+ Meer informatie

Afkondigingen in de kerk I

4 minuten leestijd

Enige tijd geleden kwam bij mij een vraag binnen over de afkondigingen in de kerk. De vraag was of de kanselafkondigingen niet overbodig waren geworden in gemeenten die over een eigen kerkblad beschikken.

Wij willen over dit onderwerp dat hier en daar nog al eens ter sprake komt graag iets zeggen. Kerkelijke afkondigingen kunnen in twee groepen worden onderscheiden. Daar zijn in de eerste plaats afkondigingen die uit het wezen van het gereformeerde kerkrecht voortvloeien, en daar zijn vervolgens afkondigingen die ik gedienstigheden aan de praktijk zou willen noemen.

Tot de eerste groep behoren: de afkondigingen bij de verkiezing van kerkelijke ambtsdragers (predikanten, ouderlingen en diakenen), afkondiging van de namen van hen die begeren openbare belijdenis des geloofs af te leggen, afkondiging van de namen van hen die met attestatie uit andere gemeenten binnenkomen of die naar andere gemeenten vertrekken, afkondiging van de namen van hen die in het huwelijk wensen te treden, afkondiging van die uit een andere kerkgemeenschap willen overkomen, afkondiging van de namen van hen die zich aan de gemeenschap der kerk onttrekken, afkondiging van de namen van hen die geexcommuniceerd worden etc. Deze afkondigingen zijn maar geen blote mededelingen of kennisgevingen maar zij dienen om de medewerking der gemeente te verkrijgen hetzij door stilzwijgende goedkeuring hetzij op andere wijze. Hier ligt de Schriftuurlijke gedachte achter dat de Here Jezus Christus de kerkelijke macht aan Zijn gemeente heeft gegeven die deze macht uitoefent door de ambtsdragers, die door de gemeente gekozen worden maar door Christus met gezag bekleed worden. De gemeente is niet een schare onmondigen. zoals dit bij Rome in feite het geval is. Daarom moet de gemeente in alle gevallen waarin dit mogelijk is worden gekend en gehoord. Wij zouden dit alles breedvoerig uiteen kunnen zetten maar dat is naar het ons voorkomt thans overbodig. Het staat dus zo dat de gemeente in alle belangrijke zaken gekend moet worden en dat geschiedt in bovengenoemde gevallen door middel van de afkondigingen. De gemeenteleden kunnen dan bezwaren inbrengen of zij kunnen stilzwijgend hun goedkeuring verlenen. Neem bijv. de openbare belijdenis des geloofs. Het is mogelijk dat iemand, wat men noemt, een „dubbel leven” leidt, waarvan de kerkeraad onkundig is. De kerkeraad Iaat na onderzoek deze persoon toe tot de openbare belijdenis. Maar één of meer leden van de gemeente zijn wel met dit „dubbel-leven” op de hoogte. Door de afkondiging nu van de naam van deze persoon zijn zij in de gelegenheid bezwaren in te brengen tegen zijn openbare belijdenis des geloofs die immers niets anders zou zijn dan een leugen voor God en de mensen. Neem verder de aanvragen voor het verkrijgen van een attestatie naar een andere gemeente. Zulk een attestatie is immers niet een soort kerkelijk verhuis-biljet, dus een zuiver administratieve maatregel, maar een attestatie is een getuigenis aangaande iemands leer en leven op grond waarvan hij lid kan worden in een andere gemeente. Door de afkondiging nu van de aanvrage om een attestatie door N.N. naar die en die gemeente wordt de gemeente in de gelegenheid gesteld medewerking te verlenen. De attestatie moet dan ook niet terstond na de afkondiging worden meegegeven maar er moeten enige dagen verlopen tussen bovengenoemde afkondiging en het afgeven van de attestatie om de gemeente in de gelegenheid te stellen zo er bij haar bezwaren bestaan tegen het afgeven van een goed getuigenis deze ter kennis van de kerkeraad te brengen.

In sommige gevallen is de verplichting tot afkondiging in de Kerkorde opgenomen, in andere gevallen niet maar wordt zij vermeld, bijv. in het huwelijksformulier, enz. Wij kunnen dit verder laten Tusten. Het moge nu duidelijk zijn dat de kerkelijke afkondigingen van de eerste groep uit het wezen van het Schriftuurlijk-gereformeerde kerkrecht voortvloeien. En nu kunnen deze afkondigingen niet vervangen worden door mededelingen in een plaatselijke kerkbode. Natuurlijk is het zeer goed ze in de kerkbode op te nemen maar men kan er niet mee volstaan. Want het is zoals prof. dr. G. Ch. Aalders eens schreef: „Al zou er ook maar één enkel lid der gemeente zijn die deze kerkbode niet leest, dan zou deze in zijne kerkelijke rechten worden verkort en belemmerd worden in de volle uitoefening van zijn ambt als gelovige, indien de bekendmakingen van den kansel voortaan niet meer plaats hadden”, Het Ouderlingenblad, 3e jg. no. 25, 1 Mei 1924.

In een volgend artikel willen we nog iets zeggen over andere afkondigingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.