+ Meer informatie

De Heidelbergse Catechismus

6 minuten leestijd

(21)

De verschijning van cle Catechismus bracht een buitengewone gisting in de Christelijke kerk te weeg. Zij vond vrienden en vijanden, lofredenaars en verachters, tegensprekers en verdedigers. We zullen dat allemaal niet uitvoerig nagaan. We zouden verzeild raken in een doolhof van namen en dogmatische standpunten. Eén bepaald voorval willen we cle lezer echter niet onthouden, omdat het ons tevens een kijk geeft op het karakter van cle edele keurvorst Frederik III van de Paltz, alsmede op zijn geestelijk leven.

Strijd.

Op de rijksdag te Augsburg (1566) zou alles zich verenigen om het Calvinisme in de Paltz uit te roeien. Nog was Frederik er niet verschenen, toen roomsen en protestanten (Lutheranen), keizer en vorsten, reeds besloten hadden hem te dwingen, alle sporen van het Calvinisme in zijn staten uit te roeien, de Catechismus af te schaffen en de Augsburgse Confessie aan te nemen. Stemde cle keurvorst daar niet in toe, dan werd hij bedreigd, met de rijksban en met geweld. Toen de vrome vorst zich gereed maakte om naai" Augsburg te reizen, was hij op alles voorbereid, zelfs op het verlies van kroon en rijk. Keurvorst Frederik van Saksen was dat immers ook overkomen! De meest wilde, verontrustende en beangstigende geruchten van wat hem daar te wachten stond, kwamen tot hem. Zijn broer smeekte hem Heidelberg niet te verlaten. Tevergeefs echter. Alles had liij veil voor zijn geloof. „Ik ben, " zo zei hij, „in de hand van mijn lieve getrouwe hemelse Vader. Zijn almacht zal mij tot een werktuig gebruiken om Zijn Naam, niet alleen met de lippen, maar ook met de daad voor het ganse heilige Duitse rijk te belijden, gelijk ook mijn broeder, hertog Frederik van Saksen, gedaan heeft. En ofschoon ik zo vermetel niet ben, mijn verstand met dat van de zalige keurvorst te vergelijken, ben ik echter verzekerd, clat die God, welke hem toen bij de rechte en ware kennis van zijn Evangelie bewaarde, nog leeft en zo machtig is, clat Hij mij, arm, eenvoudig schepsel, wel bewaren kan en gewisselijk door Zijn heilige Geest bewaren zal; ja, al moest het er toe komen, dat mijn bloed moest gestort worden, waarvoor ik mijn God en Vader, indien het Hem behaagde mij zo groot een eer waardig te keuren, nooit genoeg, noch hier beneden op aarde, noch daar boven in cle eeuwigheid, zou kunnen loven en danken." Zo sprak hij en met onwankelbaar geloofsvertrouwen, vasten en een grote moed, verscheen hij voor cle keizer in cle vergadering der rijksvorsten. Zijn zoon Johan Casimir, „zijn geestelijke wapendrager, " zoals hij hem noemde, droeg hem cle Bijbel na.

Toen de vice-rijkskanselier hem het keizerlijk decreet hacl voorgelezen, antwoordde hij:

„Ik ben, gelijk ik Uwe keizerlijke majesteit persoonlijk heb geschreven, nog van zin en mening, in geloofs-en gewetenszaken, één Heere, clie een Heere aller heren, een Koning aller koningen is, te erkennen; en daar het niet om mijn lichaam, maar om mijn ziel en zaligheid te doen is, welke mijn Heere en Heiland Jezus Christus, mij toevertrouwd heeft, zo ben ik ook verschuldigd en verplicht, die te bewaren. Daarom kan ik niet toestaan, dat Uwe keizerlijke majesteit, maar alleen God, die haar schiep, over haar te gebieden heeft. Daar ik, dat ik bij God en mijn Christelijke geweten betuigen kan, nimmer de schriften van Calvijn

