+ Meer informatie

"Het christendom is ook gebaseerd op feiten"

Edward Groenenboom over de confrontatie met seculier denken tijdens studie geneeskunde

8 minuten leestijd

Het universiteits- en studentenleven is in volle gang. Ontgroend of niet, de nieuwe lichting studenten heeft inmiddels de weg in de nieuwe omgeving gevonden en de eerste tentamens zijn gemaakt. Maar wat voor soort kennis vergaren studenten precies? En welke aanname zit achter wat als feit wordt gepresenteerd? Kan het christelijk geloof daar wel tegenop? Edward Groenenboom, werkzaam als huisarts, over zijn vakgebied: geneeskunde.

Studeren: wat, waar, wanneer? Biomedische wetenschappen in Leiden (1990-1991), geneeskunde in Rotterdam (1991-2002, inclusief huisartsenopleiding).

Op kamers of thuis? Op kamers.

Studentenvereniging? CSFR.

Christen in een niet-christelijke omgeving: wat viel op? Ik was redelijk voorbereid op de overgang van de reformatorische middelbare school naar de universiteit. Die overgang was wel groot, maar viel anderzijds mee omdat je voor een deel in dezelfde wereld blijft verkeren. Dat er geen plaats voor God was, viel me het meeste op. Hij stond buiten het denken. Voor wat op de universiteit gebeurde, had Hij geen betekenis; God was alleen een onderwerp om over van gedachten te wisselen. Die kilte overviel me.

Je stuit natuurlijk ook op ethische vragen als het over abortus, euthanasi e of genetische manipulatie gaat. Dat zijn grote onderwerpen, maar veel belangrijker is dat je als student wordt geconfronteerd met een ander mensbeeld, met een niet-christelijke visie op de mens en dus ook op de zieke mens. Daar heb je elke dag weer mee te maken.

Confrontatie? Zeker, ik had geregeld gesprekken met docenten, medestudenten en opleiders. Maar ik studeerde met redelijk wat andere CSFR-studenten, met een eigen vriendenkring. Dat heeft mijn confrontatie met medestudenten achteraf gezien wel wat beperkt. Aan de andere kant hadden die studenten ook hun eigen netwerk.

Welk niet-christelijk denken stempelt jouw vak? Is dat denken gemakkelijk herkenbaar? Het heersende mensbeeld van de studie geneeskunde is gebaseerd op de natuurwetenschappen. Empirie is de norm: iets is waar als het meetbaar aan te tonen is. Je werkt vanuit een biomechanisch mensbeeld, wat betekent dat de mens door biologische processen wordt geregeld. Als zo'n proces verstoord raakt, is er sprake van ziekte. Vanuit dat model stel je je diagnose en kies je een therapie. Met zo'n mensbeeld kan een patiënt dus verworden tot "de blindedarm op kamer 14".

Als christenstudent kun je je gemakkelijk laten meevoeren door dit denken. Je houdt de wereld van de Bijbel gescheiden van die van de wetenschap en dan kun je ook nog goed scoren op de faculteit en voor de buitenwereld een goede dokter worden. Maar op een gegeven moment moet je erop stuiten dat dit zicht op de mens tekortschiet. Het geeft namelijk geen antwoord op de diepste vragen van het menszijn: waar kom ik vandaan, waar leef ik voor en waar ga ik naartoe? Bij iemand die met ziekte, en zeker met een ernstige ziekte, wordt geconfronteerd spelen die vragen echter vaak een grote rol.

Hoe houdt jouw geloof tegenover rationele argumenten van het vak stand? Je moet je als christenstudent goed realiseren dat het christelijk geloof ook op feiten is gebaseerd en -andersom- dat de geneeskunde net zo goed vanuit vooronderstellingen werkt die uiteindelijk niet door wetenschappelijk onderzoek tot stand zijn gekomen, de evolutietheorie bijvoorbeeld. Iedereen moet een geloofssprong maken. Een christen haalt zijn antwoorden uit de Bijbel, iemand die niet gelooft moet een sprong maken die vanuit rationeel oogpunt niet minder ongewis is. Het christelijk geloof is ook een aanname, maar een die je niet zelf doet: het geloof is een gave van God. Dat betekent echter wel dat je je in zekere zin uitlevert aan iets buiten je eigen denken. Je onderwerpt je aan God en Zijn woorden, en dat is niet strelend voor jezelf.

Ik vind het nog steeds niet gemakkelijk om het bijbelse mensbeeld met het biomechanische te integreren. Aan de ene kant moet je gewoon je vak uitoefenen zoals je het hebt geleerd, volgens de richtlijnen van je beroepsgroep. Je wordt tijdens je opleiding door de medische wereld min of meer gedwongen via dat ene schema te denken. Aan de andere kant is de relatie tot God in ziekte en gezondheid van enorme invloed; het is de meest bepalende factor in het menszijn. Veel lichamelijke klachten kun je bijvoorbeeld terugleiden tot een verkeerd gebruik van de goede gaven van de Schepper. Neem overgewicht, roken, alcohol- en drugsverslaving, het te hoge eisen stellen aan je lichaam of geest, verstoorde menselijke relaties enzovoort. Met zulke ziekten kun je als christen anders omgaan dan als niet-christen. Net als met vragen rondom het einde van het leven en met de vraag hoe je in je ziekzijn staat, of je dat kunt accepteren. Je werkt als christenarts op een terrein waarin iets doorklinkt van de barmhartigheid van God. God geeft om verloren, zwakke mensen en redt ze uit hun verlorenheid - iets van die barmhartigheid moet ook zichtbaar worden in de geneeskunde. Een middeleeuwse kloosterorde had als orderegel: Behandel zieken "quasi Dominus", alsof de patiënt de Heer Zelf is. Vanuit de Bijbel gezien is dat de norm.

