+ Meer informatie

TOT IN HET DERDE EN VIERDE GESLACHT

8 minuten leestijd

INLEIDING

In het pastoraat worden regelmatig nieuwe methoden gepresenteerd. Veel van die nieuwe inzichten komen Overwaaien’ uit de psychologie en andere ‘menswetenschappen’. Het zal duidelijk zijn dat pastoraat met een eigen bijbelse visie op de mens niet zomaar elke theorie of methode uit de menswetenschappen kan overnemen. Wie contextueel pastoraat zegt. Spreekt over een boeiende ontwikkeling van de laatste jaren. De van oorsprong Hongaarse psychiater Ivan Boszor-meni-Nagy (spreek uit: Nodji) is de grondlegger van een therapie die nadrukkelijk aandacht geeft aan de verbinding van de generaties. Die aanpak lijkt op voorhand dicht te staan bij de bijbelse verbondsgedachte waarin ouders en kinderen niet los van elkaar gezien worden, maar nauw met elkaar verbonden (Gen. 17:7 ‘… u en uw nageslacht’, en Hand. 2:39 ‘want voor u is de belofte en voor uw kinderen’). Zeggen ook de tien geboden niet dat de zonde van de ouders doorwerkt tot in het derde en vierde geslacht (Ex. 20:5–6)? Kortom: reden genoeg om het contextueel pastoraat eens wat nader te bekijken.

ACHTERGROND

Nagy combineerde inzichten uit bestaande theorieën tot een nieuwe benadering die hij ‘contextueel’ noemde. Met ‘context’ wordt dan bedoeld de betekenis die mensen voor elkaar hebben. Ieder mens maakt deel uit van een ‘netwerk’ dat zelfs generaties omspant. Contextuele hulpverlening wil rekening houden met en gebruik maken van dit netwerk van relaties. Volgens Nagy heeft ieder mens te maken met een ‘schuld’ of een ‘verplichting’ ten opzichte van voorafgaande generaties en de na hem of haar komende generaties. Kortom: geen mens leeft voor zichzelf alleen.

Bij zijn aanpak houdt Nagy — net als andere hulpverleners — rekening met objectieve gegevens als samenstelling van het gezin waaruit iemand komt, levensloop, sociale achtergrond enz. Daarnaast wordt gekeken hoe iemand de feiten en gebeurtenissen van zijn leven heeft verwerkt. Dan wordt verder gekeken naar relaties, gedragspatronen, gezinsregels en andere verbindingslijnen tussen mensen. Tenslotte kijkt Nagy naar de balans van geven en nemen in de verschillende relaties. Dit laatste punt is een specifiek kenmerk van de contextuele benadering. Het gaat om de vraag of er evenwicht is tussen geven en nemen, tussen rechten en plichten in relaties van man en vrouw, relaties tussen ouders en kinderen, relaties tussen klasgenoten, vrienden en collega’s.

VERWANTSCHAP EN BALANS

In de benadering van Nagy neemt verwantschap een belangrijke plaats in als een feitelijk gegeven dat mensen met elkaar in relatie stelt. Bloedbanden worden daarbij als nog sterker beschouwd dan huwelijksbanden of vriendschapsbanden. Mensen worden niet als losse zandkorrels bekeken, maar in samenhang met anderen om hen heen. Al bij de geboorte is er een heel netwerk van relaties waarin ieder mens zijn leven begint. In alle relaties die gegeven zijn (familie) of die aangegaan zijn (huwelijk, vriendschappen, werk enz.) ontstaat na verloop van tijd een balans van geven en nemen. Deze balans is niet altijd in evenwicht. Binnen een familie of een gezin kunnen relaties scheefgroeien zodat de balans van geven en nemen uit het lood raakt. Nagy gaat ervan uit dat wat in de ene generatie is scheefgegroeid, in de volgende generatie kan worden rechtgezet. Helaas kunnen verkeerde patronen ook worden doorgegeven, zodat de balans verstoord blijft. Zo is de balans tussen ouders en kinderen in het begin behoorlijk scheef, omdat een baby in verhouding minder kan geven dan de ouders. Bij het opgroeien behoort er een evenwichtige relatie te ontstaan, waarin geven en nemen, rechten en plichten in evenwicht komen. Toch kan het gebeuren dat door de generaties heen sommigen hebben ‘overbetaald’ of ‘onderbetaald’. Een voorbeeld van ‘overbeta-len’ wordt gevormd door verwende kinderen die van hun ouders meer kregen dan gezond voor hen was. Van ‘onderbetalen’ kan sprake zijn bij mishandeling door ouders. Zowel bij ‘overbetalen’ als bij ‘onderbetalen’ blijven er als het ware rekeningen open staan, die een rol blijven spelen in de huidige relaties.

VERTALING NAAR HET PASTORAAT

Om de methode van Nagy geschikt te maken voor het pastoraat wordt de context vergroot. Aan de relaties die mensen hebben, wordt nu ook de relatie tot God toegevoegd en ook de gemeente als kerkelijke context waarmee de gelovige verbonden is. Contextueel pastoraat is wegens zijn achtergrond zeer geschikt om begrippen als vergeving en vergelding tussen mensen aan de orde te stellen. In de geloofsrelatie naar God toe kan vanuit de contextuele methode gewezen worden op de genade en de zegeningen die van God ontvangen worden, maar dat deze voorrechten ook roepen om een verantwoordelijke houding (balans van ontvangen en geven) in het geloof, in kerk en wereld: ontvangen van liefde van God roept tot het liefhebben van Hem en van de naaste als dienst aan God.

