+ Meer informatie

IJsland, land van ijs, vuur, onwerkelijke landschappen en oorverdovende stilte

6 minuten leestijd

IJsland is nog maar sinds twee eeuwen bewoond en dan nog alleen in de kuststreek. Niet de geisers zijn de opvallendste bezienswaardigheid, maar de woeste landschappen die aan de maan doen denken. De stilte is er indrukwekkend. Verkenning van een eiland waar nog steeds de taal van de Vikingen wordt gesproken en waar men geen buitenlandse woorden overneemt.

Met gemengde gevoelens bekijk ik het voorbijvliegende landschap vanuit de Flybus die mij in vijfenveertig minuten van het vliegveld naar Reykjavik moet brengen. Het doet me denken aan het noordwesten van Ierland op zijn meest mistroostige momenten: kale vlaktes met rots en mos, laaghangende bewolking. Het enige wat op menselijke bewoning duidt zijn de elektriciteitspalen en de weg waar we op rijden. Als ik de volgende dag naar de eerste de beste toeristische attractie reis, voert de route me opnieuw door dit barre landschap. Toch is het indrukwekkend, vooral door de lichtval. Af en toe doorsnijden scherpe zonnestralen de donkere wolken om één stukje lichtgroene heuvelhelling -met mos begroeide zwarte vulkanische rotsgrond- te beschijnen. Natuurlijk bezoek ik Geysir, de bekende warme springbron, die echter niet meer als zodanig in werking is. Het enige wat er rest van zijn zestig meter spuitend verleden is een gat in de grond met een naambordje ernaast. Gelukkig voor IJslands toeristenindustrie heeft de grote geiser een betrouwbare vervanger: de nabijgelegen Strokkur, die elke tien minuten een twintig meter hoge fontein spuit. Als fotograaf moet je er wel snel bij zijn, want dit duurt slechts enkele seconden.

Bomen zijn zeldzaam
Elke keer weer springen toeristen, die al tien minuten hun camera's in de aanslag hielden, gillend achteruit. Inderdaad, je ziet de borrelende voorbode alleen als je er met je neus bovenop zit, maar fotograferen kun je de uiteindelijke uitbarsting alleen maar vanaf een afstandje. De tweede bezienswaardigheid is Pórsmörk, "Het IJslands bos". Misschien niet half zo uitzonderlijk voor de buitenlandse toeristen als het is voor de Ijslandbewoner zelf Bomen zijn hier immers een zeldzaamheid. Bos is ook wel een groot woord voor Pórsmörk; struikgewas van berkeboompjes komt meer in de buurt. Niet voor niets wordt het oud-IJslandse grapje nog steeds verteld: „Mocht je in een IJslands bos verdwalen dan is er maar één advies: rechtop gaan staan." De weg naar dit idyllische picknickplekje voert door stroompjes en andere vertakkingen van de gletsjerrivier die van de enorme ijsplak, Myrdalsjökul genaamd, naar de Atlantische oceaan stroomt. De IJslandse bussen zijn hier goed op voorbereid. Ze staan "hoog op de wielen" en zijn voorzien van vierwielaandrijving. Een snelstromende rivier van tien meter breed is dan geen enkel probleem. Desalniettemin voel ik me, wanneer het water hoog tegen de ramen spat terwijl we door de ene na de andere stroom crossen, als verdwaald in een avontuurlijke sigarettenreclame. Ook personenauto's zien er hier eerder uit als jeeps dan als luxe wagens.

Nooit alleen rijden
Door sommige stukken binnenland mag je niet eens alleen rijden, maar ben je verplicht je door een tweede vervoermiddel te laten escorteren. In geval van nood kun je dan elkaar uit de geulen trekken. En dan heb ik het nog maar over de zomermaanden. Buiten juli en augustus is er nog niet eens genoeg sneeuw gesmolten om er überhaupt een weg te vinden! De binnenlanden hebben een bijna onaards landschap: steenwoestijn, lavastromen, kale groene heuvels en meer van die fascinerende elementen. De bovenste laag van de versteende lavastroom is nog vers van de recente uitbarsting van de vulkaan de Hekla in februari 1991. Het verbaast me niets te horen dat astronauten hier oefenden alvorens de lucht in te gaan. Dichter bij een maanlandschap dan hier kom je op aarde waarschijnlijk nergens.

