+ Meer informatie

De gemeente staat in de belangstelling

6 minuten leestijd

(Slot)

Met een bepaalde regelmaat hebben wij in een aantal artikelen uw aandacht als ambtsdrager gevraagd voor de kerkelijke gemeente.

Vooral is daarbij benadrukt, dat aandacht voor de gemeente van Jezus Christus in deze tijd actueel is.

Verschillende visies zijn besproken. Toegegeven, het één en ander is soms wel eens in de negatieve zin behandeld. Maar bij een behandeling waaruit blijkt hoe het niet moet, kan vaak duidelijker uitkomen hoe het dan wel zou moeten, en dat is ook geprobeerd.

Bij dit alles zijn echter twee zaken positief benaderd nl. hoewel de geschonken genade van God aan mensen een individueel karakter heeft, met name het N.T. laat zien dat de gemeente ondanks allerlei belemmerende factoren, vanuit die geschonken genade, volop gemeenschap is.

In deze laatste aflevering moet nog aan de orde komen dat die gemeenschap op de één of andere manier moet functioneren.

Daartoe zijn ingesteld de ambten.

Eén conclusie van de vorige aflevering moeten we daarbij vooral betrekken nl. dat de gemeente in haar samen-zijn geen getto in de samenleving is, maar toerustingscentrum (blz. 56).

Alles Hep dus uit op het begrip „toerusting”.

Nu is het met het begrip toerusting wat eigenaardig gesteld.

Terecht wordt bij gebruik van dit woord vaak herinnerd aan hetgeen wij vinden in Efz. 4 : 11, waar o.a. te vinden is: „om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon”.

Tenonrechte wordt echter dit gedeelte wel eens uit zijn verband gerukt en daardoor alleen geclaimd voor het functioneren van het ambt van diaken. Die diaken zou dan in de gemeente moeten streven (toerusten) tot het functioneren van de onderlinge dienst binnen de gemeente. In meerdere gevallen wordt er dan ook nog aan toegevoegd dat het hier gaat om dienst van de gemeente naar buiten, nl. om als gemeenschap ook daadwerkelijk te participeren in allerlei samenwerkingsvormen die betrekking hebben op de samenleving.

Indien de zaak er zo voor staat heeft toerusting slechts betrekking op bepaalde activiteiten. Hier hebben we dan te maken met een versmalling van de toedelijkheid passing- van de bijbelse toerusting.

Begrijpelijk dat door deze oorzaak daarom verschillenden wat vreemd aankijken tegen dat woord toerusten.

Wie echter de gehele tekst in zijn verband leest, ontdekt in de eerste plaats twee dingen.

Toerusting heeft betrekking op alle ambten en betreft de totale mens.

Hiermee is dan tegelijk aangetoond, de eenheid van de ambtelijke dienst binnen de gemeente.

Dit alles werd me heel duidelijk toen ik daar iets over las in het boek „Tot een hand en een voet”, uitgave Vuurbaak 1968.

Daar lees ik:

„Ik zou in de eerste plaats willen wijzen op de ene nood, waarop alle drie de ambten zich richten. De ellende van de mens is totalitair, raakt zijn ganse mens-zijn. Hij is vervreemd van God en ontmoet als gevolg van zijn zonde, „velerhande tegenspoed en kruis”.

Het predikambt, het regeerambt en het diakonaat hebben alle drie met deze ene nood te maken. Wij kunnen niet zeggen, dat bijv. het diakenambt zich enkel bezig houdt met de ellende op stoffelijk terrein. Want heel de onderscheiding tussen „stoffelijk” en „geestelijk” is niet houdbaar. Heeft iemand financiële moeilijkheden, dan is er een „mens” in nood, dat kan ook zijn geloofsleven intens beroeren. Diakenen hebben ook een herderlijke taak.

Uit deze ene nood nu komt Jezus Christus redden. Zijn verlossing beoogt de ganse mens”.

Eenheid en verscheidenheid

Uit het bovenstaande blijkt duidelijk het aspect van de eenheid der ambten. Hierbij is vanzelf niet bedoeld dat er geen verscheidenheid zou bestaan tussen de ambten. Dit is u in het verleden op verschillende manieren ook wel duidelijk gemaakt.

