+ Meer informatie

Kerkvisitatie geen formele aangelegenheid

11 minuten leestijd

Het is geen denkbeeldig gevaar dat het kerkelijke leven een formele aangelegen heid wordt. Dat kan b.v. het geval zijn bij het doen van belijdenis, bij het dopen, heilig avondmaal vieren en bij de kerk gang. Wij doen het dan allemaal wel, maar het is slechts vorm, zonder meer. De Schrift waarschuwt er tegen. Met de kerkvisitatie waarmee wij ons in dit artikel bezighouden, kan het ook het geval worden en zelfs zijn. Formeel wordt dan de vragenlijst afgewerkt, en worden de vragen beantwoord. Maar zo mag het niet zijn noch worden. Daar om is het zaak, dat de kerkeraden be denken, dat zij zich niet op een gemak kelijke manier tegenover de kerkvisita tie opstellen en die deze arbeid hebben te verrichten het in ernst doen. De kerk visitatie beoogt de eer van Christus het Hoofd van de Kerk. Het Welzijn van de gemeente is het doel. Het gaat niet minder dan om de onderlinge hulpbeto ning, onderlinge dienstverlening. In dit artikel willen wij daar straks nog nader het accent op leggen.

Wat wordt er nu met het woord kerk visitatie weergegeven ?

Het woord kerkvisitatie is uit twee woorden samengesteld: kerk en visita tie. Visitatie betekent: bezoek, onder zoek, inspectie; visiteren betekent: dik wijls zien, onder-doorzoeken. Dit moet nu in de plaatselijke kerk door de clas sis verricht worden, door ambtsdragers die er toe gemachtigd zijn. De kerk is geen menselijke vereniging met een re ligieuze grondslag, waar ambtsdragers en leden naar eigen inzicht leven, han delen en experimenteren.

In het kerkelijk leven kan zo van alles gebeuren.

In Richteren staat: een ieder deed wat recht was in zijn eigen ogen. Maar daar werd niet veel goeds uit geboren. Hoe men in het huis Gods moet verkeren, maakt Christus uit. Nu kan een plaat selijke kerk ook in moeiten en zorgen geraken, waar zij zichzelf niet uit kan redden. Zij heeft dan raad, hulp, dienst verlening nodig. De kerkvisitatie is er voor ingesteld in de kerk.

Is er een bijbelse grond voor aan te geven ?

Reeds in het Oude-Testament lezen wij van prae-formatie. In Samuël 7 staat: „Samuël toog van jaar tot jaar en ging rondom naar Bethel en Gilgal en Mizpa; en hij richtte Israël in al de plaatsen". De Korte Verklaring zegt daarvan, dat hij met de oudsten besprekingen had, controlerende visitatie hield en reforme rend optrad.

Van Christus, de Grote Visitator zegt Openb. I, dat Hij een onderzoek bij de zeven Kleinaziatische gemeenten in stelde, naar de leer, wandel en orde. Hij prijst de trouw, die Hij ontdekt. Hij bemoedigt waar zorgen en strijd zijn. Hij bestraft waar de valse leer toege laten en gepropageerd wordt. Hij ziet door de kerkelijke vormen heen, die zon der wezen blijken te zijn. In Hand. 9, 14, 15 en 16 en I Cor. 4 en 16 staat dat de apostelen herhaaldelijk de gestichte gemeenten bezochten. In Hand. 4 lezen wij: versterkende de broeders, vermanen de dat zij zouden blijven in het geloof. Ook gaven zij leiding bij de verkiezing van ambtsdragers. In Hand. 15 : 36 staat, dat Paulus tot Barnabas zei: „laat ons nu wederkeren, en bezoeken onze broeders in elke stad, in welke wij het Woord des Heren verkondigd hebben, hoe zij het hebben". In vs. 41 lezen we: „En hij doorreisde Syrië en Cilicië, ver sterkende de gemeente". Op grond van de Schrift is de kerkvisitatie dus in de kerken gekomen.

In de Roomse kerk ontaardde zij echter in hiërarchie.

Er waren in de kerk der Reformatie, die bevreesd waren, dat met het invoe ren van de visitatie, weer een hiërar chisch juk zou opgelegd worden. Maar het misbruiken van iets, dat op de Schrift gegrond is, mag het goede ge bruik daarvan niet weerhouden. Calvijn voerde in Genève de kerkvisitatie in, al was deze dan niet zo als wij haar nu kennen.

In de N.G.B. worden, op grond der Schrift, de kernzaken, die op een goede visitatie betrekking hebben, genoemd. De artikelen 29, 30 en 32 spreken er van, dat de raad der kerk de ware re ligie moet onderhouden, dat de ware leer haar loop hebbe, dat de kerkelijke orde worde gehandhaafd en de eenheid ge voed en bewaard. De afwijkers in leer en leven moeten bestraft worden. Het convent van Wezel, 1568, wenste, dat elke classis een onderzoek onder de die naren en ouderlingen zou instellen. Een onderlinge censuur achtte zij nodig.

