+ Meer informatie

VERDRIET IN HET KINDERLEVEN

Hoe moeten ouders reageren op

10 minuten leestijd

Ook kinderen kunnen verdriet hebben. De dood van een huisdier is een bekende oorzaak. Hoe spring je ermee om? Je kunt je kroost zonder meer "verbieden" verdriet te tonen: „Daarom hoefje niet te huilen!" Toch moeten we het kinderverdriet serieus nemen. Hen even laten gaan en een beetje aandacht schenken is bij kleine problemen vaak al voldoende. Blijven kinderen maar huilen om iets dat in volwassen ogen onbelangrijk is, dan kan het zinvol zijn hun op de betrekkelijkheid van het probleem te wijzen: „Toe joh, nu niet meer huilen, nou is het genoeg geweest."

Sinds de zondeval zijn al vele tranen vergoten: tranen van berouw, opstand, woede, pijn, verdriet. Verdriet... kinderen kunnen -net als volwassenen- verdriet hebben. Wie zou dat willen ontkennen? Maar al te vaak hebben we de tranen over de kinderwangen zien biggelen. En toch zeggen we als ouders zo gemakkelijk: „Toe, moet je daar nu om huilen?" „Houd nu maar op met huilen, zo is het wel genoeg." „Stel je niet zo aan, zeg. Wees een beetje flinker!" „Jij bent toch een grote jongen, of niet soms?"

Ander gevoel
Kinderverdriet is niet hetzelfde gevoel als het verdriet van een volwassene. Kinderen hebben bij voorbeeld andere gevoelsbanden. Hoe sterker de gevoelsband met het verlorene, hoe dieper het verdriet. En dus kan het verlies van de dierbare, maar tot de draad toe versleten beer een groter verdriet veroorzaken dan het overlijden van oom of tante.

Wij vinden vaak, dat zo'n ontroostbaar kind zich eigenlijk maar aanstelt en als ons geduld uitgeput raakt, zeggen we: „Doe je tranen nou maar weg. Je hebt nog een heleboel andere knuffelbeesten. Kijk maar in je speelgoedkast!" De overdreven tranenvloed van ons kind irriteert ons. In onze ogen is de nieuwe beer veel mooier dan de oude, maar voor een kind kan de eigen vertrouwde beer niet (zomaar) vervangen worden!

En daarom moeten we het verdriet van een kind meestal serieus nemen, al vinden wij het maar onzin is om daar nu om te huilen. Voor een kind is het echt niet maar een muis, maar een vogel, maar een hamster, maar een vis, die doodgaat!

Nog in ontwikkeling
Kinderen denken anders dan volwassenen. Ze geven aan gebeurtenissen een andere betekenis en zijn in hun denken, in hun gevoelens en in hun relaties nog helemaal in ontwikkeling. Soms zien ze de oorzaak van iets en het gevolg daarop in een heel ander licht dan wij, volwassenen, en het is dan ook geen wonder dat ouders het wel eens vreemd vinden als hun kind zich zo gedraagt, zó heftig reageert op het verlies van een paar knikkers of zich overgeeft aan een wanhopig verdriet als broer per ongeluk de versleten pop kapot trapt.

Volwassenen hebben in hun leven al vele malen iets kapot zien gaan, iets of iemand verloren, ruzie meegemaakt, tegenvallers geïncasseerd en dergelijke. Zij hebben het leren verdragen en zijn aan tegenslag gewend geraakt, maar kinderen maken dit alles voor het eerst mee. Het is nieuw, onwennig, veroorzaakt een gevoel van pijn, van gemis en is soms zelfs ondraaglijk.

De oorzaken van het verdriet kunnen van alles zijn: als Gert niet meer wil spelen met Douwe, als de staartdelingen maar niet uit komen, als de meester straf geeft, als het ringetje kwijt blijkt te zijn... Kinderen die ouder worden krijgen meer (nare) ervaringen en gaan nuchterder tegenover bepaalde tegenslagen staan. Ze gaan zien, dat sommige dingen niet onherstelbaar zijn en dat iets best wel vervangen kan worden. De dood van een dier blijft echter anders.

Dood van huisdier
Elk kind zal eens te maken krijgen met dode (huis)dieren: een uit het nest gevallen vogeltje, een platgereden egel, een hond of poes. Jonge kinderen ervaren zo voor 't eerst wat "dood" betekent. Ze hebben dat woord al vele malen gehoord, maar nooit de inhoud ervan begrepen. Nu zien ze het voor zich. Het dier beweegt niet meer, ademt niet meer en moet weggegooid of begraven worden.

