+ Meer informatie

Diaconaat

9 minuten leestijd

Diaconale opdracht
Het woord ‘diaconaat’ is afgeleid van het Griekse woord ‘diakoneoo’, dat ‘dienen’ of ‘dienst bewijzen’ betekent. We hebben vanuit Gods Woord als gemeenteleden en als ambtsdragers allemaal de opdracht gekregen om de dienst der barmhartigheid uit te voeren. We hebben de zorg en de hulp te geven aan degenen die dat behoeven, dichtbij in de gemeente, maar ook veraf in ons land en in de wereld. Al in het Oude Testament roept de Heere Zijn volk met wetten op om hen die hulpbehoevend zijn niet in de verdrukking te laten komen. In Deuteronomium 15 lezen we dat deze zorg een zaak van het hele volk is. Ook in de Psalmen lezen we vele voorbeelden daarvan. In het Nieuwe Testament wordt er duidelijker vorm gegeven aan het dienstbaar zijn. De jonge gemeenten zien het als hun plicht om voor de naaste te zorgen. Toen door de groei van de gemeenten de taak van de apostelen te zwaar werd, is het diakenambt ingesteld. In Handelingen 6 lezen we van de verkiezing van de zeven diakenen, met name omdat de zorg voor weduwen verzuimd werd. In 2 Korinthe 8 en 9 roept de apostel Paulus op om voor de gemeente te Jeruzalem te zorgen. Dan gaat het vooral om financiële steun. Het is steeds weer de gemeente die wordt aangesproken op de plicht te zorgen voor de armen. In 1 Johannes 3:17 lezen we: ‘Zo wie nu het goed der wereld heeft, en ziet zijn broeder gebrek hebben, en sluit zijn hart toe voor hem, hoe blijft de liefde Gods in hem?’

Diakenen hebben vanuit het ambt de opdracht van God gekregen, om dat met het gezag van Christus te mogen uitvoeren, biddend tot Hem en ziende op de gemeente. Het diakenambt is ingesteld om de taak van de gemeente goed te laten functioneren, niet om de taak van de gemeente over te nemen. Het bevestigingsformulier vermeldt in het bijzonder twee taken. In de eerste plaats de inzameling van de gaven der gemeente en in de tweede plaats de uitdeling ervan. Dit is noodzakelijk, omdat de diakenen (als het goed is) weten waar er nood is en daarvoor dan een oplossing kunnen zoeken. De gemeente zal hierin moeten functioneren als de oren en ogen van de diaconie. Daarnaast heeft elk gemeentelid ook individueel de zorg voor de naaste. Waar één lid lijdt, lijden, als het goed is, al de leden mede. De gemeente behoort te functioneren als één lichaam. En deze zorg strekt zich zelfs uit buiten de gemeente. Immers: wie is mijn naaste? Deze twee taken staan naast elkaar en niet tegenover elkaar of in plaats van elkaar.

Aanleiding tot onderzoek
Begin dit jaar is door het moderamen van de synode een voorlopige landelijke Commissie Diaconaat aangesteld, met als opdracht te onderzoeken hoe te komen tot een goede regionale en landelijke structuur betreffende het diaconaat. Vooral om de diaconale opdracht in onze gemeenten, maar ook regionaal en landelijk gestalte te kunnen geven. De Commissie Diaconaat is aan het werk gegaan en heeft een aantal activiteiten verricht om te komen tot aanbevelingen ter goedkeuring door de synode. De Hervormde Kerkorde van 1951 is geraadpleegd, om op te stellen wat de taak en inhoud is van de bredere diaconale organen in de kerk. Daarnaast is er bij enkele plaatselijke diaconieën de behoefte gepeild; waar is nu op korte termijn en op langere termijn behoefte aan om het diaconale werk te kunnen laten functioneren in de gemeenten en regionaal? Ook zijn er gesprekken gevoerd met de diaconale deputaatschappen van andere kerkgenootschappen. Uiteindelijk is er een rapport opgesteld, dat ter goedkeuring op de synode op 24 september jl. is voorgelegd.