Rondom de Dordtse synode, 1618-1619, bepleitten kerkelijke vergaderingen het houden van kerkvisitatie. De synode van Dordt stelde de visitatie zelfs verplich tend in. Het is het kerkelijke leven ten goede gekomen.

Toen het toezicht verslapte in de 18e en 19e eeuw kwam het verval in de kerk.

Dit gevaar is er in deze tijd ook aan wezig. Prof. Hovius wijst erop in zijn rectorale rede „Het toezicht op de die naren des Woords door de kerkelijke ver gaderingen", dat er ook in deze tijd symptomen van subjectivisme, indivi dualisme, verschraling van de prediking en tekort aan pastorale zorg is. De classis heeft nu te zorgen dat de visita tie in haar ressort gehouden wordt. Iemand zegt: „het kerkverband spreekt ons wel heel sterk toe in de visitatie, dit jaarlijkse huisbezoek aan de plaat selijke kerk, namens de classis gebracht, waarbij een onderzoek wordt ingesteld naar de welstand der gemeente".

De vragen nu in het „Reglement op de kerkvisitatie” raken het hart van het kerkelijke leven.

De classis heeft nu naar art. 44 der K.O. de opdracht alle kerken elk jaar te be zoeken, er visitatie te houden. De prak tijk wijst uit dat deze opdracht niet al tijd getrouw wordt uitgevoerd. Als er om de twee of drie jaar visitatie ge houden wordt, is dit een laksheid, die uitgebannen dient te worden. Het kan het welzijn der kerken niet ten goede komen, indien de classes ontrouw zijn. Temeer is deze laksheid te veroordelen, daar de classes nu maar twee keer per jaar vergaderen in tegenstelling met vroeger toen er 4 à 6 keer per jaar vergaderd werd. De kerkeraden konden toen met de zorgen en moeiten, die er waren, naar art. 41 der K.O., deze de classes bekend maken. Er zou voor te pleiten zijn, dat er weer meer classes vergaderingen gehouden werden. Het toezicht op elkaar zou er geregelder zijn. De band zou ook onder elkaar er door versterkt kunnen worden.

Een andere zaak is, die niet verwaar loosd mag worden, dat art. 44 zegt, dat de classes haar meest ervaren en be kwame dienaren, van wie één vervangen kan worden door een ouderling, mach tigen om visitatie te houden. Dat er varen en bekwame ouderlingen mee vi sitatie houden is een goede zaak. Het kan de objectiviteit ten goede komen. Geen kwaad woord over de broeders pre dikanten, maar zij staan bij moeilijke gevallen vaak zachter tegenover een mede-ambtsbroeder. Het toezicht nu, zo als art. 44 zegt, is een ernstige zaak. Het onderzoek raakt de getrouwheid in het ambt en de volharding bij de zuivere leer, ook of de kerkorde in elk opzicht wordt gehandhaafd en de opbouw der gemeente er is. Dit alles moet bevor derd worden. Er staat niet voor niets, dat de classis ervaren en bekwame ambtsdragers moet machtigen om visi tatie te houden. Het mag maar geen oefenschool zijn om wat kerkelijke er varingen op te doen. Er is wijsheid, be dachtzaamheid, mensenkennis, kerke lijke ervaring, voorzichtigheid vereist. Het is dan ook onjuist naar de intentie van art. 44, dat de classis alle ambts broeders laat visiteren. Vele jonge pre dikanten, die pas beginnen, zeggen zelf, deze arbeid moet de classis ons niet op dragen. Het zou een goede zaak zijn, een tijd te stellen eer men dit werk mee gaat verrichten.

Het is geen formele zaak kerkvisitatie, geen vragen stellen zonder meer en be antwoorden zonder meer, met ja en neen. Er zal op de dingen ingegaan wor den, die er aan de orde komen in art. 44. De vragen in het „Reglement op de kerkvisitatie” zijn ernstig. Soms kan het nodig zijn, ook de andere broeders te vragen of zij het met de antwoorden, die de praeses van de kerkeraad geeft, eens zijn. Er kunnen soms dingen verzwegen worden. Dr. Kuyper schreef in de vorige eeuw, hetgeen ook vandaag bedacht dient te worden, betreffende kerkvisitatie: „zij is niet een loutere administratieve aangelegenheid, waarbij men volstaan kan met het controleren van verschil lende boeken, en het op formele wijze stellen en beantwoorden van een zeker aantal vragen; zij is een kerkelijke acte, die het levensbeginsel der kerk van Christus raakt, welks kranken staat, of frissche bloei ze heeft te constateren en waarbij de kerk zich zelve onderzoekt of zij haar roeping getrouw blijft, zodat zij een zeer gewichtige acte is”.