De volksgezondheid zou met sprongen vooruitgaan als er meer naar het Woord van God zou worden geleefd. Ik vraag me wel eens af of dat idee bij veel christelijke artsen niet een beetje is weggezakt. Ze doen hun werk en dat doen ze vaak goed, denk ik, maar ik mis wel eens een beetje het vuur.

Het Lindeboom Instituut is op een geweldig goede manier bezig met medisch-ethische onderwerpen. Dat heeft echter een hoog filosofisch gehalte, ik mis vaak de vertaalslag naar de medische praktijk: een visie op het ethisch handelen in de spreekkamer. Op individueel niveau gebeurt er wel het een en ander, maar in Engeland en Amerika bijvoorbeeld kom je veel meer doordenking tegen van wat christenartszijn in de praktijk inhoudt. Wij scheiden christelijke overtuiging en beroepsuitoefening volgens mij te vaak en gaan nogal eens op in de drukte van de praktijk van alledag. Dan dreigt het gevaar van een soort geestelijke schizofrenie.

Veranderd door de studie? Fundamentele twijfel aan het christelijk geloof heb ik gelukkig nooit gekend. De studie heeft me wel meer bij de kern van het christelijk geloof gebracht. Ik werd geconfronteerd met mensen voor wie God geen betekenis heeft. En ook met mensen voor wie God dat wél heeft maar op een niet-bijbelgetrouwe manier, met vrijzinnige christenen bijvoorbeeld. Voor hen is zoiets als euthanasie vaak geen bezwaar. Dat zette me aan het denken en bracht me terug bij de Bijbel.

Wat is de beste manier: confrontatie of isolatie? Vanuit de Bijbel gezien mag je die twee niet tegen elkaar uitspelen. Ze horen beide bij het christenzijn. Isolatie is een gegeven: je bent anders dan je omgeving, je denkt anders en je bent momenteel in een minderheid. Dat brengt automatisch confrontatie met zich mee, net als in de eerste christelijke gemeente. De Bijbel roept ons ertoe op ons werk trouw te doen en onze plaats in de maatschappij in te nemen. Het gaat mis als je in het isolement zelf je heil zoekt. Christelijke organisaties bieden steun, maar als je gaat geloven dat isolement als vorm zegen brengt, vermolmt het christenzijn. Het gaat ook mis als je zegt: wij moeten confronteren, als een soort plicht. Primair is de verhouding met God. Als die goed is, volgen isolatie en confrontatie vanzelf.

Wat betekende het gebed voor je? Altijd blijven bidden, ook als je zelf niets ervaart.

De gemeente? Hoewel ik op kamers zat, ben ik in mijn thuisgemeente lid gebleven. Ik heb daar altijd warmte ervaren. De gemeente is de plaats waar je geestelijk gevoed wordt; dat is niet in de eerste plaats de studentenvereniging. Het staan in de gemeente houdt je blik breed en behoedt je voor eenzijdigheid; het studentenwereldje is niet de echte wereld.

Christelijke vrienden? Ik zat op kamers in een huis met andere christelijke medisch studenten. Met hen heb ik nog steeds contact - heel verrijkend, ook vakmatig.

Studentenvereniging? De CSFR is een geweldige vereniging. Natuurlijk worden er ook geregeld planken misgeslagen, maar de CSFR durft de confrontatie met de vragen van de tijd aan te gaan. Te weinig mensen realiseren zich dat het gevaar niet zozeer bij de studentenvereniging ligt, maar bij het feit dat je gaat studeren. Weten ze wel wat je op college krijgt voorgeschoteld? Dat alles kritiekloos slikken is veel gevaarlijker. Als je echt wilt wortelen in bijbels en gereformeerd christendom moet je jezelf vragen stellen. Dat is heel gezond. Vond de lichamelijke opstanding van Jezus werkelijk plaats, waarop is de kinderdoop gebaseerd? Als je die vragen aan jezelf stelt, houdt dat altijd een gevaar in. Maar als je met de mensen in je omgeving in gesprek wilt gaan, moet je toch door die vragen heen. Anders blijft je getuigenis op zijn best een goedbedoeld napraten. Het door die vragen heen kruipen maakt je als het goed is sterker en overtuigder.

Daarnaast leer je op de studentenvereniging ook je eigen vakgebied in een breder kader te plaatsen. Wat in de gezondheidszorg gebeurt, is een exponent van wat in de samenleving plaatsvindt. Pim Fortuyns pleidooi voor vraaggerichte zorg heeft met consumptiegedrag te maken. Dat is een maatschappelijke trek. De CSFR heeft mij erg geholpen in het ontwikkelen van zo'n bredere maatschappelijk kijk.

Welke boeken hebben je geholpen als christen in je vakgebied te staan? H. H. Jochemsen en G. Glas, "Verantwoord medisch handelen. Proeve van een christelijke medische ethiek". Paul Tournier, "Radicale therapie". John Wyatt, "Matters of life and death. Today's healthcare dilemma's in the light of christian faith".

Dit is de derde aflevering in een serie over de confrontatie met het hedendaagse denken. In Talent van volgende week het woord aan drs. Heleen Goedegebuur-Biemond. Zij studeerde Frans.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.