Behoeften
Vrijwel unaniem kwam vanuit het onderzoek bij de plaatselijke diaconieën naar voren dat er behoefte is aan structuur en richtlijnen vanuit landelijke en regionale diaconale commissies, waarbij wel ruimte moet worden gelaten voor eigen inbreng in het plaatselijk diaconaal beleid. Ook kwam naar voren dat er zeer sterk behoefte is aan toerusting, niet alleen voor nieuwe diakenen, maar ook voor diakenen die langer in het ambt staan. Met toerusting wordt dan de geestelijke toerusting vanuit Gods Woord bedoeld, maar ook de maatschappelijke toerusting. Het is vooral voor een jonge gemeente zonder ervaren krachten een zware taak het plaatselijke diaconale werk op te zetten. Er is immers veel gaande in de wereld om ons heen waar hulp geboden zou moeten worden. Er komen veel maatschappelijke problemen op de diaconie af. Daarbij: hoe gaat de diaconie hier geestelijk mee om? Uit het onderzoek onder de plaatselijke diaconieën is ook naar voren gekomen dat er behoefte is aan ondersteuning en advisering in het financiële beleid, onder andere bij het opstellen van het collecterooster en bij financiële ondersteuning van gemeenteleden. Kortom, om het gemeentelijke diaconale werk goed te laten functioneren, dient er een regionale en landelijke structuur te zijn waar de toerusting en ondersteuning van de plaatselijke diaconieën een plaats in heeft.

Structuur
Op de laatst gehouden synodevergadering van 24 september is het rapport ‘Eerste conclusies en aanbevelingen’ van de toen voorlopige commissie Diaconaat aangenomen. Er is besloten om vanuit de plaatselijke diaconieën per classis te komen tot Classicale Diaconale Commissies (CDC), en vandaar uit tot de landelijk werkende Generale Diaconale Commissie (GDC). Een structuur die vanuit het grondvlak wordt gevormd.

Classicaal
De CDC wordt samengesteld uit diakenen uit de gemeenten en andere deskundigen op het diaconale vlak. Elke plaatselijke diaconie vaardigt een diaken naar de CDC af. Omdat er in de gemeenten ook leden zijn met gaven en deskundigheid op velerlei maatschappelijke en diaconale gebieden, kan het wenselijk zijn om ook niet-diakenen te benoemen in de CDC als adviserend lid. Zodoende kan vanuit een breed draagvlak het grondvlak toegerust worden. De CDC vergadert viermaal per jaar en brengt verslag uit naar de GDC. De CDC heeft als taken (zie artikel 23a van ordinantie 15): leiding en vorm geven aan het diaconale leven in de classis, de diakenen inzicht geven in de juiste methoden voor het diaconale denken en handelen, de diakenen en gemeenten vertrouwd maken met de diaconale roeping der Kerk buiten Nederland, voorlichting geven aan de diaconale organen en instellingen der Kerk, het nemen of steunen van initiatief voor de oprichting van regionale diaconale instellingen en organen, het geven van voorlichting en leiding aan het diaconale financiële beleid bij de plaatselijke diaconieën. Daarnaast is het van belang dat de CDC de diakenen binnen de classis toerusting geeft, zowel op geestelijk als op maatschappelijk terrein, contacten onderhoudt met regionale instellingen en overheid, eventueel samen met andere CDC’s. Uiteraard is samenwerking met de andere CDC’s een belangrijk aspect.

