in het integer-zijn. (Integer, een latijns woord, betekent: onkreukbaar, onbevlekt) Integer-zijn: zijt heilig, want Ik, de Heere uw God, ben heilig! Deze eis is er een, die de mens zware verantwoordelijkheid oplegt! De schrijver zegt terecht, dat dit integer-zijn op deze aarde, in de. ware betekenis van het woord niet meer wordt gekend. Maar de eis blijft. De ware eenheid, die er tussen God en de mens lag is verbroken en wordt telkens weer verbroken. Ieder mens is zondig, gedesintegreerd. Alleen door de vergeving der zonden, door het zoenbloed van Christus, kan er in het leven van de gelovige een re-integratie tot stand komen. De zondevergeving is de katharsis, de algehele reiniging van het menselijk bestaan. De schrijver zegt, dat daarin een zeer belangrijke factor kan liggen voor een genezing, al behoeft deze relatie er niet altijd te zijn. De christen-arts heeft dus niet enkel te rekenen met somatische en psychomatische factoren, maar ook met de verhouding die er bestaat tegenover God.

Er zijn onder onze lezers ongetwijfeld medische studenten, die wij aanraden zich dit werkje aan te schaffen. Maar ook voor anderen valt er wat uit te leren. Ik vond het de moeite waard, om er hier een en ander uit te vermelden, omdat het ook ter bestudering op onze J.V.'s dienstig kan zijn. Het wil echter niet zeggen, dat ik het persé met alles eens ben wat er in staat, ik ga dit voorbij, omdat onze jongens zelf ook critisch moeten leren lezen! Als studiebron lijkt het mij zeer geschikt, er kan een mooie inleiding uit worden gemaakt, waarop zeker een leerzame bespreking zal volgen. Tot de volgende keer.

RONDKIJKER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.