+ Meer informatie

Rel rond het reprorecht

Eerste Kamer kraakt wetsvoorstel; bedrijfsleven blijft er gratis op los kopiëren

6 minuten leestijd

Tot 1972 had u voor het kopiëren van dit artikel mijn uitdrukkelijke toestemming nodig. Dat is nu voorbij. Wel heb ik recht op een vergoeding. Door het kopiëren van dit artikel steelt u namelijk mijn „intellectuele produkt”.

Van de 21 miljard kopieën die jaarlijks in Nederland worden gemaakt, neemt het bedrijfsleven er ruim 17 miljard voor zijn rekening. Zonder ervoor te betalen. De rechthebbende auteurs en uitgevers zouden de afgelopen tien jaar hierdoor honderden miljoenen guldens aan inkomsten, de zogenoemde reprorechten, hebben misgelopen. „Aan die onaanvaardbare situatie moet een einde komen”, vindt A. F. Beemsterboer, directeur van de Stichting Reprorecht. De stichting is sinds 1974 belast met het innen en verdelen van kopieervergoedingen voor auteurs en uitgevers.

Voorlopig echter mag het bedrijfsleven gratis verder kopiëren. Wetsvoorstel 22.600, bedoeld als dam tegen ongebreideld gratis kopiëren door het bedrijfsleven, is vorige week in de Eerste Kamer gestrand. Volgens het wetsvoorstel zou het bedrijfsleven, net als alle overheidsen onderwijsinstellingen, voortaan moeten betalen voor het kopiëren van auteursrechtelijk beschermd werk.

Zeggenschap

Artikelen en illustraties uit kranten of tijdschriften, gedeelten uit boeken en bladmuziek zijn auteursrechtelijk beschermd. Het auteursrecht ontstaat automatisch als iets op papier wordt gezet, maar geldt niet voor auteurs die meer dan 50 jaar geleden overleden zijn.

Het auteursrecht betekent dat anderen de schrijver, tekenaar of componist toestemming moeten vragen als zij het werk willen tentoonstellen, uitzenden of verkopen. De schrijver, tekenaar of componist heeft zeggenschap over zijn „intellectuele produkt”.

Voor het kopiëren van bijvoorbeeld krante-artikelen ligt de zaak sinds 1972 iets anders. Artikel 17, dat toen aan de Auterswet werd toegevoegd, staat het kopiëren zonder toestemming van de maker toe. De auteur is het recht ontnomen het reproduceren van zijn werk toe te staan of te verbieden. In ruil daarvoor heeft hij het recht op een vergoeding gekregen.

Letterlijk houdt de reproregeling in dat, er een vergoedingsplicht geldt voor „het overschrijven, overtypen, stencillen, fotokopiëren en faxen van alle geschriften en tevens van in die geschriften voorkomende foto’s en tekeningen”. De reproregeling geldt voor de meer dan 15.000 Nederlandse overheids- en onderwijsinstellingen. Die betalen de Stichting Reprorecht 10 cent per kopie. Voor het nietwetenschappelijk onderwijs, waaronder lagere en middelbare scholen, geldt een lager tarief: 2,5 cent.

Schattingen

Het is voor de Stichting Reprorecht natuurlijk onmogelijk na te gaan hoeveel auteursrechtelijk beschermd werk er precies per instelling wordt gekopieerd. Daarom gaat zij uit van schattingen, die door middel van onderzoek zijn gemaakt. De stichting moet zich houden aan het “Regelement Uitkeringen”. Hierin staat dat 50 procent van de kopieervergoedingen aan uitgevers en 50 procent aan auteurs moet worden betaald. Jaarlijks wordt een bedrag van 10 miljoen gulden over honderden uitgevers en tienduizenden auteurs verdeeld.

De Stichting Reprorecht, opgericht door organisaties van auteurs en uitgevers, heeft over de vergoeding voor het kopiëren van auteursrechtelijk beschermd werk alleen afspraken met instellingen als ministeries, provincies, gemeenten, waterschappen, universiteiten, scholen en bibliotheken kunnen maken. „Door een ongelukkige formulering in de wet valt het bedrijfsleven buiten de boot”, zegt Beemsterboer.

Wetsvoorstel 22.600 moest die splitsing tussen de publieke sector en het bedrijfsleven opheffen. Het reprorecht zou dan ook gelden voor het bedrijfsleven, inclusief samenwerkingsverbanden van vrije beroepen zoals notarissen-, accountants- en advocatenkantoren en artsenmaatschappijen.

Het gewraakte wetsvoorstel, dat door het vorige kabinet was voorbereid en in 1993 zonder veel moeite de Tweede Kamer passeerde, werd door de Eerste Kamer gekraakt. Ook de nieuwe minister van justitie, Sorgdrager, maakte bezwaar tegen de regeling van het reprorecht. Zij verzocht de Senaat van verdere behandeling af te zien.