Noren
IJsland is pas sinds het begin van de negentiende eeuw bewoond. Voor die tijd werd het eiland door Ierse monniken beschouwd als een soort van hermitage, een plaats om je als kluizenaar terug te trekken. De eersten die zich er permanent vestigden waren Noren die de politieke strijd op het Scandinavische vasteland ontvluchtten. De IJslanders zijn directe afstammelingen van deze Vikingen, die reeds in 930 op het eiland het eerste democratische parlement in het leven riepen. Er volgden eeuwen van Noorse en Deense overheersing, met een uiteindelijk uitroepen van de onafhankelijke republiek IJsland in 1944. Sinds 1980 staat een vrouwelijke president, mevrouw Vigdis Finbogadóttir, aan het hoofd van deze democratische republiek. Haar naam is zoals alle namen op IJsland een patronymicum, een persoonsnaam die van de naam van de vader afgeleid is. IJsland is het enige land dat deze oud-Noorse traditie, waarbij de voornaam wordt gevolgd door vaders naam en het achtervoegsel -dottir of-son, hooghoudt. Ook wordt er nog steeds de taal van de Vikingen gesproken. Het moderne IJslands heeft natuurlijk veranderingen in uitspraak en woordenschat ondergaan, maar de bewoners zijn bijzonder trots op de puurheid van hun taal en trachten deze tegen buitenlandse invloeden te beschermen. Men weigert buitenlandse woorden te gebruiken voor nieuwe technologieën, vondsten of begrippen en heeft een centraal comité in het leven geroepen dat verantwoordelijk is voor het bedenken van nieuwe IJslandse woorden die kunnen worden gebruikt voor deze nieuwe zaken. Het IJslandse woord voor computer bij voorbeeld is "tölva", een combinatie van het woord "tala" (=getal) en "völva" (=profeet). Het comité is gestationeerd in Reykjavik, de hoofdstad van IJsland, waar 150.000 van de in totaal 250.000 burgers wonen.

Visprodukten
Het leven in IJsland concentreert zich, behalve in Reykjavik, in de kustgebieden van het eiland. Het binnenland is onbewoond en ook onbewoonbaar. Meer dan de helft van het land bestaat uit woestijn en slechts een vijfde deel is bewoond en min of meer afhankelijk van de visvangst en verwante industrieën. Tachtig procent van de export bestaat uit visprodukten. IJsland is een vulkanisch eiland en is constant in ontwikkeling. Vulkanische en geothermische kenmerken nemen een belangrijke plaats in in het landschap: geisers, thermale bronnen, fumarolen, lavastromen en kraters. Maar ook: moeras, toendra, watervallen, woestijn en ijsvlaktes. Nergens zijn de natuurkrachten zo duidelijk te zien als in IJsland. Nergens ook vind je zulke vreemde, onwerkelijke en weidse landschappen waar de stilte oorverdovend is.

Bevreemding
Wanneer ik door Landmannalaugar wandel -een stukje wonderlijk binnenland, met de geuren en kleuren van de fumarolen, die door gaten in de bodem vulkanische gassen latten ontsnappen- en de bontgekleurde bolle bergen om me heen opneem, is het gevoel van bevreemding het sterkst. Het landschap is adembenemend, niet omdat het zo mooi is, maar alsof het niet echt kan zijn. Het decor van een science-fictionverhaal. Het gebied kent fantastische vergezichten waar je na een klimpartij van geniet in totale stilte. Geen auto's of industrie, geen mensen, geen ruisende bladeren, geen gezoem of gekwetter. Geen enkel geluid of zuchtje wind en het lijkt wel of zelfs de wolken hier stilhangen. Kortom: een oase van rust. De natuur maakt diepe indruk in al zijn lelijkheid. Nabij de berghut, waar ik zal overnachten, is een vennetje waar heet en koud water, van onder de versteende lavastroom vandaan, samenkomt. Dit natuurbad is slechts een meter diep en dat maakt het tot een ideale rustplaats.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.