Als er afwijking van de zuivere leer is, dient vermaand te worden. Als de Kerk orde, die alleen door de gen. synode mag gewijzigd worden, door een plaatselijke kerk naar willekeur gehanteerd wordt, of aan de laars gelapt wordt met te zeggen: wij zijn als plaatselijke kerk autonoom, dan dient vermaning niet achterwege te blijven. Als de gemeente gegronde klach ten heeft over de prediking, over de eenzijdige prediking, over de pastorale verzorging, en de kerkeraad heeft er geen begrip voor getoond, dan moeten de visitatoren er op ingaan. Als er ver deeldheid in de kerkeraad is, mag het niet stilzwijgend gepasseerd worden. De visitatie heeft hulpverlening te zijn. Al les wat strekken kan tot vrede en op bouw der gemeente moet gezocht en be dacht worden. Daarom is wijsheid, ker kelijke levenservaring, mensenkennis enz. nodig.

Niet het minst kan de onderlinge dienst verlening nodig zijn, als ambtsdragers in moeitevolle zaken gewikkeld worden. Het ambtswerk wordt niet in een vol maakte kerk verricht. Zij zijn soms aan ongegronde kritiek, verdachtmakingen en laster blootgesteld. Daardoor wordt het werken een kerkeraad soms onmoge lijk gemaakt, zodat hij zichzelf niet uit de moeiten kan redden. De visitatoren hebben dan hulp te verlenen. Recht en plicht is dan de zaken te onderzoeken. Vroeger hadden zij een uitgebreid man daat. Ze hadden het recht de bezwaar den en ontevredenen te bezoeken en te horen. Het kwaad zochten zij te bestrij den en de problemen op te lossen. Deze opdracht en dit recht is er vandaag nog. Als het naar het Woord gebeurt, zal het voor hiërarchie bewaren, en voor slapheid. In vele gevallen zou veel ellen de voorkomen zijn, indien er bijtijds een gesprek gevoerd was, wanneer raad en daad vroegtijdig verleend was.

Een belangrijke zaak is nog te noemen. Visitatoren hebben een nauwkeurig rap port op de classis uit te brengen over hun werk in de gemeente. De classis moet kennis hebben van wat er alzo in de gemeente leeft en omgaat. Visita toren mogen verkeerde dingen niet in het rapport verzwijgen. De classis heeft er recht op het te weten. Veel ellende wordt veroorzaakt en blijft voortwoe keren als er bij de classis zelf en bij haar gemachtigden ontrouw en slapheid gevonden wordt. Het kerkelijke leven lijdt er onder. De praktijk heeft het al zo dikwijls bewezen en bewijst het nog dagelijks. De opdracht is en blijft over Gods erfdeel te waken. Anders komt er de verslapping in het kerkelijke leven. Als visitatoren hun roeping goed verstaan, zullen zij vermanen, indien het nodig is. De classis zal het vermaan moeten on derstrepen. Komt er geen verbetering, dan zal de classis er op terug moeten komen. De classis zal er bij monde van de praeses steeds naar moeten informe ren. Getrouwheid is naar Christus’ Woord. Slapheid leidt tot het voort woekeren van het verkeerde. Nooit zij kerkvisitatie een loutere formele aange legenheid. Nooit zij het een sleurwerk. Het zal moeten zijn een waken over de kerk des Heren. Zonder een schriftuur lijke kerkregering zal er niet over de belijdenis gewaakt worden, over het wel zijn der kerken.

Er mag vrucht op een goed gehouden kerkvisitatie verwacht worden. De kerk visitatie mag niet onderschat worden. Zij kan veel kwaad en tweedracht op ruimen en kan van ontrouw bekeren; het kan ambtsdragers sterken en be moedigen; het kan reformerend werken.

Een kerkeraad zei eens aan het eind van de kerkvisitatie: het heeft ons als kerkeraad bemoedigd en gesterkt. Het kan ook leiden tot een bekijken van ei gen werk; het kan ambtsdragers tot be zinning brengen. Het zal tot opbouw van de gemeente zijn. De onderlinge dienst verlening draagt dan vrucht. Deze vrucht is beter dan eigengereidheid, of het uit spreken van: wij als kerkeraad maken het zelf wel uit. De plaatselijke kerk en het kerkverband varen wel, wanneer er geleefd wordt bij 1 Cor. 14 : 40 „la ten alle dingen eerlijk en met orde ge schieden". Classes, kerkvisitatoren en ge meenten die de kerkvisitatie recht ver staan, zullen de zegen ervan onder vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.