+ Meer informatie

VERMAAK IN DE WET GODS

5 minuten leestijd

O Heere! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.

’Psalm 119: 174

Psalm 119 wordt wel eens genoemd het gulden ABC van Sions scholieren.

Het heeft niet als achtergrond deeenof andere geschiedenis, doch het is een leerpsalm, een onderwijzing van meer spreukmatige aard. Psalm 119 heeft maar een onderwerp nl. Gods wet, Gods Woord. Ja, de lof, de liefde, de kracht en de nuttigheid van de bijzondere openbaring Gods.

Deze bijzondere openbaring in het Woord van God is een licht, schijnende in een duistere plaats. Er is in de H. Schrift geengebrek aan licht, maar er is een sluier van duisternis op ons hart, zodat, wanneer wij bij dat heldere licht niet zien kunnen, het gebrek niet is in het Woord, maar bij ons zelf.

Daaraan ontdekt, zo bidt hij dan: O Heere, ik verlang naar Uw heil.

Heil en zaligheid betekent hetzelfde. Jacob op z'n sterfbed sprak: Op Uwe zaligheid wacht ik o Heere.

David in Psalm 68 roept uit: Die God is onze zaligheid, en Simeon met het Kind in zijn armen zegt: Mijn ogen hebben Uwe zaligheid gezien.

Heil-helen. In Christus wordt de breuk tussen God en de zondaar geheeld, daarom is Jezus' naam Heiland. Heelmeester. Hij heelt de gebrokenen van hart en Hij geneest ze in hun smarten.


Voor alle kwalen en pijnen
Heeft Hij de rechte medicijnen.


„En Uw wet is al mijn vermaking”.

De eerste zinsnede zegt ons waarnaar de dichter verlangt, de tweeae zegt ons watzijntegenwoordige verlustiging is.

Hoe nu kon het mogelijk zijn, dat b.g.n. woorden de inhoud zijn van het gebed van een, die van nature niets anders is dan een vijand van God en een schender van al Zijn geboden?

Het is alleen mogelijk op grond van Gods eeuwige verkiezende liefde, uit kracht van Zijn vrijmachtig welbehagen. Uit deze bewegende grond ontdekt zich de enige weg tot redding en behoudenis van een verloren zondaar.

Het is alleen in die door God verkozen Held der hulp, Die daartoe in ontelbare benauwdheden, smaadheden en angsten der hel is neergezonken.

Het is alleen door de koorden van Gods verkiezende liefde endesnoeren van Jezus'middelaarsbloed, waardoor een arme, schuldige, veroordeelde en in de dood weggezonkene wordt opgehaald uit die ruisende kuil van angsten en benauwdheden.

Vandaar sprak de apostel: „InWie wij hebben de verlossing door Zijn bloed; de vergeving der zonden naar de rijkdom Zijner genade”.

Hij voelde, dat de vergeving der zonden in zijn conscience verzegeld was. Christus beroofde de wet van haar veroordelende kracht over Zijn volk als zijnde nu gerechtvaardigd en verzoend, en Hij verdiende in hun plaats de bezoldiging der zonde, zodat Hij de dood verslonden heeft tot overwinning.

Zo ziet de ziel door de inwendige verlichting van de Heilige Geest, dat in Hem (Christus) gerechtigheid en vrede elkander kussen, en het is dezelfde wet, die hen veroordeelde, en haar vloeken tegen hen uitsprak, die nu in het hart geschreven is, opdat deze de regel zij van hun geloofsleven en praktijk.

De wet is dus bevestigd en in genen dele buiten werking gesteld. Daarom "Uw wet is al mijn vermaking" is naar de regel van deze wet. Maar ach, hoe diep wordt de ziel in dit stuk vernederd. Want niet minder dan het stuk der rechtvaardigmaking: „Uw vrucht wordt uit Mij gevonden" namelijk de vrucht van Christus' plaatsbekledende gerechtigheid, zo komt ook in het stuk der heiligmaking de vrucht van Christus' heiligende genade door de bediening van de Heilige Geest openbaar.

In beide is Christus noodzakelijk en in beide geldt het: „Uw vrucht wordt uit Mij gevonden"

Immers, wanneer het vuur van de Heilige Geest in hen in Zijn heiligende invloeden zich openbaart, dan gevoelen zij het lichaam der zonde sterker te zijn dan ooit en het is zeer waarschijnlijk, dat dit het geval was met de apostel, toen hij uitriep: „Ik ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam des doods?"

In deze strijd mogen er ogenblikken van overwinning zijn. Vele malen echter liggen ze neder als een strijdbare strijder inbandenvanongeloof en twijfel. Zelden kunnen ze hun hoofd boven de gebreken uit krijgen. Satan is zo kwaadaardig, het hart zo bedriegelijk en het vleselijk gemoed zo machtig en vijandig tegen God, Zijn bestuur en Zijn weg, dat indien wij onze ziel als een buit mogen verkrijgen, het zal grond verschaffen om de drieenige God eeuwig aanbiddend te loven enteprijzen. „Uw wet is al mijn vermaking", dat is de begeerte van het door Gods Geest vernieuwde hart. „Ik heb Mijzelf een volk geformeerd en zij zullen Mijn lof vertellen”.

Daartoe worden ze van harte willig en bereid gemaakt.

„Mijn volk zal zeer gewillig zijn op de dag van Mijn heirkracht”.

Hoe valt het schepsel hier buiten. Niets uit ons, het al uit Hem, zo komt een arme zuchter in Jeruzalem. Maar zo ook mogen ze wel eens verwaardigd worden om uit dit Mesech der ellende uit te zien naar die volkomen verlossing uit al hun benauwdheden, als ze volmaakt Hem mogen eren, lieven en loven, Die hun ziel zo dierbaar is.

Kennen we dit in de praktijk van ons leven? Hebben we ooit uit debanden van onze schuld en zonde in waarheidlerenroepen?En hebben we iets ervaren, dat God in Christus is een gebedgevend, een gebedhorend en gebedantwoordend God?

Deze bede zal straks voorgoeden voor eeuwig beantwoord zijn, als zeverlost van het lichaam des doods en der zonde de Vader, Die hen verkoor, de Zoon, Die hen verloste, en de Heilige Geest, Die hen verzegeldetotopdedag van Christus Jezus, eeuwig zullen zien en verheerlijken, en ze het lied zullen aanheffen van Mozes en van het Lam.

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.