heb gelezen, zo weet ik niet, wat met het Calvinisme bedoeld wordt. Wat echter mijn Catechismus betreft, die erken en belijd ik. Ook is hij aan de rand zo met gronden en bewijzen uit de Heilige Schrift versterkt, dat hij alle pogingen der godgeleerden om hem te weerleggen, heeft verijdeld, en, met Gods hulp, verijdelen zal. Overigens troost ik mij hiermee, dat mijn Heere en Heiland Jezus Christus mij en al Zijn gelovigen de zekere beloften heeft gegeven; clat mij alles, wat ik om Zijns Naams wil zal verliezen, in cle toekomende eeuw honderdvoudig zal worden teruggege-M

ven. Hier zweeg de Paltzer en — hij had overwonnen. Zijn toespraak had de diepste indruk op de vergadering gemaakt; zelfs de verstoktsten waren door de openbaring van zo'n geloofsvertrouwen geroerd; het Calvinisme en de Catechismus waren gered. August van Saksen trad op hem toe, sloeg hem op de schouder en zei: „Frits, gij zijt beter dan wij allen." De graaf van Baden zei bij het scheiden der vergadering: „Wat valt gij deze man aan, hij is vromer dan wij allen."

Sedert deze gebeurtenis werd gedurende zijn regering de Catechismus niet meer door de vorsten en rijksstanden aangevallen. De vorsten staakten hun aanvallen op dit boek en legden de wapens neer, maar de theologen bleven onverzoenlijk, niet slechts onder de Lutheranen en Roomsen, maar ook onder de Gereformeerden. De voorspelling, die Ursinus vroeger gedaan had, dat zou zijn Catechismus niet aan bestrijders zou ontbreken, werd volkomen vervuld. Zoals in de aanvang van dit artikel gezegd, we zullen er niet veel van zeggen. De geschriften uit die tijd tegen de Catechismus zijn vol gal en alsem, een mengeling van onverdiende spot en vuile laster, holle woorden en lage straattaal. Er worden dikwijls dwalingen aangevoerd, clie nimmer in het brein der opstellers zijn opgekomen, clie boeven en dwepers worden genoemd.

Ursinus en Olevianus hebben de verdediging meesterlijk gevoerd. Aan hun verdedigingsgeschriften wordt nog hoge waarde gehecht. En terecht, want wie kon het leerboek beter verdedigen dan de opstellers zelf? Ook wezen zij het standpunt aan, waarop zij wilden, dat men hun werk zou beschouwen: als het werk van kortzichtige, feilbare mensen, dat zij gaarne wilden verbeteren, als men hen slechts van vooroordeel of dwaling kon overtuigen op grond van Gods Woord.

De reeks lezingen, door Ursinus als hoogleraar in de Godgeleerdheid, over de Catechismus gehouden, zijn later door zijn leerlingen na zijn dood in het licht gegeven. Men heeft dit werk de erenaam van „Schatboek" gegeven, wat het ook in waarheid is, want er ligt een schat van kennis en waarheid in opgesloten. Het is één van de beste werken op theologisch gebied, volgens een gezegde uit clie dagen „een spiegel der levende Godzaligheid; " rijk aan praktikale lessen en opmerkingen, die haar waarde en kracht tot op heden behouden hebben en clie ook zullen behouden.

Zo brachten dan Ursinus en Olevianus hun vijanden tot zwijgen en er verscheen, een enkel onbeduidend artikel uitgezonderd, gedurende een reeks van jaren, geen twistgeschrift meer. De keurvorst kon dus terecht in zijn geloofsbelijdenis getuigen, dat „de onrustige hoofden, die zich uit loutere eergierigheid en een opgevatte haat verstout hadden, zijn Christelijke en op Gods Woord gegronde Kerkenorde en Catechismus als een dwalende leer te lasteren en bij vele eenvoudige heden verdacht te maken, door de hulp en genade des Almachtigen, overwonnen en tot zwijgen gebracht en veler ogen geopend en tot de belijdenis der Hervormde leer gebracht waren."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.