+ Meer informatie

wie weet een oplossing?

6 minuten leestijd

De redactie plant op haar vergadering de nummers voor de komende maanden. Dat is ook gebeurd, toen we in oktober bij elkaar waren. Als er onverwachteen artikel uitvalt, ligt het op de weg van de eindredacteur om voor een artikel te zorgen. Over de keus van het onderwerp pleegt hij op korte termijn met enkele redactieleden overleg. Het gaat dan om een artikel waarvan het onderwerp niet op de redactievergadering is vastgesteld.

Het lijkt mij goed om deze gang van zaken even aan de lezers voor te leggen. Het betekent dat het onderwerp van vrijwel alle artikelen door de redactie is overwogen en dat schrijvers namens haar worden aangezocht. Misschien mag ik als eindredacteur zeggen, dat dit een uiterst plezierige manier van samenwerken meebrengt. Niemand gaat zijn eigen gang. Het werk is van ons allen en voor aller gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Het is bijzonder plezierig dat de redactie meestal de gevraagde scribenten direct bereid vindt om hun medewerking te geven. Ik weet niet of het bij andere kerkelijke organen ook zo gaat. Uit jarenlange ervaring kan ik zeggen, dat deze aanpak goed werkt.

Maar nu dan het artikel, dat niet op het lijstje van de redactievergadering stond. Velen in ons kerkelijk leven zijn bezig met de moeite, dat er kandidaten op een beroep wachten, sommigen van hen niet slechts maanden, doch enkele jaren.

Het is niet mijn bedoeling de achtergrond van dit probleem te analyseren of tegen enige gemeente of kerkeraad een beschuldigende vinger op te heffen. Ik wil alleen het probleem nog eens aan de lezers voorleggen. Ik gebruik de uitdrukking „nog eens” niet omdat er in ons blad al eerder over is geschreven, maar omdat het een probleem is dat velen bezighoudt en dat onderling stellig besproken wordt. Ik hoop dat er evenveel voor gebeden wordt.

Op dit moment (eind november 1988) zijn er zes kandidaten beroepbaar. Het is te verwachten dat er bij de curatorenvergadering van februari 1989 mogelijk zeven broeders beroepbaarstelling aanvragen, D.V. Het huidige vierde studiejaar telt negen ad-missiale studenten. De eersten van die groep kunnen in februari 1990 beroepbaar gesteld worden. De anderen zullen na een volgende curatorenvergaderingen volgen, als alles verloopt zoals zij dat hopen. De optelsom is gauw gemaakt. Binnen twee jaar zijn meer dan twintig kandidaten beschikbaar voor de kerken.

Waar moeten zij een plaats vinden? De titel van dit artikel stelt het probleem. Ik denk dat er nog een probleem is, waarover minder gesproken wordt, maar dat zich evenzeer laat voelen. Dat is het feit dat er weinig beroepen worden uitgebracht, als gevolg waarvan predikanten lang, tot zeer lang de gemeente waarin ze nu werken, dienen. Voor een aantal predikanten is dat de eerste gemeente, voor anderen de tweede of de derde.

Ik denk dat men voor predikant en gemeente niet moet onderschatten wat dit betekent. In het algemeen genomen lijkt het mij aantrekkelijk en goed - voor predikant en gemeente - eens te kunnen veranderen. Ik weet dat er in vroeger jaren predikanten zijn geweest, die lang eenzelfde gemeente hebben gediend, met zegen, met vreugde en zonder wachten.

Het maakt echter verschil of die verbintenis wordt voortgezet, terwijl de mogelijkheid zich voordeed om naar een andere gemeente te gaan, dan wel of de verbintenis in stand blijft, omdat verandering niet mogelijk is. Misschien mag ik, omdat het mijzelf, wat de relatie tot een eigen gemeente betreft, niet raakt, zeggen dat ik de Here zou danken, als ik na verloop van een aantal jaren, eens een andere gemeente mocht dienen. Ik geloof in Gods leiding en zou daarop niet vooruit willen lopen. Daarom zeg ik ook niet: dit aantal jaren in een gemeente is het maximum. Gebleken is dat verandering van standplaats, dat wisseling van werkterrein in veel gevallen verfrissend en stimulerend is.

