+ Meer informatie

Thuis

6 minuten leestijd

Dat mag wel gezegd worden van één van Gods kinderen, die aan het einde van de vorige maand de eeuwige rust inging. We zouden hier geen bijzondere melding van m aken, wanneer zij niet een stille medewerkster van ons blad was geweest. Van haar hand zijn de korte bijdragen uit een dagboek, dat zij op ons verzoek vrijwillig voor dit doel af stond. Van haar hand was ook een brief aan vrienden, die enkele maanden geleden werd opgenomen.

We hebben haar zeer veel jaren gekend én in vriendschap met haar geleefd. Zij wasmog jong toen we met haar in kontakt kwamen. Haar moeder leefde nog. Deze werd door haar dochter verpleegd. Haar moeder was een vrouw, die de Heere vreesde. Mijn vrouw en ik hebben haar tijdens haar laatste ziekte regelmatig bezocht. Dat is ongeveer 34 of 35 jaar geleden. In stil vertrouwen is moeder heengegaan. Ze had haar houvast aan de Heere. Zou Hij het zeggen en niet doen, spreken en niet bestendig maken? Ze werd door vrienden naar het graf gebracht. Moeder geloofde zeker, dat haar dochter ook eenmaal zou komen om God eeuwig groot te maken. Dat is thans vervuld.

Na het sterven van moeder is er een grote verandering in haar leven gekomen. Zij heeft geen rust meer gekend voor zij God tot haar deel had. De Heere heeft haar steeds meer ingeleid in het werk der verlossing en rijke genade in haar leven verheerlijkt. Zij heeft veel oefeningen opgedaan. Ze kon rijk spreken over de wegen des Heeren. Wehebben dat van nabij meegemaakt in de jaren, dat we samen in Zaandam woonden en elkaar vaak ont moetten. Ook daarna hadden we voortdurend weer kontakt met haar. De vriendschap is gebleven tot het laatste toe. Zij heeft met ons meegeleefd in moeilijke wegen. Ook nog na het heengaan van mijn vrouw. We waren samen met anderen meermalen bij haar geweest tij dens haar laatste ziekte. Daarna was ik er nog een keer met mijn kinderen. Ze was toen nog helder. Wat sprak ze bemoedigend. Om nooit te vergeten. Wij van onze kant - vooral mijn vrouw - hebben getracht voor haar en haar gezin te zijn, wat we konden zijn.

Vele zijn haar tegenspoeden geweest. Al van klein kind af heeft ze haar zorgen gehad, samen met haar moeder. Later kwam ze tot een huwelijk. Ze heeft toen met haar man wel zorgen gehad, m aar toch ook gelukkige dagen gehad. Na 25 jaren nam de Heere plotseling haar man weg. Deze verdronk op een warme zomerdag. Het bericht hiervan verpletterde haar, maar de Heere vertroostte haar bijzon der. Ze mocht geloven dat haar man daar was, waar geen inwoner zal zeggen: ik ben ziek, maar waar een volk mag wonen, dat vergeving van ongerechtigheid heeft. Daarop zijn jaren gevolgd van veel strijd en veel zorgen, maar ook van veel bemoeienissen des Heeren. Tijdens haar weduwschap is ze jaren lang kosteres geweest. Ze deed biddend haar werk met een zwak lichaam. Haar hele leven is na haar verandering een biddend leven geweest. Wat heeft ze geworsteld voor haar gezin en voor anderen, wier nood haar nood was. Wat heeft ze geworsteld voor Gods knechten, dat de Heere hen mocht bijstaan en doorhelpen. Er zijn er, die ervan kunnen getuigen, hoe licht de arbeid dan was. En zelf heeft ze menigmaal de vruchten mogen weg dragen.

