+ Meer informatie

GELOOFSGESPREK OP HUISBEZOEK 2

8 minuten leestijd

INLEIDING

In de verzorging van zijn kudde zoekt de herder niet alleen wat de welstand van zijn Schapen dient, maar wil hij ook voorkomen dat aan het welzijn van de Schapen schade wordt toegebracht.

Dat geldt nu ook voor het pastorale werk van de ouderling op huisbezoek. Er zijn gevaren die van binnenuit de schapen van de kudde bedreigen, alsook gevaren die van buitenaf de kracht van het geloof proberen af te breken. In dit tweede en laatste artikel willen we ingaan op wat het welzijn van de schapen en van de kudde bedreigt.

BlJ UNS ZELF

Het is een geweldig groot voorrecht dat wij als schapen tot de kudde van de Heere Jezus mogen behoren. In de doop immers hebben wij het teken en zegel ontvangen, dat wij met onze kinderen in het verbond van God en in Zijn gemeente begrepen zijn. Met name de jongeren in de gemeente mogen daar met alle nadruk op gewezen worden. Tevens dient benadrukt te worden dat dit niet betekent dat wij vanzelfsprekend en automatisch in zaligmakende zin tot de grote kudde van de Goede Herder behoren. De Goede Herder getuigt Zelf van Zijn schapen “Ik ken de Mijnen” waartoe dan ook behoort “en wordt van de Mijnen gekend”. Er behoort een levende relatie te zijn van de Herder tot Zijn schapen en omgekeerd. Een relatie die de Heere Jezus Zelf aanduidt: “Mijn schapen horen Mijn stem…en zij volgen mij”. Dit is de relatie van het geloof, waartoe de Goede Herder Zijn schapen door de Kracht van Zijn Woord en Geest brengt en ook bewaart en onderhoudt. Deze relatie wordt dikwijls bestreden. Denk aan de Psalmen en aan woorden van de Heere Jezus Zelf.

BEZWAREN VAN BINNEN UIT

Ongeloof is de ergste vorm van verzet tegen het ware geloof. Uiteraard geldt dit voor het brute ongeloof, waarbij men er geen moeite mee heeft om (openlijk) af te wijzen wat door het spreken van de Heere tot ons komt. Ongeloof kan zich echter ook voordoen in een andere vorm. Hierbij heeft men er strijd en moeite mee om te leven bij en uit de waarachtigheid van het spreken van de Heere. Het is als een woekerplant, die het geloof in het leven van hen die oprecht de Heere vrezen zoekt te verstikken. Dit blijft vanuit ons eigen natuurlijk bestaan een rol spelen tot ons sterven toe. In de Bijbel wordt dit aangeduid als “kleingeloof” of ook wel als “zwakgeloof”. “Kleingeloof” kenmerkt zich door klein te denken van wat we mogen en behoren te geloven. “Zwakgeloof” ziet meer op het zwak functioneren van het levende geloof. De Heere Jezus spreekt gelovige discipelen, die in verdriet Hem zoeken, aan als “onverstandigen en tragen van hart om te geloven wat de profeten gesproken hebben”.

VERKEERDE VOORSTELLINGEN

In ons denken kunnen verkeerde voorstellingen bestaan aangaande het spreken van de Heere, waardoor het tot geloof komen en de groei en ontwikkeling van het geloof in ons ernstig worden belemmerd.

Dit betreft ons denken over wat de Bijbel zegt over verkiezing en verwerping. Altijd weer is de satan er op uit om wat de Heere bedoelt tot een levende troost voor Zijn volk, tot een van de meest ingrijpende valstrikken te maken. Zie de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Enkele aanwijzingen hoe op huisbezoek hierover te spreken:

1. Niet ontkennen dat de Bijbel hierover spreekt als van eeuwigheid genomen besluiten.

2. Dat het gaat over door God genomen besluiten, wil zeggen dat niet minder dan God Zelf hierbij direct in geding is.

3. Beide door God genomen besluiten zijn volgens Schrift niet op één lijn te plaatsen. Gods verkiezing gaat voorop, de donkere schaduw van Gods verkiezing is Zijn verwerping.

4. Terwijl Gods verkiezing terug gaat op Zijn verkiezend welbehagen zonder enige inbreng of waardigheid onzerzijds, spreekt de Schrift nooit over Gods verwerping zonder dat wij op schuldige wijze de Heere reden daartoe geven.

5. De verkondiging van het Evangelie mag naar de gegevens van de Heilige Schrift nooit ingeperkt worden door Gods verkiezend welbehagen. Zie Deut. 29 : 29.

6. Gods verkiezing is altijd verkiezing in Christus: “Wie in Christus is, is door God verkoren”.

7. In Gods verkiezend welbehagen, gegrond in het volbrachte werk van Christus en verstaan door de Heilige Geest, ligt de zaak van Gods Kerk voor eeuwig vast.

