+ Meer informatie

Profanie

5 minuten leestijd

| RONDKIJK |

Profanie

Er liggen al lange tijd enige brieven op beantwoording te wachten, die uw rondkijker eerst zal afwerken. We beginnen met het schrijven van een lezeres van ons blad, een verpleegster, die haar naam en adres vergat te melden. Een beetje anoniem dus. Anonieme brieven beantwoorden we meestal niet, maar deze keer zullen we een uitzondering maken. Het valt te begrijpen, dat U als lidmate der Gereformeerde Gemeente onder de zusterkens van de Geref. Kerk, waarmee U in de ziekenhuizen werkt, wel tegenstand zult ondervinden, als het onder elkaar over „de leer" en de noodzakelijkheid der waarachtige wedergeboorte gaat. Bidt de Heere maar om wijsheid, om te mogen blijven in hetgeen ge geleerd zijt. Met een: „je moet maar geloven", óf: „je moet het aannemen, " zullen we ons bedriegen voor de eeuwigheid! De „Almelose (Gereformeerde) Kerkbode, onder redakue van ds. Okke Jager, die ge bij uw brief insloot, heb ik gelezen. Ja, die dominé maakt inderdaad grote opgang onder de Gereformeerden. Uw rondkijker kent hem uit zijn geschriften: het is zeer bizarre taal die hij gebruikt. Ook weer in genoemde kerkbode, men noemt dat „gedurfd", maar wij noemen het profaan! Hoewel ik huiver om het hem na te schrijven, zal ik het voor onze lezers en lezeressen toch een keer doen en één zinsnede uit de meditatie van die kerkbode weergeven: „De jongste dag is zo'n beetje hetzelfde als St. Juttemis, wanneer de kalveren op het ijs dansen!" Gruwelijk, om op deze wijze te spreken over de dag der dagen, wanneer de Rechter van hpmel en aarde op de wolken zal komen, om te oordelen de revenuen en de doden! Die dag zal wat anders openbaren; daar zal geen humor zijn, rnaar kermen en wenen: bergen valt op ons, en heuvelen bedekt ons! Zeker, aan de andere zijde zal er blijdschap zijn bij dat volk, die hier zo vaak in banden des doods zaten, dat ze nu eeuwig bij hun Goël en Losser zullen zijn en in zullen gaan in de vreugde des Heeren — maar deze dominé kon beter benadrukken hoe schrikkelijk het zijn zal, zonder waarachtige wedergeboorte, zonder een Borg en Middelaar, te vallen in de handen van de levende God! De schrik des Heeren mocht dan bewegen tot zaligheid.

In zijn boek „De humor van de Bijbel" gebruikt die dominé ook dergelijke profane uitdrukkingen. Als ik er enkele titels van hoofdstukken uit noem, moet dit ons direct al met afschuw vervullen. „Gemeente laat ons lachen" — „Bijbelse binnenpret gevraagd" en schrik niet: „Jezus geamuseerd". Hier wordt het heilige omlaag gehaald, de Goddelijke personen worden hier verlaagd in het menselijke vlak. Erger nog, in sommige opzichten zou men over zijn medemens zó niet durven spreken of schrijven! De Heere zegt in Zijn Woord. Gij meent, dat Ik ten enenmale ben gelijk gij" en die veroordelende uitspraak is hier wel van toepassing. Wij moeten dergelijke geschriften maar uit onze huizen weren; als er nog iets van teerheid en van diep ontzag tegenover de majesteit Gods en tegenover Zijnen Christus in ons is — van Die Heilige, waarvan we nergens lezen dat Hij gelachen heeft, maar wèl heeft geweend — het zou er door kunnen worden weggewist en we zouden door het banale van zo'n woordkeus kunnen worden besmet.

Prot. Chr. Lectuur Raad

Ik heb nu meteen gelegenheid antwoord te geven aan een vriend, die bibliothecaris is van een Christelijke bibliotheek, die nog vraagt, wat ik er van denk, om aan te sluiten bij de Protestants Christelijke Lectuur Raad. Deze vriend schrijft: „Tot op heden zijn we er nog niet toe overgegaan, omreden dat er niet veel unristelijks in te vinden was" enz. Met andere woorden, hij staat er toch wel wat schuchter tegenover. Laten wij in onze Gereformeerde Gemeente-bibliotheken er vooralsnog maar niet aan beginnen, ons daarbij aan te sluiten. Hierboven heb ik een en ander gemeld over een „Christelijk" boek — er worden door de P.C.L.R. meerdere boeken aanbevolen, die in onze bibliotheken niet thuishoren. De boekenmarkt wordt overvoerd met Christelijke romans, maar er is heel weinig bij, waar nu werkelijk een goede moraal in zit. Laten we dus op dit punt heel voorzichtig zijn. Men schuift ons wel in de schoenen, dat we eigenlijk nergens aan mee kunnen doen en daar zit een waarheid in. We staan vaak alleen. Hoe we geestelijk worden gevoed, is van het allergrootste belang. Uw rondkijker neemt er wel eens nota van, wat er zoal van de pers komt — veel z.g. Christelijke romans zijn zielsmisleidend. En alles kan er mee door; Gods dag ontheiligen, flirten, een bioscoopje pikken, dansen enzovoort. De laatste uitgave van de V.C.L. (Kok, Kampen) is een roman over een juffrouw die een dodelijke kwaal omdraagt, die weet dat ze slechts enkele maanden te leven heeft, maar dan nóg allerlei wereldse verlangens heeft en die de laatste dagen van haar leven volbrengt, om dan met vlag en wimpel de hemel in te gaan. Weg met zulke lectuur! Laten we zelf toezien, welke boeken we in onze bibliotheken brengen en zeer critisch lezen, want als bestuur van een leesbibliotheek is men er mede verantwoordelijk voor, wat men zijn lezers voor zet. We moeten de zaken maar scherp durven stellen. Meestal zijn we te slap, te toegeeflijk. En slappe handen maakt het huis doorlekkende. Dan wordt het bouwvallig en stort het op de duur in. Er moet op goede grond gebouwd worden, zal ons huis de storm en de vloed kunnen doorstaan.

Tot de volgende keer D.V.

RONDKIJKER

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.