Landelijk
Vanuit de CDC wordt een diaken afgevaardigd naar de Generale Diaconale Commissie (GDC). Het diaken-lid dat afgevaardigd wordt naar de GDC is tevens (adviserend) lid van de CDC van de classis waartoe hij behoort. De GDC is verantwoording schuldig aan de synode. In de GDC hebben zitting:
- een predikant als voorzitter (op de synode van 24 september jl. is ds. A. Kot benoemd)
- 7 diakenen, 1 uit elke classis, en
- 1 diaken-lid van het moderamen van de synode
- 1 financieel deskundige als adviserend lid uit de belijdende leden van de kerk

De GDC heeft als taken (zie artikel 25 van ordinantie 15): leiding en vorm geven aan het diaconale leven van de Kerk, de diakenen inzicht geven in de juiste methoden voor het diaconale denken en handelen, invullingen en coördinatie van de diaconale roeping van de Kerk buiten Nederland, voorlichting geven aan de diaconale organen en instellingen der Kerk, eventueel diaconale periodieken en publicaties doen uitkomen, het nemen of steunen van initiatief voor de oprichting van generale diaconale instellingen en organen, het bevorderen van de samenwerking en de diaconale hulpverlening tussen gemeenten onderling mede door middel van de generale diaconale kas, samenwerken met de brede moderamina van de meerdere ambtelijke vergaderingen, het geven van voorlichting en leiding aan het diaconale financiële beleid, en contacten onderhouden met landelijke instellingen en overheid, eventueel samen met andere kerkgenootschappen.

Aanpak
Aan de moderamina van de classes is gevraagd om tot de instelling van de CDC’s over te gaan. De plaatselijke diaconieën zullen verzocht worden een afgevaardigde te benoemen naar de CDC. In een eerste vergadering onder leiding van het moderamen van de classis vindt dan de verkiezing van de voorzitter, assessor, secretaris, penningmeester en de afgevaardigde naar de GDC plaats. Vervolgens kan de GDC verder samengesteld worden. Daar er veel behoefte is aan toerusting, is het gewenst dat elke CDC in samenwerking met de GDC zo spoedig mogelijk na de oprichting deze avonden belegt. Vanuit de toerustingsavonden kunnen de CDC’s verder hun taken gaan oppakken. Het is aan de CDC om dat verder te organiseren en in te vullen. Gedacht kan worden aan diverse diaconale aandachtsgebieden, bijvoorbeeld op het gebied van thuiszorg, maatschappelijk werk, buitenlands diaconaat et cetera.

Financiële structuur
Op de synodevergadering van 24 september jl. is ook de aanbeveling overgenomen om met ingang van 2006 een landelijk diaconaal fonds te gaan oprichten, met als bestemming diaconale doeleinden en toerusting. Er is besloten om een diaconaal quotum in te stellen, zoals we dat ook voorheen gewend waren. Per gemeentelid zal een bijdrage gevraagd worden vanaf D.V. januari 2006.

Hoe kunt u de GDC bereiken?
Vragen met betrekking tot het diaconaat kunnen per email gestuurd worden naar het adres diaconaat@hersteldhervormdekerk.nl. Het postadres van de GDC luidt: Postbus 116, 3930 EC Woudenberg. Telefonisch kunt u de commissie bereiken via het nummer 0318–505541.

Landelijke toerusting
Op Deo volente zaterdag 10 december 2005 organiseert de Generale Diaconale Commissie een landelijke toerustingsdag voor diakenen met als thema ‘Dienen, onze zorg.....?!’ (zie ook het kader in dit blad). Ds. A. Kot, voorzitter van de commissie, zal het thema inleiden vanuit Gods onfeilbaar Woord. Dhr. Polder, voorzitter van De Vluchtheuvel en onderzoeker bij het RIVM, houdt een lezing over de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Verder worden de ontwikkelingen van aanbodgestuurde naar vraaggestuurde zorg, de ketenzorg, en de invoering van het nieuwe ziektekostenstelsel uiteengezet. De gevolgen van deze ontwikkelingen voor ons ambtelijk werk zullen door de inleider belicht worden.

Voorbede
Wij vragen u als lezer om uw voorbede voor dit werk in Gods Koninkrijk op plaatselijk, regionaal en landelijk gebied, opdat het diaconale werk tot verbreiding mag zijn van het Evangelie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.