Dode letter

Voor het bedrijfsleven blijft artikel 17 dus een dode letter. Het merendeel van de Senaat heeft, de lobby van auteurs en uitgevers ten spijt, geen zin om de wetgeving ten aanzien van het bedrijfsleven aan te passen. Veel Eerste-Kamerleden hebben grote twijfels over de reproregeling.

„Boven op het auteursrecht zijn allerlei naburige rechten en secundaire exploitatievormen gekomen. Je kunt geen fotokopieerapparaat, pc of tv in een ruimte aanzetten, of allerlei organisaties claimen uitzendvergoedingen, uitvoeringsvergoedingen, muziekrechten, beeldrechten, verhuurrechten, uitleenrechten, reprorechten en ga zo maar door. Krijgen wij langzamerhand niet te veel pseudo-auteursrechten”, riep CDA’er Wagemakers tijdens de behandeling van het wetsvoorstel vertwijfeld uit.

„Het lijkt erop dat men geen oog heeft voor wat kopiëren is. Kopiëren is niet iets wat primair strekt tot vervanging van auteursrechtelijk beschermd werk. Het is, denk ik, een vorm van communicatie. Als ik een brief van mijn collega zou ontvangen, kopiëren en faxen naar een andere collega, moet ik daarover in formele zin reprorecht betalen. Onzin”, vindt Wagemakers.

Kattebelletjes

D66-Eerste-Kamerlid Vrisekoop viel hem bij. Zij merkte op dat volgens de letterlijke tekst van het wetsvoorstel niet alleen betaald zou moeten worden voor het kopiëren uit boeken, dag- en nieuwsbladen, tijdschriften of bladmuziek, maar „alle brieven, notities, nota’s, tabellen. overzichten, kattebelletjes, uitnodigingen, aantekeningen, notulen, rapporten, folders, brochures, feestaankondigingen, dienstschema’s, congresoverzichten, expertises, gegevenslijsten en programma’s vallen onder het reprorecht”. Is dat niet een beetje te veel van het goede?

In de praktijk zal het natuurlijk alleen gaan om het kopiëren uit boeken, tijdschriften en kranten, aldus Stichting Reprorecht. „Wat er echter met zo’n kopie gebeurt, of die nu wordt gefaxt om collega’s van een bericht op de hoogte te brengen of wordt gebruikt om in de kantlijn aantekeningen te kliederen, dat doet er niet toe. Het gaat erom dat er gebruik wordt gemaakt van de prestatie van iemand anders, wat die ook mag zijn. En volgens de wet moet daarvoor een vergoeding worden betaald”.

„Maar”, vroeg Vrisekoop, „verkeren de uitgevers en auteurs nu echt in een noodlijdende situatie, waaruit zij zich uitsluitend dank zij de invoering van dit reprorecht kunnen ontworstelen?”

Beemsterboer: „Moet je zeggen dat auteurs, die winst maken op hun produkten, geen geld voor het kopiëren nodig hebben omdat ze rijk genoeg zijn? Gaat mevrouw Vrisekoop soms met het jaarverslag van Albert Heijn onder haar arm de supermarkt binnen om haar karretje daar vol te laden en vervolgens zonder betalen de winkel uit te lopen? Zegt ze dan: Albert Heijn maakt zoveel winst, die heeft geld zat? Ik begrijp haar houding niet. Ik vind haar vraag misplaatst”.

Fors verdiend

Volgens directeur Beemsterboer zijn de Eerste Kamer en minister Sorgdrager onder druk van het bedrijfsleven gezet en bezweken. „Voor het bedrijfsleven gaat het om een bedrag van 40 a 50 miljoen gulden. Ga maar na, elke dag dat zij geen kopieervergoeding betalen, wordt er fors verdiend”. De tegenkrachten hebben pas in een laat stadium bij de politiek aan de bel getrokken. Tot dat moment beheerste een lobby van de Stichting Reprorecht en organisaties van rechthebbenden het politieke en ambtelijke spel.

Sorgdrager tijdens het debat: „Ik ben nog niet zo lang minister, maar ik heb nog geen onderwerp meegemaakt waarbij zich zoveel belangenorganisaties op mij hebben gestort”. Zij stelde dat daarbij soms „de grenzen van betamelijkheid werden overschreden”. En dat werkt contra-reproduktief, merkte ze kribbig op.

Beemsterboer laat het er niet bij zitten. „Het is onaanvaardbaar dat de ene groep wel en de andere groep niet betaalt. En dat slechts omdat de wetgeving niet goed is geformuleerd. Wij zullen werkelijk alle middelen inzetten om te zorgen dat er alsnog iets gebeurt”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.