Vooral als het hun lieve speelkameraadje betreft, grijpt het hen aan dat het dier nu weg is en nooit meer terugkomt. En dan komen er (vaak) de vragen over het sterven van dieren, over het sterven van mensen, over de opstanding en het oordeel, hel of hemel. Vragen over het "waarom" van het gebeurde, waar opstandigheid in doorklinkt. Hoe moeten we erop antwoorden, als we er zelf ook over tobben?

We mogen deze vragen niet wegduwen. Vanuit Gods Woord moeten en mogen we onze kinderen onderwijzen, juist nu de dood zo tastbaar, zo werkelijk geworden is! Ds. Koelman wijst in "De Plichten der Ouders" -bladzijden lang- op de ernst van de zaak: „U moet menigmaal met uw kinderen over het sterven spreken als het belangrijkste en meest ernstige dat een mens ter harte moet gaan, omdat hierna de eeuwigheid volgt. Maak uw kinderen duidelijk, waarom godzalige mensen de dood niet behoeven te vrezen..." 

Verbergen
Het grote verdriet van kinderen snijdt ouders door de ziel! Soms slaat de ouders de schrik om het hart. Kan het kind dit wel aan? „Hadden wij dit Joke wel aan moeten doen? Zal het kind er niets aan overhouden? Zal ze geen angst voor verlies van andere geliefden, angst voor zichzelf, angst voor de dood krijgen?", vraagt moeder zich af.

Ouders zijn geneigd om hun (jonge) kinderen te beschermen. Met akelige, nare, verdrietige dingen moeten de kinderen maar niet te maken krijgen en het liefst zouden ze zoiets voor hun kinderen verbergen. Dat komt trouwens wel voor ook. Het verdriet moet echter niet weggehouden worden van het kind. Mag ook niet weggehouden worden!

Natuurlijk gaat het door merg en been, als je kind zo verdrietig is. Het is goed, dat een kind mag uithuilen. Het hoeft zich niet groot te houden, die kiezen op elkaar te klemmen en alles in te slikken. Een meisje dat al verschillende malen een huisdier had moeten verliezen, vond dat ze er nu wel beter tegen kon.

„Ik heb een beschermend laagje eelt gekregen", zei ze. „Als ik nu een vogel dood op de weg zie liggen, vind ik het nog wel erg, maar ik huil er niet meer om. Ik heb geleerd om verdriet te hebben en het toch aan te kunnen. Nooit zou ik al die dieren hebben willen missen, met hun lief en niet hun leed. Ik heb er echt van geleerd!"

Toch niet zo erg
Het gebeurt natuurlijk vaak genoeg, dat jonge kinderen in tranen uitbarsten. Wat doen we dan? Is Janneke gevallen, heeft ze een kapotte knie? Een arm om haar heen, troostende woorden en een mooie pleister doen al veel. Anders wordt het als we de aanleiding van zoveel tranen maar onzin vinden. We reageren wat korzelig, en na een poosje moet dat gehuil maar afgelopen zijn.

Is dat nadelig voor het kind? Nee, dat hoeft lang niet altijd het geval te zijn. Als ouders de verdrietsuitingen niet begrijpen of erg overdreven vinden, dan kan hun reactie voor het kind heel leerzaam zijn! Zo wordt het voor het kind duidelijk, dat een verlies soms niet zo erg is als het lijkt. De pop kan uiteindelijk tóch vervangen en de fiets kan tóch gemaakt worden. In het leven kan het kind tegenslagen verwachten en daar moet het ook aan wennen.

Corrigerend
Vader en moeder (of anderen) leren door hun reactie op het kinderverdriet nog enkele dingen aan hun kind, die in het latere leven nuttig kunnen zijn. Je kunt afleiding zoeken, zodat je het gemis minder voelt; aandacht en troost krijg je van vader, moeder en anderen niet steeds weer opnieuw. Als je "te lang" verdrietig bent, komt er een einde aan de aandacht. Ook lukt het misschien een keertje om -door groot verdriet voor te wenden-  iets van vader en moeder gedaan te krijgen!