Na een achttal jaren kwam ze in de weg van Gods bijzondere voorzienigheid tot een tweede huwelijk. Wij hebben dat in Zaandam beves tigd. Zij vertrok toen naar IJsselstein. Dat gaf haar leven weer een andere richting. Ze kreeg een nieuwe taak. Ze gaf zich daaraan met de liefde van haar hart. Wat het uitwendige betreft had zij het toen beter, maar haar leven bleef een leven van strijd en zorgen. Maar de Heere was haar in alles nabij en zo kon ze telkens haar hoop op de Heere stellen. Meer malen was ze zwak en als nabij de dood, maar de Heere richtte haar telkens op. Meermalen hebben we haar onder allerlei omstandigheden ontmoet, dat de Heere kennelijk in het midden was.

Haar tweede man ontviel haar bijna driejaar geleden. Hij leek veel sterker, maar een ernstige kwaal sloopte zijn krachten. Samen kwamen ze in IJsselstein in het ziekenhuis terecht. Haar man ging heen in volle vrede. De verwachting was, dat zij heel spoedig zou volgen, maar ze knapte weer wat op. Ze was nog niet aan het einde van haar pelgrimsreis. Ze heeft nog enkele jaren geleefd, zwak naar het lichaam, met allerlei zorgen, maar onder alles onder vele uitlatingen van de trouw des Heeren. Over de weg, die de Heere met haar gehouden heeft, zou veel te schrijven zijn, maar wie kan alles in orde verhalen? Zij had vrede bij God door Christus. Zij had ontvangen de Geest der aanneming tot kinderen, waardoor zij met vrijmoedigheid kon roepen: Abba, Vader. Zij heeft het goed leren verstaan, dat zij in zichzelf niets was dan stof en dat zij alles te danken had aan een drieënig God. Laat dit weinige genoeg zijn.

Zij had haar vrienden onder Gods volk uit allerlei kerkverbanden. Zij had altijd een bemoedigend woord voor bestredenen. Zij kon hen goed verstaan, want in al hun wegen was zij zelf ook geweest. Als zij het leven der genade bespeurde was ze verblijd. De laatste keer, dat we haar ontmoetten, zei ze nog: het werk Gods is zo eenvoudig.

Ruim een jaar geleden is zij naar haar oudste zoon in Zaandam vertrokken. Daar is zij vol liefde verzorgd. Ze kwam toen nog eens in IJsselstein en moest plotseling in het ziekenhuis worden opgenomen. Ze werd tweemaal geope reerd en daarna naar Zaandam vervoerd. Ze had een ongeneeslijke kwaal. Haar krachten werden hoe langer hoe meer afgebroken. Haar geest bleef helder. De Heere maakte haar van alles los. Ze gaf haar kinderen aan de Heere over. Ze had veel voor hen geworsteld. Ze bleef uitzien en wachten, verwachten, totdat de Heere haar thuis haalde. Ze was een moede zwerfster, de zonde moe en zichzelf moe. Ze verlangde ontbonden te worden en met Chris tus te zijn. De laatste paar weken was ze vaak bewusteloos. Zo is ze heengegaan. Ze heeft haar wens verkregen.

Zelf had ze de begrafenis geregeld. In IJssel stein werd ze begraven. We hebben vóór de begrafenis op haar verzoek laten zingen Ps. 68: 2 en gelezen Psalm 71 en daaruit gespro ken in verband met haar leven. Ds. Tanis sprak op het graf over de grote gave Gods, in Wie ook zij haar behoud gevonden had. Na de begrafenis sprak nog de heer Oskam, godsdienstonderwijzer, een persoonlijke vriend. De oudste zoon sprak aan het graf een gepast dankwoord.

Een Koningskind was grafwaarts gedragen, in zichzelf verdoemelijk, maar gewassen in Christus’ bloed en geheiligd door Zijn Geest. Zo hebben we afscheid van haar genomen. Haar lichaam rust in het stof, maar zal eens opgewekt worden in heerlijkheid.

Er waren vele kinderen Gods bij elkaar, zelfs uit het noorden van Friesland en uit het zuiden van Zeeland. Hier waren geen kerk muren, maar een overeenstemming des harten. De Heere was in het midden. Er is veel ge zongen. Het laatste vers was Ps. 72 : 11: Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.