+ Meer informatie

VARIA

3 minuten leestijd

giocontact Vecht Veluwe" IJsselstreek iedereen gelegenheid geven het prachtige landschap van Putten te leren kennen. Slechts weinigen zijn er nog van doordrongen dat hier in de loop der eeuwen een uniek landschap is ontstaan dat zijn weerga niet kent. Houtwallen die akkers omgeven, beken en kleine bospercelen geven aan deze streek wel bijzondere charme. Als verbinding tussen de verschillende die zó wordt verstoord, is natuurlijk niet leuk. En achteraf boerderijen zijn hier ook nog tal blijkt^en dergelijke zuinigheid ^^jj ƒƒ„ rSescMrvin?zïk"u maar al te vaak uist extra te kos- ^^" t.^" routeöeschrijving zult u ten. Extra geld, tijd, energie èn met het landschap en de wegen ergernis * ' •" ' ^ die het doorsnijden nader kennis kunnen' maken. Een bijzonder Molens en fietsen verschijnsel waren de kerkpaden, die vanuit de Puttense buurtschappen naar de kerk voerden. Nergens zijn deze nog zo goed terug te vinden als hier. Het zijn vanouds vrij smalle paden die dwars door akkers en, weilanden heenlopen. Eeuwenlang werden deze wegen geëerbiedigd.

79. „Je moet onderduiken, Bvert," zegt zijn vader. Evert begrijpt dit. Hij ziet reeds lang niet meer uit de hoogte neer op de Amsterdammers, die gevlucht zijn om zich aan de greep van de Duitsers te onttrekken. Als de Groenen je willen hebben, too. je niet blijven op de plaats, waar zij Je zoeken. Brie keer is hij door het oog van de naald gekropen. Je kunt er niet op rekenen dat dit de vierde keer ook lukken zal. Hij moet zich bergen. Die zaterdag wordt er thuis druk gesproken over Evert's onderwatergaan. Zijn moeder en Alie zijn er nog veel sterker voor dan vader Onodde en Evert zelf. Ze hebben er al lang op aangedrongen. Maar voor als na blijft de vraag: waar moet Evert heen? De Onoddes hebben familie in de Zaanstreek, maar daar zijn ook jongens in huis van Everts leeftijd ongeveer, die leder ogenbUk in moeite kunnen komen. Alie heeft famiUe in Utrecht, doch daarheen wil Onodde niet dat Evert gaat. In Utrecht is het hoofdkwartier van de N.S.B. Daar is het niet pluis, meent lüj. Evert denkt aan de boer in de Wieringermeer, bij wie hij zo vaak tarwe en boter tegen paling heeft geruild. „Als we het bij Hoekstra eens probeerden," opperde hij. „Een kostelijk idee," zegt Onodde ervan. •ÈM^m^m Twee dagen later ligt de botter, als zo dürwijls, achter de dijk en met een zakje paling op de rug gaat Evert er op af. De boer loopt, als hij zijn Urker vriend ziet, eianstonds naar de kist met tarwe om een zakje vol te scheppen, maar Evert zegt dat hij deze keer iets in ruil wou brengen in plaats van halen. De boer kijkt vreemd op. Wat brengen en in ruil daarvoor nog eens wat brengen? Dat begrijpt hij niet. .J^'zelf wou ik brengen," zegt Evert. ,rAhaI" Nu is het Hoekstra zo klaar als een klontje. „Onderduiken dus." Hij knijpt zijn ene oog halfolijk, half-bedenkelijk dicht. „Ik heb al vier man van jouw soort." Everts gelaat betrekt. Al vier man? Dan Is voor hem vanzelf geen plaats. „Wij kennen mekaar, hè," gaat de boer voort. „Vreemden wel helpen en oude kennissen niet, dat gaat niet. Ben je tevreden met een bed in de schuur en wil je aanpakken op het land?" Evert wil alles. „Maar zó kun je niet komen," zegt boer Hoekstra, en als Evert hem vragend aankijkt, gaat hij door: „Niet in je Urker pak, dat loopt in de gaten, vriend. Je moet in biu-ger." Evert begrijpt dat ook.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.