+ Meer informatie

ALLAH OF DE GOD VAN ISRAEL?

10 minuten leestijd

Moslims in Nederland

Er wonen naar schatting in Nederland 800.000 moslims. De Islam is de tweede godsdienst geworden in ons land. Sommigen vrezen dat in de misschien wel nabije toekomst de Islam de eerste godsdienst wordt. Intussen zullen moslims in toenemende mate posities innemen in de samenleving en in allerlei overheidsorganen en besturen, die hun maatschappelijke en politieke invloed zullen bevorderen. Menig christen in de grote steden woont in een straat waarin hij met nog een paar andere christenen een kleine minderheid vormt temidden van een moslimse omgeving. Ik verkeer bv. in zo’n positie. Bedreigend? Verre van dat! Heel wat Nederlanders kunnen een voorbeeld nemen aan hun moslimse medelanders. De contacten die er zijn rond een pastorie naast de kerk temidden van zoveel moslimmedemensen zijn over het alge-meen positief, vriendelijk, welwillend en in ieder geval niet vijandig of beledigend.

Na 11 september 2001

Het is niet te ontkennen dat de aanslagen op 11 september 2001 in New York en Washington de verhouding tussen christenen en moslims onder spanning hebben gebracht. We mogen deze gruwelijke aanslagen niet los zien van een verwerpelijk door fundamentalisme ingegeven fanatisme. De meningen zijn trouwens niet eenduidig en de reacties in Afrika, Azië en Latijns-Amerika waren heel anders dan die in de westerse wereld. Vele niet-westerse christenen hebben het vreselijke gebeuren van 11 september 2001 ook afgekeurd, maar het tegelijk beschouwd als een consequentie van de arrogantie van de macht van het Westen. Iemand schreef in dit verband: wie wind zaait, zal storm oogsten. Hoe het ook zij, na 11 september 2001 is het gesprek tussen christenen en moslims nog meer geboden en noodzakelijk, al is het er niet gemakkelijker op geworden.

Grofweg telt de wereldbevolking 2 miljard christenen en 1.2 miljard moslims. Alleen al op grond van die getalsverhouding, maar zeker ook vanwege de discussies over de geloofsovertuigingen van moslims, kunnen we dat gesprek niet uit de weg gaan. Een dergelijk gesprek betekent wel dat je naar elkaar luistert en kennis neemt van wat die ander beweegt, gelooft en voor ogen heeft. De beeldvorming die wederzijds bestaat c.q. ontstaan is, is heel vaak een vertekening of zelfs een karikatuur. Daar hebben slechte ervaringen in het verleden en in het heden uiteraard toe bijgedragen.

Allah

Ik las kort geleden in een boekje over de wereld na 11 september 2001 ook informatie over de Islam. Daarbij werd bij herhaling gesproken over God=Allah. Dat werd verder niet toegelicht, maar het suggereerde wel dat er een is-gelijk-teken geplaatst kan worden tussen de God van de bijbel en Allah van de koran.. Nu is er zeker een etymologisch verband tussen Allah en het hebreeuwse woord El voor God. Het zal dan ook niemand bevreemden dat in de bijbel van de Arabische christenen voor de naam van God Allah wordt gebruikt. ‘Alzo lief heeft Allah de wereld gehad…’ enz.

In gesprekken met moslims zal een christen bij God aan de Vader van onze Here Jezus Christus denken en de gesprekspartner aan Allah. Bij de vraag of God bestaat zal er aan beide kanten zonder aarzeling bevestigend geantwoord worden. Geen twijfel mogelijk, God bestaat en aan Hem hebben wij ons bestaan te danken. Moslims erkennen God als de Schepper, de Barmhartige, de God van Adam, Noach, Abraham, Mozes, David en Jezus en wij zullen daarmee in kunnen stemmen.

Er zijn dus overeenkomsten tussen de manier waarop de moslims over Allah spreken en christenen over God. En er zijn trouwens veel meer raakvlakken tussen christenen en moslims. In een geseculariseerde samenleving waarin velen erkennen dat het hoog tijd wordt weer over waarden en normen te praten, zullen we moslims heel wat eerder aan onze kant hebben dan menig niet gelovende Nederlander. Het godsgeloof in de Islam en het godsgeloof zoals wij dat kennen, liggen op tal van punten dicht bij elkaar. En de nadruk op de onvoorwaardelijke erkenning van Gods hoogheid, macht en gezag zal aan beide zijden onderschreven worden. En laten we ook niet vergeten dat moslims geloven in het bestaan van engelen, in een leven na de dood en in het gezag van God over heel het leven. Ik denk dat deze punten in het gesprek met de moslimse medelander goede aanknopingspunten kunnen bieden.