Ik schrijf dit niet om iemand terecht te wijzen, ook niet om iemand pijn te doen, maar om eerlijk te zeggen welke gevoelens er in mijn hart zouden zijn, als ik langere tijd in mijn gemeente moest zijn, zonder uitzicht op de mogelijkheid van verandering. O zeker, als God het zo leidt - mede door omstandigheden in het kerkelijk leven - kan jarenlange dienst in eenzelfde gemeente vruchtbaar zijn. Gemeente en predikant kunnen elkaar zo liggen en liefhebben, dat verandering door geen van beiden gewenst wordt.

Maar de een is de ander niet. We zullen ook dit probleem in onze overwegingen en gebeden moeten betrekken, al wordt hier - wellicht terecht - minder over gesproken dan over kandidaten die geen beroep ontvangen.

Het gereformeerde kerkrecht brengt mee dat men niets van buitenaf kan regelen. Ik vind dat een goede regel. Niemand zal zich bemoeien met de zaken van een bepaalde gemeente, tenzij daartoe door het kerkverband geroepen. De kerkeraad beslist, in overleg met de gemeente. Het recht van de kerk moet geëerbiedigd worden. Ik besef dat niet ieder in elke gemeente past. Het beroepingswerk is een zaak, die wijsheid vraagt. Dwang van buitenaf is absoluut verkeerd.

Toch houden de hierboven genoemde moeiten velen bezig, ook zonder dat zij zich met eens andermans zaken willen bemoeien.

Wie weet een oplossing? - ik niet. Hoogstens zou ik op enkele dingen kunnen wijzen die overweging verdienen. Het zijn mogelijkheden die bij mij bovenkwamen, en waarover ieder oordele zo hij wil.

— Ik denk dat dit een punt is dat op classicale vergaderingen besproken kan worden, nadat het eerst in kerkeraden biddend overwogen is. Het wordt een stuk nood in het kerkelijke leven. Er is allerlei nood. Dit wordt dringende nood.

— Zou de mogelijkheid om kandidaten volgens artikel zes voor een aparte taak te beroepen moeten worden geopend? Tot heden kunnen - voor zover ik kan zien -alleen dienstdoende predikanten voor taken buiten de gemeente worden vrijgesteld. Zouden kerkeraden, als deze verruiming plaatsvindt, niet in eigen omgeving meer attent zijn op mogelijkheden om kandidaten voor een aparte taak te beroepen?

— Zouden er ook nieuwe predikantsplaatsen gecreëerd kunnen worden, zodat gemeenten intensiever bearbeid worden en, wat wel genoemd wordt: de pastorale eenheden per predikant kleiner worden?

— Zouden zij die een beroep ontvangen, bij al de te overwegen factoren, ook niet deze factor kunnen betrekken dat doorstroming bij de huidige stand van zaken welkom is?

— Soms wordt er tamelijk lang gewacht met het beroepen als er een vacature is ontstaan of als er een bedankje is ontvangen. Zouden kerkeraden niet wat sneller een beroep kunnen uitbrengen, zonder dat overigens overhaast te doen?

— Er zijn de laatste jaren predikanten boven de 65 met emeritaat gegaan die, wat betreft hun krachten, nog wel langer meegekund hadden. Zij deden dat mede om plaats te maken voor anderen. Zou dat in de toekomst geen regel moeten worden, al of niet door de kerken verplicht gesteld?

— Ik besef dat bovenstaande suggesties op weerstand kunnen stuiten. Ik deed ze alleen om de lezer te doen weten, hoezeer dit onderwerp mij bezighoudt. Ik geef ze graag voor betere. Niemand leide er de gedachte uit af, dat ik iets aan enige kerke-raad of predikant dwingend wil opleggen. Zulk een gedachte is verre van mij. Ik probeer alleen het concreet met elkaar meedenken te stimuleren.

Binnen twee jaar meer dan twintig kandidaten voor de kerken beschikbaar. Dat geeft te denken naar vele kanten. Wie weet een oplossing? Die komt er niet, als er niet biddend over deze vragen door ambtsdragers wordt gesproken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.