En ten slotte leert het kind, dat het beter en zinvoller is om door te gaan en opnieuw te proberen, in plaats van verdrietig bij de pakken neer te zitten. Dit zijn corrigerende opmerkingen, reacties van ouders en dat is goed voor een gezonde uiting van verdriet. Oudere kinderen laten zich veel minder gaan. Ze uiten hun verdriet op andere wijze en schamen zich soms voor hun tranen. Toch hebben zij ook troost nodig - een arm om hen heen en een luisterend oor, een gesprek onder vier ogen, het verdriet opdragend in het gebed.

Schadelijke reacties
Soms kunnen ouders zó reageren, dat het kind iedere keer weer opnieuw wordt gekwetst in zijn eigenwaarde. Er is voor het kind iets ernstigs aan de hand -de pop is kapotgetrapt, de poes is overreden- en toch mag het kind geen verdriet uiten. Of het kind wordt uitgelachen; ouders maken het bespottelijk en vertellen op een geringschattende manier het verlies als een goede grap aan buren of kennissen. Wat voelt een kind zich daardoor alleen gelaten!

De verdere emotionele ontwikkeling kan daar zeker schade door oplopen! Het komt wel voor, dat een kind totaal niet begrepen wordt in zijn verdriet. Er is geen troost, geen begrijpend gebaar of woord. Integendeel, het kind moet zich inhouden en mag zijn gevoelens van verdriet en opstandigheid niet tonen.

Op zo'n manier kan het gebeuren dat dit kind in een diepe depressie terecht komt! Hoe wij als ouders reageren op ons verdrietige kind is dus wel belangrijk! In een volgend artikel wil ik graag nog wat meer over dit onderwerp naar voren brengen.


Ik had geen tranen meer

Het kleine poesje Dop was onverwachts de weg opgerend en door de bus overreden. Joke (16) vertelt: „Ik zag het gebeuren! Toen heb ik het op een lopen gezet naar huis, alle deuren opensmijtend, brullend, brullend: „Dop is dood, o mama... Dop is overreden!" Ik was niet meer tot bedaren te brengen en die avond heb ik me in slaap gehuild. Ik had geen tranen meer.

Met een opgezet gezicht zat ik de volgende dag in de bus naar school. Ik beet op mijn tong, want ik wilde niet huilen, maar de eerste die wat tegen me zei, ontketende een nieuwe stortvloed van tranen! Een half uur later ging ik met dezelfde bus naar huis terug en niet naar het atheneum."


Hij was de liefste...

„Arnold, onze goudhamster, is van de kast gevallen en heeft zijn ruggegraat gebroken. Toen we hem vonden was hij al dood. De kinderen waren ontroostbaar Dat ze nog vier levende hamsters over hadden, betekende niets voor ze. Ze zeiden: „We hebben ook vijf tantes, als die van de kast vielen zouden we niet huilen, behalve als tante Marthe het was. Als die van de kast afviel, dat zou vreselijk zijn."

Op die manier probeerden ze ons tussen de tranen door nog een verklaring te geven van hun heel speciaal erge verdriet om Arnold. 't Ging om Arnold. De andere hamsters zijn ook lief, maar hij was de liefste... en hij is dood. Die avond hebben ze zichzelf in slaap gehuild, terwijl wij als ouders ons afvroegen of wij ze dit verdriet hadden moeten besparen door geen huisdieren te nemen."


Wantrouwen

Pieter van 6 jaar was uit logeren en juist in deze tijd werd goudvis Lowietje ziek. Moeder zag het met bezorgdheid aan, maar helaas, op een morgen dreef de goudvis met zijn buik naar boven in de viskom. Wat nu te doen?

Zorgvuldig werd de kom schoongemaakt en in de dierenzaak werd een goudvis gekocht. Toen Pieter thuiskwam van zijn logeerpartijtje was er "niets" aan de hand. Maar... kinderen zijn scherpe opmerkers. Het duurde niet lang of Pieter maakte opmerkingen over Lowietje. Hoe kwam hij zo oranje? En waar was het zwarte streepje op de vin? Uiteindelijk moest moeder wel de waarheid vertellen.

Stil ging Pieter naar boven om zijn verlies te verwerken. Naar de nieuwe goudvis keek hij de eerste dagen niet om en jaren later kwam nog het gevoel van wantrouwen naar boven als hij een poosje van huis was geweest. Niet alleen de eigen goudvis was weg, maar Pieter was ook een stukje vertrouwen kwijtgeraakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.