Godsbeeld

Er is dus in zekere zin een overeenstemming als het gaat over de Godsnaam; dat is beslist niet het geval als het gaat over het godsbeeld. Dan is er een onoverbrugbaar verschil. Dat komt meteen al uit in het gebruik van de Vadernaam voor God. Hij is de Vader van onze Here Jezus Christus. God is in Christus mens is geworden en dankzij Jezus mogen wij Hem met de Vadernaam aanspreken. Wij geloven in een drie-enig God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Deze belijdenis is hét grote struikelblok in het contact met moslims. Hij is niet slechts de God ver weg en hoog boven ons, maar ook de Immanuel, de God-met-ons. Zijn genade in Christus is toch heel anders dan wat moslims verstaan onder de naam ‘Barmhartige’ van Allah..

Met dit alles is het mensbeeld ook totaal verschillend. We belijden dat de mens verlossing nodig heeft van zonde en schuld en we mogen geloven in Christus, die gekomen is tot een verzoening van onze zonden. Zowel dit Godsbeeld als dit mensbeeld zijn voor moslims onbekend en onaanvaardbaar.

Gesprek

Het lijkt me toe dat de belijdenis van God als onze hemelse Vader niet ongenoemd mag blijven in het gesprek met de moslim. Immers, aan die belijdenis is Mohammed in zijn optreden en verkondiging (ongeveer 800 na Christus) voorbijgegaan. Hij neemt wel heel wat bijbelse elementen en verhalen over maar niet dat wat zo eigen is aan de God van de bijbel. De kennis van Gods barmhartigheid in zondaarsliefde, verzoening en vergeving ontbreekt en daardoor komt hij tot een godsdienst die wel parallellen heeft met de bijbel en met het bijbelse geloof maar er toch oneindig ver vandaan blijft. Het is niet gemakkelijk om deze bijbelse gegevens en feiten op een goede manier in het gesprek naar voren te brengen. Ik heb daar zelf niet of nauwelijks ervaring mee. Er zijn er die daar veel meer inzicht in hebben, maar ik ben wel van mening dat dit eigene van het christelijk geloof niet onbesproken mag blijven. Het is belangrijk om daarbij zoveel mogelijk aanknopingspunten te zoeken en ook vragen te stellen die het gesprek steeds weer open houden.

Laten we in ieder geval in ons gesprek voor ogen houden dat de moslims met het bijbels Godsbeeld heel veel moeite hebben. Het is dan ook van belang om woorden te kiezen en voorstellingen te bieden die voortkomen uit een persoonlijke beleving van het wonder van Gods liefde in Christus.

Getuigend

Het gesprek met moslims dient dan ook getuigend te zijn. Je laat merken dat je datgene waar je van getuigt ook persoonlijk kent. We weten van een persoonlijke omgang met God. Hij is immers niet alleen hoog verheven en majesteitelijk groot, maar ook nabij allen die Hem in waarheid zoeken. Dankzij de door Christus herstelde relatie mogen we een intiem contact met Hem hebben. Dat contact is nooit het resultaat van het nakomen van voorschriften en regels. Het heeft alles te maken met het wonder van zijn immense liefde.

Het gesprek met moslims zal die liefde moeten weerspiegelen. Laten we ons nooit laten verleiden tot de uitspraak dat Allah een afgod zou zijn en dat de Islam niets anders is dan afgoderij en heidendom. Een benadering met een dergelijke insteek zal alleen maar wederzijds een vijandbeeld oproepen. Daarentegen is er - uiteraard - niets op tegen zo over God te spreken dat het voor de gesprekspartner aantrekkelijk wordt om meer over Hem te horen.

