+ Meer informatie

Kerkregering

5 minuten leestijd

Geheimhouding van kerkeraadszaken.

Het is al enkele maanden geleden dat een broeder mij vroeg iets te willen schrijven over het „praten uit de kerke raad”, zoals hij zich uitdrukte. Hij wees op het feit dat in de gemeente, waartoe hij behoort, vele zaken, die op de kerkeraad besproken worden, door het praten van kerkeraadsleden, uitlekken, waardoor er nogal eens onaangename situaties waren ontstaan.

Graag wil ik op dit verzoek ingaan. Onze broeder raakt een ietwat pijnlijke plek in het kerkelijke leven aan en het is misschien goed er eens extra aan dacht aan te besteden.

Ik begin dan met de opmerking dat de zaken die door de kerkeraad behandeld worden altoos zaken zijn die de gemeente aangaan. Geen enkele kerke raad kan en mag zeggen: Gemeente, daar hebt u niets mee te maken ! Het tegendeel is waar; alle zaken gaan tenslotte de gemeente aan. Maar daarom ook dienen de kerkeraden een zo groot mogelijke „openheid”, zoals men dat tegenwoordig zegt, te betrachten. Zij moeten de gemeente inlichten zo ruim en breed als maar mogelijk is. Dit laatste voegen wij er met opzet bij, want het welbegrepen belang van heel de gemeente of van een broeder of zuster, en de eer van God en Zijn kerk, kunnen een kerkeraad dwingen aan bepaalde zaken juist géén ruchtbaarheid te geven. Maar overigens zorge een kerkeraad er voor dat de gemeente breedvoerig worde ingelicht, en dit kan in onze tijd prachtig door middel van lo kale of regionale kerkbladen. De gemeenten mogen beslist niet de indruk krijgen dat de kerkeraadszaken een ge heimzinnig gedoe zijn, waarmee de leden der gemeente als onmondige kinderen niets te maken hebben.

Dit stellen wij dus nadrukkelijk voorop. Maar met evenveel nadruk zeggen wij dat de leden van de kerkeraad persoon lijk tot geheimhouding verplicht zijn. Dit is vanouds de lijn geweest. En dat is de enig goede lijn. Ik haal hier met in stemming aan wat prof. M. Monsma in Noord-Amerika, die wij als een man van grote praktische wijsheid hebben leren kennen, schreef in De Wachter van 3 nov. 1964. Prof. Monsma zegt: „Indien de leden van de kerkeraad gingen pra ten en vertellen over allerlei zaken die er op onze kerkeraadsvergaderingen verhandeld worden, zou dat tot gevolg hebben dat er veel misverstand zou ont staan. Niet slechts omdat de onderschei dene kerkeraadsleden de zaken niet al toos volledig en met preciesheid zouden overbrengen, maar ook omdat de hoor ders niet alles direct zouden vatten, en met juistheid zouden herhalen. En voor al wanneer er dan gevraagd werd wat ouderling A gezegd had, en hoe of dia ken B gestemd had, dan zou dat te meer aanleiding geven tot allerlei verwarring en onrust. En vele zaken die een kerke raad in bespreking heeft, en die in hef stadium van voorbereiding zijn voor een toekomstige beslissing, zouden door al lerlei gepraat en misverstand bedorven worden aleer de kerkeraad de zaken op ordelijke en volledige wijze de gemeente zou kunnen voorleggen. Tot bevordering van een alzijdige overweging en een onbevooroordeelde eindbeslissing aan gaande belangrijke kerkeraadszaken is geheimhouding beslist noodzakelijk. En zulk een geheimhouding is des te meer een vereiste wanneer het tuchtzaken be treft. Want tuchtzaken nemen natuur lijk altoos personen in zich op. Nu eist de liefde Gods dat wij hem. die struikel de en in zonde viel, in liefde bejegenen. Wat niet openbaar is, moeten we niet openbaar maken. De zondaar moet te recht gebracht door Gods genade. En geeft hij gehoor aan het vermaan van de kerkeraad, dan wordt heel de zaak onder de mantel der liefde bedekt …

Maar heel dit op Gods Woord gegronde proces van verschoning en geheimhouding, zou geknakt en verbroken zijn indien de kerkeraadsleden gingen praten over wat ter kerkeraadsvergadering aangaande overtredende broeders of zusters ter tafel kwam”. Prof. Monsma spreekt er dan van dat er soms „lekke” kerkeraden zijn. Hij beveelt aan dat men met oordeel des onderscheids moet optreden. Van verschillende dingen is het niet erg, zegt hij, dat ze verteld worden: een paar banken repareren, wie afgevaardigd worden naar de classis, enz. Hij vindt het ook een goede gewoonte om in een Bulletin (kerkbode) verschillende dingen aan de gemeente bekend te maken. In belangrijke gevallen van praten uit de kerkeraad zou men als uiterste zelfs tot tijdelijke schorsing van de betreffende ambtsdrager moeten overgaan, zegt prof. Monsma.

Ik ben het volkomen met prof. Monsma eens. Hij zegt de dingen waar het op aankomt en doet dit op uitnemende wijze.

Nog twee dingen in dit vérband. Ten eerste: ook in vroeger eeuwen had men blijkbaar met het euvel van „lekke” kerkeraden te doen. De kerkeraad van Keulen besloot op 24 mei 1587: Alles wat in Consistorie (= kerkeraad) gehandelt, besloten ende gesproken is, dat en sal men niemandt openbaeren, maer sal secreet blijven ende an geen persoon vermeldet worden. Ten tweede: blijkt het dat iemand zich telkens schuldig maakt aan „praten uit de kerkeraad”, dan is zo iemand niet geschikt voor ambtsdrager en zo een dient niet meer gekandideerd te worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.