VERKEERDE GEDACHTEN

Deze gedachten kunnen een belemmering zijn om het geloof blijmoedig te beoefenen en te beleven. Is het geloof dat ik meen te bezitten wel het ware geloof? De Bijbel laat ons weten dat er ook schijngelovigen zijn. Zij denken het ware geloof deelachtig te zijn, terwijl het toch niet het waarachtige geloof is. Denk aan de gelijkenis van de Zaaier met de verschillende uitwerkingen van het goede zaad in de akker van ons hart.

Een oppervlakkig geloof, vallend langs de weg van ons leven, waar het door de vogels wordt weggepikt.

Op steenachtige aarde, waar het wel snel opgroeit maar verder geen wortel heeft en door de steenlaag van het onvernieuwde hart wordt tegengehouden.

Tussen de doornen van onze drukke aardse bezigheden en allerlei andere verzoekingen en verleidingen.

Wellicht zijn er leden van de gemeente, die niet zonder zorg stellen: als het ware geloof in mijn leven aanwezig is zou het bij mij in mijn dagelijkse levensgang dan niet anders moeten zijn? Er zijn dagelijks in mijn leven nog zoveel zondige gedachten, nalatigheden en tekortkomingen! Duidelijk is dat geloven alles met ons dagelijks leven te maken heeft. De oproep tot geloof staat tot het deel hebben aan het heil van Gods Koninkrijk nooit op zichzelf. Oproep tot geloof gaat samen met en dikwijls nog vooraf aan de oproep tot bekering. Uiteraard houdt dit niet in, dat onze bekering een voorwaarde is om te mogen geloven. Grond tot geloven is nooit gelegen in iets van ons. In het Koninkrijk van God zijn bekering en geloof onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Beide zijn als het er op aankomt niet alleen één in het werk van God maar ook één in Gods beloften. Geloof zonder vruchten is niet anders dan een dood geloof.

Wat we op huisbezoek ook kunnen ontmoeten, is de vraag of het geloof niet slechts vrucht van opvoeding is. Immers,alshet gaatom bekeringenlevensveranderinghoor je soms van grote en diep ingrijpende gebeurtenissen en waarneembare gevolgen. Deze wijze van tot bekering en geloof komen, vindt doorgaans plaats in het leven van hen die openlijk als god-lozen hebben geleefd.

Bij hen die er van jongs af bij zijn opgevoed en trouw kerkelijk hebben meegeleefd vindt het tot bekering en geloof komen doorgaans op een andere manier plaats. Bij hen is het zeer zeker ook een verandering, maar dan vooral een innerlijke verandering en vernieuwing. Dankbaarheid is evenwel gepast voor een trouwe kerkelijke opvoeding en voor ouders die je in het leven van geloof en bekering voorgaan. Overigens: Tot het geloof en bekering komen is niet minder belangrijk dan het blijven in het geloof en bekering. Geloof en bekering dienen voor ons meer werkwoorden te zijn dan zelfstandige naamwoorden. Denk aan de veelzeggende uitdrukking: hoe langer hoe meer.

BEZWAREN VAN BUITENAF

Wanneer we op huisbezoek in de gezinnen van de gemeente komen, mogen de leefomstandigheden van die gezinnen ons niet onbekend zijn.

Geloven heeft alles met de dagelijkse gang van ons leven te maken, zoals de dagelijkse gang van ons leven niet los staat van het geloven. De Bijbel spreekt betreffende onze geloofsstrijd over verzoekingen en over beproevingen. Het verschil tussen beide is niet zozeer gelegen in de intensiteit van wat zich aan ons voordoet.

Verzoeking gaat uit van de duivel, de grote tegenstander van God, die altijd weer het werk van God in ons wil vernietigen. Beproeving gaat uit van God, waarbij de Heere Zich aan ons wil doen kennen en nauwer aan Zich wil verbinden. Beproevingen kunnen ons het gevoel geven dat wij van God verlaten zijn. Te denken is aan Psalm 42, wanneer de satan in zijn duivelse verzoeking doet horen: “Waar is nu uw God?”

Volgens ons belijden is het delen in het licht van Gods aangezicht zoeter dan het leven. De verberging van Gods aangezicht is ons daartegenover bitterder dan de dood. We mogen in dienst van de grote Herder (Pastor) Zijn schapen pastoraal vertroosten met Zijn verzekering: “Hij van God verlaten, opdat wij tot God genomen en nooit meer van Hem verlaten zouden worden”.

TENSLOTTE

Niet alleen op huisbezoek maar voor heel ons ambtelijk werk gelde het Woord van 2 Cor. 1 : 24: “Niet dat wij heerschappij voeren over uw geloof maar wij zijn medewerkers uwer blijdschap, want gij staat door het geloof”.

Beide artikelen zijn een samenvatting van wat uitvoeriger beschreven is in hoofdstuk 2 van het boek geschreven door D. Koole en dr. W.H. Velema, Verricht uw dienst ten volle. Uitg. Kok Kampen 1985.

Ds. J. Brons is emeritus predikant sinds 1999 en woont op Urk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.