+ Meer informatie

Een bezoek aan de city-dump in Transkei

"Deze mensen leven niet, zij overleven"

7 minuten leestijd

Het is een warme herfstdag in het Zuidafrikaanse thuisland Transkei. Vanuit het oosten naderen we Umtata, de hoofdstad van het thuisland. Plotseling doemt in het groene, heuvelachtige landschap een vuilstortplaats op. Een grote berg met troep. Als we dichterbij komen, blijkt dat het niet alleen afval is. Er staan honderden krotten. Deze vuilnisbelt is de woonplaats van meer dan tweeduizend mensen.

Langs een van de weinige asfaltwegen die naar Umtata leiden, ligt een arme woongemeenschap. Via een zandpad, waar de vuilniswagens van Umtata over rijden om hun vuil te storten, bereiken we de krottenwijk: meer dan vijfhonderd hutjes, gemaakt van golfplaten, karton en hout, vullen de hellingen van de "dump". Overal ligt troep en het ruikt er vies. Er hangt een lucht van rottend afval en urine. We moeten goed opletten waar we lopen. Voor je het weet, zit er viezigheid aan je schoenen. De inwoners van de wijk lopen op blote voeten. Tussen al de krotjes staan twee huisjes van steen en klei. Het zijn een kleuterschooltje en een kliniek. Uit een van de gebouwtjes komt een blonde vrouw van ongeveer veertig jaar naar buiten: de Engelse Liz Scott. Ze woont in Umtata. Haar man is daar professor aan de "University of Transkei". Drie jaar geleden begon Liz met het uitdelen van voedselpakketten in de krottenwijk. Ze was begaan met het leed van deze arme mensen. Tegenwoordig is Liz bijna iedere dag op de vuilnisbelt te vinden.

Overleven
Terwijl ze met ons meeloopt door de wijk, vertelt Liz Scott over haar vrijwilligerswerk. „De mensen die op deze citydump wonen, zijn benadeeld. Het zijn echt de allerarmsten van de samenleving. Deze mensen leven niet, ze overleven." De golfplatenhutjes zijn systematisch naast elkaar gezet. Zo zijn er straatjes van modder en allerlei viezigheid ontstaan. De mensen hebben hun huisjes een nummer gegeven. Misschien proberen ze op die manier nog de indruk te wekken dat het om meer gaat dan alleen een dak boven het hoofd. De inwoners, voornamelijk leden van de Xhosa-stam, leven buiten. Dat is ook goed mogelijk in het warme klimaat dat Transkei heeft. De krotjes zijn min of meer ingericht. Er wordt gezelligheid gemaakt door allerlei reclameposters aan de wanden te hangen. "Sunlight" staat er op een van de posters. Een paar planken waar pannen op staan en bedden, gemaakt van kleden, vormen het meubilair. „De mensen hier leven voornamelijk van wat er dagelijks aan afval op de stortplaats wordt gebracht", aldus Liz. Door haar werk komt er één keer in de week voor ieder huis een voedselpakket. „Vroeger werden de voedselpakketten door de Zuidafrikaanse regering betaald. De overheid van Transkei betaalt niets. De Zuidafrikaanse regering heeft nu de geldkraan dichtgedraaid, omdat ze problemen heeft met de regering van Transkei." Liz krijgt geld van mensen die haar en haar werk kennen. Maar dat is lang niet genoeg om de grootste problemen in deze wijk te kunnen oplossen.

Gevaarlijk
Er is een grote behoefte aan medicijnen, met name antibiotica. Geslachtsziekten, longontsteking en tuberculose komen veel voor in de krottenwijk. Bijna iedere hut is geïnfecteerd met tbc. Zo'n 540 mensen kampen met deze ziekte. Ook is er sprake van een hoog sterftecijfer onder baby's. Er is een slechte hygiëne. De mensen drinken en wassen zich met het water uit het riviertje dat langs de wijk stroomt. Het water van de Mthatha-rivier is bruin. Twee verpleegsters komen vrijwillig de kinderen inenten en ze behandelen lichamelijke klachten. Wanneer de mensen niet in het kliniekje kunnen worden geholpen, worden ze naar het hospitaal gebracht. We zien alleen vrouwen en kinderen. Liz Scott: „Op het platteland was geen werk meer. De gezinnen trokken naar Umtata in de hoop daar werk te vinden. Maar in deze stad met haar 50.000 inwoners vind je niet zo makkelijk een baantje. De mensen zijn toen hier op de citydump hutjes gaan bouwen. Ze hadden geen geld om huur te betalen en zo'n hutje kost niets. De mannen proberen werk te vinden in Umtata. De hele week zijn ze daar op zoek naar een baantje, al is het maar voor een dag. In het weekend keren de mannen terug naar de vuilstortplaats. Dan wordt het hier gevaarlijk. De mannen vechten met elkaar. Soms eindigen de gevechten hier met een moord. Ook wordt er nog wel eens een vrouw verkracht."

Alcohol
Een groot sociaal probleem is het drankmisbruik. Veel mannen in deze wijk zijn verslaafd aan alcohol. Hierdoor worden ze agressief en wordt er veel gevochten. „Het alcoholmisbruik heeft ook gevolgen voor de kinderen. Er blijft geen geld over voor voedsel. De kinderen zijn dan vaak de dupe. Zij krijgen te weinig eten en lopen de kans ondervoed te raken." Op de vraag waarom de mensen zoveel drinken, antwoordt Liz: „Om de problemen te vergeten. Het is een vicieuze cirkel, want door de alcohol worden de problemen alleen maar erger." Het overleven op deze vuilnisberg lijkt iets om wanhopig van te worden. Toch ogen de mensen vrolijk. „Het is niet te begrijpen dat de mensen niet bij de pakken gaan neerzitten. Gelukkig gebeurt er voor hen ook wel eens iets hoopvols. In december 1992 reed Nelson Mandela langs de krottenwijk. Toen hij de wijk zag, wilde hij direct komen kijken. Zo kwamen hier een paar limousines onder politiebegleiding onverwacht de city-dump op. De inwoners waren erg onder de indruk van deze belangstelling. Voor hen is dat een enorme belevenis. Voor mij ook trouwens", voegt Liz aan haar verhaal toe.

Kleuterschool
Voor het kleuterschooltje blijven we staan. Aan de buitenkant is het gebouwtje fleurig beschilderd. Kinderen staan lachend in een kring, doen een spel en zingen een liedje. Liz vertelt dat ze de kinderen gelukkig wil maken en dat daarom ook het kleuterschooltje is gebouwd. Vrijwilligers geven een paar dagen in de week onderwijs aan de kinderen. De kinderen zien er gelukkig uit. Ze beseffen niet dat ze onderdeel zijn van een gevecht op leven en dood. Ook de volwassenen lijken gelukkig. Trots poseren vrouwen met hun kinderen voor foto's. We verwonderen ons over de kleding van de mensen. Het is onbegrijpelijk dat de bewoners van de vuilnisberg zo goed en schoon zijn gekleed. Wanneer we een stukje verder lopen, zien we een waslijn van krot tot krot lopen. Hier hangen kleren te drogen. De inwoners van de krottenwijk vinden kleding kennelijk heel belangrijk. Voor een hut, nummer 102, zit een vrouw te naaien. Ze kijkt ons lachend aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.