+ Meer informatie

Industriële archeologie: lessen uit het verleden

4 minuten leestijd

„De gevolgen van de explosieve groei van de industrialisatie beginnen we eigenlijk pas goed te ervaren. Veel van die gevolgen heeft men nooit kunnen voorspellen. Een studie van de technische processen en overgebleven machines uit de tijd van de Industriële Revolutie en de periode daarna levert ons mogelijk aanwijzingen op waar we nu nog iets mee kunnen doen. We kunnen er misschien achter komen welke fouten er zijn gemaakt en daar onze lessen uit trekken. Die studie wordt industriële archeologie genoemd". Dit zegt technisch ontwikkelaar ingenieur A. den Ouden (32) uit Waalre.

Hij is een van de weinigen die zich in Nederland met dergelijke zaken bezighoudt. Den Ouden schat dat er nog 200 tot 250 anderen zijn, die net als hij van de industriële archeologie een hobby hebben gemaakt. Het is hem niet alleen te doen om die lessen, die mogelijk uit het verleden te trekken zijn; „pure nieuwsgierigheid speelt voor mij ook een belangrijke rol". Zoals een echter archeoloog, die er met de spade op uit trekt voor het noodzakelijk veldwerk, zo verricht ook de industriële archeoloog veldwerk. Alleen laat hij daarbij de spade thuis. „Ons veldwerk bestaat uit het wandelen door steden op zoek naar oude fabriekspanden en het zo nauwkeurig mogelijk vastleggen van wat er is overgebleven aan oude machines, ovens, fabrieksinterieurs en dergelijk". Dat veldwerk levert vaak verrassende resultaten op. Zo ontdekte Den Ouden onlangs in een oude leerlooierij in Waalwijk, dat de oorspronkelijke bouwtekening niet klopte met de werkelijkheid. „Op die tekening was een machinekamer afgebeeld zonder ramen. In de praktijk bleken er wel degelijk ramen in te zitten. Wanneer die fabriek te zijner tijd is gesloopt en er alleen maar een bouwtekening over is, zou een generatie na ons een volledig verkeerd beeld kunnen krijgen van die fabriek. Daarom is het goed, dat alles nu volledig is vastgelegd."

Stad verkennen

Het is Den Ouden een doorn in het oog dat Monumentenzorg alleen maar fraaie panden op haar lijsten zet. „Waarom worden bijvoorbeeld oude rottige arbeiderswoningen en fabrieken niet tot monumenten verheven en kastelen wel? Monumentenzorg bedrijft daarmee naar mijn mening een soort geschiedvervalsing".

In Industriële Archeologie gaat bijzonder veel tijd zitten. „In de eerste plaats moet je oude overblijfselen zien te vinden. Dat kan, zoals gezegd, door al wandelend een stad te verkennen. Dan vind je alleen de gebouwen. Wil je ook op zoek naar oude machines en dergelijk, die niet in duidelijk herkenbare fabrieken staan, dan moeten de archieven van de Hinderwet en Openbare Werken worden nagezocht op afgegeven vergunningen. En dan nog is het niet zeker dat je ook werkelijk iets vindt." Of het veldwerk altijd zinvol is, kan op 't moment waarop het wordt gedaan, niet worden vastgesteld, aldus Den Ouden. Dat zal pas achteraf blijken. Het veldwerk en de daarop volgende inventarisatie van hetgeen gevonden is, zouden naar de mening van Den Ouden landelijk op een centraal punt geregistreerd moeten worden. „Onderlinge vergelijking is dan mogelijk. Dat kan heel belangrijk zijn. Een dergelijk registratiepunt ontbreekt momenteel in Nederland".

Hobbyisten

Industriële archeologie wordt in Nederland door hobbyisten bedreven vanaf het begin van de jaren zeventig. In Engeland is men er al een jaar of twintig langer mee bezig. In dat land is de belangstelling ook groter. „De mensen leven daar meer met het verleden en bovendien zijn Engelsen bereid meer tijd en energie te stoppen in hun hobby dan de gemiddelde Nederlander", meent Den Ouden. Daar komt nog bij dat de basis voor de Industriële Revolutie in Engeland is gelegd en dat derhalve meer overblijfselen bewaard zijn.

Den Ouden betreurt het dat Nederland geen echt industrieel museum heeft. „Er zijn natuurlijk wel musea, gericht op bepaalde facetten van de industriële ontwikkeling, maar een algemeen museum ontbreekt. Dat is erg jammer. Er zijn in Nederland wel tal van kleine ambachtelijke werkplaatsen bewaard gebleven uit de periode van voor de Industriële Revolutie. Hier ligt volgens mij een taak voor de overheid".

Volgende maand vindt in het Belgische Houthallen een eerste Vlaams-Nederlandse ontmoetingsdag voor industriële archeologie plaats. De organisatie is volledig in handen van Belgen. Die belangstelling voor Nederland is volgens Den Ouden licht verklaarbaar. „Het Vlaamse deel van België richt zich industrieel-archeologisch gezien op Nederland. Landgrenzen hebben op dit terrein geen betekenis."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.