Nu echter de principiële eenheid is vastgesteld, kan ook veel directer het speeifieke van elk ambt worden aangetoond.

Het is met name de taak van de diaken de gemeente als gemeenschap te laten funetioneren, waarbij ieder lid zijn plaats heeft en ontvangt. Dàt is met name de voortdurende zorg van het diakonaat, want op die manier komt „elke nood” aan het daglicht en naar men hoopt ook tot een oplossing. In een niet aflatende ijver speurt de diaken of er iets mis gaat. Daarbij maakt hij dankbaar gebruik van elke „gave” die er is in de gemeente. De één zet hij aan tot het brengen van een bezoek en de ander spoort hij aan tot gebed, terwijl een derde actief voor iets wordt ingezet.

Ziet u het voor u, een gemeenschap die bij alle facetten van het leven op elkaar betrokken is? Het is met recht een wonder en iets wat in de wereld om ons heen niet is te vinden.

Zo moet het, omdat de Here het zegt. Moeten we met schaamte niet erkennen dat het getekende beeld meer lijkt op een droom dan werkelijkheid?

Praktische gevolgen

Het kon niet uitblijven. Na dit alles, deze bijbelse opstelling ten aanzien van de eenheid der ambten, moet dit ook praktische gevolgen hebben voor het kerkewerk van elke dag. Het moet merkbaar zijn binnen het geheel van de kerkeraad én voor het oog van de gemeente.

Ook heel bewust in bijv. een stuk vergader-techniek. Wederzijds moet er meer openheid komen. Informatie moet er plaatsvinden van alle ambtelijk-werk. Ik wil er hier in dit verband niet te veel over uitweiden, maar bij de confrontatie met de praktijk ondek je hier vaak een stuk spanning en onbegrip.

Op het eerste gezicht lijkt die samenwerking tussen de ambten een vanzelf sprekende zaak, de praktijk is vaak anders zoals reeds gezegd.

In het afgelopen seizoen is er binnen elke classis het onderwerp besproken „de gemeente van haar diakonaat”. Wanneer daarbij de diakenen gewezen werden op hun taken binnen hun gemeenten, dan kwam het voor dat gesignaleerd moest worden dat men daarover in de totale kerkeraad weinig oog voor had.

Men ziet de veranderende functie van het diakonaat niet. Dat is te meer jammer omdat met name deze verandering een bijbelse verdieping van het diakenambt met zich meebrengt.

Het is bijv. te merken door nog steeds een strikte scheiding tussen breed en smal aan te houden, waarbij geen plaats is voor wederzijdse informatie.

Soms ontdek je binnen een gemeente een miniem aantal diakenen tegenover een groot aantal ouderlingen, zodat een wijk-indeling niet kan functioneren.

Een gesprek over deze zaken lijkt mij op zijn minst raadzaam.

Informatie op dit punt is er voldoende. Elke diakonie is op zijn minst in het bezit van één exemplaar van het „Diakonaal handboek”. In een bijdrage „samenwerking met de andere ambten” heeft prof. dr. W. H. Velema op voortreffelijke en indringende wijze niet alleen aangetoond dat samenwerking noodzakelijk is, maar dit ook duidelijk gemaakt aan de hand van diverse praktische voorbeelden.

Om maar iets te noemen: „Het hele gemeenteleven zal regelmatig voorwerp van bespreking zijn op de kerkeraadsvergadering. Het lijkt mij goed zo’n bespreking in elk geval aan het begin en het eind van een werkseizoen te hebben”.

Dit was iets over „toerusten” in praktische zin.

Slot

In een vijftal afleveringen hebben wij wat nagegaan wat voor soort „belangstelling” er in deze tijd bestaat ten opzichte van de kerkelijke gemeente.

Uiteindelijk is er maar één belangstelling die de juiste is. Het is die, gelinieerd aan de belangstelling die God heeft voor de mens „Adam waar zijt gij”. Dat is de eerste en hoogste lijn. God zoekt in Jezus Christus de mens op en brengt hem in gemeenschap met Hem en de Zijnen.

De tweede lijn is dan een vanzelfsprekende nl., de Zijnen vormen een gemeenschap die zichtbaar én voelbaar is naar binnen en naar buiten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.