Door de nadruk op de veelkleurige relaties waarin mensen staan, maakt contextueel pastoraat zichtbaar hoezeer God alles in het werk stelt om een relatie van liefde met mensen aan te gaan, maar ook hoe Hij daarbij stuit op onze zonden, die vaak te maken hebben met onze relaties: hoe ga je om met je ouders en je kinderen, met je partner en met jezelf? Sommige zonden hebben te maken met de weigering naar een ander toe te stappen en zo bewust wezenlijke relaties laten onderkoelen, terwijl ze juist de warmte van de vertrouwelijke omgang nodig hebben om te bloeien. Contextueel pastoraat richt zich op het tere weefsel van het netwerk van relaties waarin mensen staan. Iedereen kent wel voorbeelden van scheefgegroeide verhoudingen. Wie altijd geeft en nooit ontvangt, voelt dat er iets uit balans is geraakt. Contextueel pastoraat gaat ervan uit dat menselijk geluk wezenlijk bepaald wordt, door een goede balans in onze meest wezenlijke relaties. Daarmee is de weg open om verbittering en teleurstelling die is veroorzaakt door hen die ons het meest na staan, bespreekbaar te maken. Niet alles kan rechtgezet worden (bijv. doordat ouders al overleden zijn), maar er kan met Gods hulp gewerkt worden aan heling en verwerking van de eigen relatie-geschiedenis om te voorkomen dat ‘openstaande posten’ doorgeschoven worden naar toekomstige generaties.

OPMERKINGEN EN VRAGEN

Lang stonden in de menswetenschappen de individuele ontwikkeling van de mens en de problemen daarbij centraal. De contextuele methode is een aangename correctie daarop. Mensen leven in verbondenheid met anderen. Voor het

pastoraat ligt daar een stuk herkenning: mensen worden in relatie met hun naasten gezien en verbonden in de lijn van de geslachten voor en na hen. Contextueel pastoraat legt nadruk niet alleen op rechten, maar ook op plichten ten opzichte van elkaar. Belangrijke bijbelse elementen als naastenliefde, oog hebben voor elkaar en in verantwoordelijkheid en bewogenheid zorg dragen voor elkaar, komen in zo’n klimaat beter tot hun recht. Het is te begrijpen dat in het pastoraat gezocht wordt naar een vruchtbaar verwerken van deze elementen.

Toch zijn er ook vragen. Ik begin met een paar praktische vragen. Contextueel pastoraat is niet gemakkelijk aan te leren. Er is een behoorlijk intensieve bijscholing nodig om de achterliggende theorie te doorgronden. Daarna lijkt me een praktische training om e.e.a. te leren toepassen, onmisbaar. Voor predikanten zou dat nog tot de mogelijkheden behoren, voor ouderlingen en diakenen is dat weer een stuk moeilijker te realiseren. Een meer principieel punt is de vraag of in het contextueel pastoraat de verhouding tot God niet een geheel eigen plaats moet krijgen, want de relatie tot God is toch niet gelijk aan intermenselijke relaties? Wat moeten we bijvoorbeeld denken bij ‘balans’ van schuld en verplichting in de relatie tot God? Is niet de genadige toewending van de heilige God tot zondige mensen een wonder dat alle evenwichtsdenken overstijgt? Verder kan ook de vraag gesteld worden hoe het zit met vergeving en verzoening in scheefgegroeide verhoudingen. Contextueel pastoraat zoekt naar een nieuw evenwicht van geven en nemen, rechten en plichten. Maar hoe verhoudt zich dat evenwichtsdenken tot wat Christus zegt over niet alleen familie en vrienden, maar zelfs vijanden liefhebben (Matt. 5:43–48; Rom. 5:10)? En de gerechtigheid die meer moet zijn dan die van de Schriftgeleerden en Farizeeën (Matt. 5:20)? Zet niet het geloof in Christus alle verhoudingen onder zijn genadig koningschap, waarin het niet gaat om een evenwicht van geven en nemen, maar waarin het dienen in de liefde alles uit balans trekt om de rijkdom van Gods genade aan het licht te brengen (Ef. 2:1–10)?

CONCLUSIE

Contextueel pastoraat vraagt terecht aandacht voor de verschillende relaties waarin mensen staan. Rechte en scheefgegroeide verhoudingen hebben ook met het geloof en met het dienen van Christus te maken. In de praktijk van het huisbezoek en het pastorale gesprek is het goed hier oog voor te hebben, opdat wat ontwricht is geraakt, weer in het gelid gezet kan worden (Hebr. 12:13).

Literatuur:

H. Meulink-Korf en A. van Rhijn, De onvermoede derde. Inleiding in het contextueel pastoraat. Zoetermeer 2002;

M. Thans en A. lampe, Balans tussen werk en thuis. Werkboek voor contextuele loopbaanbegeleiding. Zoetermeer 2003;

R. Hoekstra, Oneindig loyaal. Een contextuele kijk op de situatie van mensen die zorgen voor een ernstig belemmerd kind, Zoetermeer 2002.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.