Overgave

Islam betekent overgave. De naam ‘moslim’ staat voor het beleven en in praktijk brengen van die overgave. De opvatting die men heeft van Allah en de manier waarop de koran en de Islamitische wet - de sjarie’a - functioneren, zetten een eigen stempel op die overgave. We hebben ongetwijfeld respect voor de wijze waarop miljoenen moslimse gelovigen dagelijks en wekelijks die overgave tot uitdrukking brengen. Velen doen dat met oprechte toewijding en strikte gehoorzaamheid. Maar tegelijk is het voor ons duidelijk dat de bijbel met overgave aan Christus Jezus toch iets anders bedoelt. Die overgave wordt getypeerd door gemeenschap, liefde en bereidheid om Christus te volgen. Ik denk dat het gesprek met moslims over God=Allah het meest gediend is als wij, hoe dan ook, tot uitdrukking brengen dat wij ook een overgave kennen die tevens betekent een oprechte gemeenschap met God door Zijn Geest. We zullen ons daarbij moeten hoeden voor een wettische opvatting van het christelijk geloof. Maar al te vaak zijn we een wettische Islam tegemoet getreden met een wettisch christendom dat volstrekte gehoorzaamheid eiste aan regels die weinig of niets met de liefde van Christus te maken hadden.

Allah of de God van Israël

De door de redactie opgeven titel van deze bijdrage suggereert een tegenstelling en vraagt om een keuze. En inderdaad, we mogen Allah - en dan bedoel ik het godsbeeld dat met Allah samenhangt - niet zomaar met de God van Israël gelijkstellen. Er is een fundamenteel verschil tussen de inhoud van het moslimse geloof en de inhoud van het Evangelie. En de God en Vader van onze Here Jezus Christus kun je zeker niet gelijkstellen met Allah van de koran. Ik zou voor geen goud datgene wat ik heb mogen leren kennen van mijn hemelse Vader willen inruilen voor de ‘overgave’ aan Allah. Het is mij dan ook een raadsel als ik hoor van christenen die moslim zijn geworden. Ik weet gelukkig ook van moslims die christen zijn geworden en die zich onzegbaar rijk weten door het geloof in Jezus Christus.

Maar, aan de andere kant, Allah is ook niet gelijk te stellen met welke heidense goden dan ook. Wie in het gesprek met moslims minachting toont voor hun godsgeloof en geen respect heeft voor hun toewijding en oprechtheid zal in dat gesprek niet echt aan getuigen toekomen. De keuze tussen Allah of God mag in ieder geval in het gesprek geen onoverbrugbare afstand scheppen.

Er is niets op tegen om duidelijk te maken dat we als christenen ook geloven in die Ene, die Schepper is van hemel en aarde, die de Almachtige is en die we ook de Barmhartige mogen noemen. En uit de kring van Evangelie & Moslims zei iemand terecht: ‘Niets in de koran wijst erop dat Mohammed ooit geloofde dat joden en christenen een andere God vereerden’. Er is tussen Allah en de God van Israël dan ook geen verschil ten aanzien van het Godsbestaan. Er is wel verschil in wat we van God belijden. Laten we dat verschil in duidelijke bewoordingen aan de orde stellen met tegelijk het gebed of de Here ons daarbij zoveel wijsheid en invoelingsvermogen wil geven dat we de diepe betekenis van zijn genade en verzoening kunnen aangeven en voorleven.

Opdracht

De opdracht is duidelijk: ook aan mijn moslimse buurman van het heerlijke evangelie van Jezus Christus getuigen. Daarbij moet het mij duidelijk zijn dat mijn buurman is gebaat met duidelijkheid van mijn kant. Maar dan een duidelijkheid die gepaard gaat met een luisterhouding en grote zorgvuldigheid. Die opdracht hebben we en daar moeten we ook ernst mee maken. Onze kerken participeren in de Stichting Evangelie & Moslims te Amersfoort. Als lid van het bestuur van deze stichting weet ik dat de medewerkers uitstekend werk doen en bijzonder gekwalificeerd zijn om christenen te helpen bij het uitvoeren van die opdracht. In Amersfoort zijn ze desgevraagd altijd bereid om daarvoor toerusting en hulp te geven. En ook zij doen hun werk niet anders dan in het geloof dat we in elk contact met onze moslimse medemens volstrekt afhankelijk zijn van de leiding en kracht van de Heilige Geest. En het is juist die Geest die ons leert om zorgvuldig en in een luisterhouding het gesprek aan te gaan. Wie in die gestalte de opdracht om te getuigen uitvoert zal tot een zegen zijn en zelf ook zegen ontvangen.

Ds. J van Mulligen (1940) is predikant te Den Haag-Zuid; hij is tevens part-time voorzitter van deputaten buitenlandse zending.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.