+ Meer informatie

Maar wij hebben de zin van Christus

1 Corinthe 2 : 16b

7 minuten leestijd

3

In de zin van Christus is:

1e. uw levensbeginsel
2e. uw levenskracht,
3e. uw levensvreugd.

In het Evangelie is de liefdegeur van het offer. Van de Vader daar Hij de Zoon van Zijn liefde daartoe schonk. Van de Zoon, Die Zichzelf vanuit Zijn liefde tot het recht, Gode welbehagelijk kwam op te offeren. En van de Heilige Geest, door Hem het lichaam daartoe te bereiden.

Wee onzer, zo de liefdegeur van dat offer ons nog niet dierbaar is geworden, door er afwijzend tegenover te blijven staan. Waarin wij ons hebben te veroordelen om van de Heere de heilige reukzin der liefde te begeren, want in het geloof dat door de liefde werkt, gaan al de genegenheden van uw hart uit naar het Evangelie van Christus, om het aan te nemen in het binnenste des harten. En dan wordt het door ons verstaan dat onze levenskracht is in de zin van Christus. Ja, door die liefdegeur wordt het hart biddende verbonden aan de troon van Gods genade. „En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus”.

Waarop dan steeds meer oefeningen volgen, want: „Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen om de Heere te kennen.”

Want vanuit de zin van Christus bekomt het hart door Gods Geest ook een heilige smaakzin. Want dat leven heeft van meet af geen smaak meer in de dienst der zonde, het hart gaat walgen van de laffe kost die wordt opgedist door de wereld. Het was voor Christus altijd een smakelijke spijze, de wil Zijns Vaders te doen. Het gaf Hem sterkte daarin moedig voort te gaan. Het was een spijze die Hem door niet één vijand ontnomen kon worden. Een spijze waarmede Zijn volk gespijsd wordt tot op de dag van heden. Want vanuit Hem is het de zin des geloofs, de wil des Heeren te doen. En daarin is de vervulling van de belofte: „zij zullen lopen en niet moede worden, wandelen en niet mat worden.” Zie hoe de ogen van Jonathan verlicht werden bij het smaken van de honing. Bij het opmerken van de goedertierenheid des Heeren proeft en smaakt het hart dat de Heere goed is. Ja, een innige blijdschap wordt gesmaakt bij het ootmoedig knielen voor de Heere, in het smeken om ontferming.

En zo behoort ook het gevoel tot de zin van Christus. Met de bedroefden was Hij bedroefd. Maar bij het dragen van de straf der zonde heeft Hij gezegd: „Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe.” Waarmede de Zone Gods ten volle de daad der zonde beweend heeft. Hij was bedroefd met Zijn gehele ziel, want de mens heeft in de moedwil van zijn ongerechtigheid, met zijn ganse ziel gezondigd. Met al zijn denken, willen en begeren heeft hij zich met zijn ziel van God losgescheurd. De Zone Gods heeft de last der zonde borgtochtelijk gedragen alsof dat kwaad door Hem bedreven was en zo is de zonde ten volle beweend met Zijn gehele ziel. Nooit is een kind des Heeren zo innig bedroefd geweest over zijn zonde, als de Zone Gods. Zijn droefheid was geheel in overeenstemming met de boosheid van het kwaad dat door de mens -tegenover God bedreven is. Zijn ziel was geheel bedroefd tot de dood toe, want in Zijn dood werd het offer der verzoening overgedragen aan Zijn God tot verheerlijking van Zijn deugden. En vanuit dat zielsbedroefd zijn van de Heere, is de droefheid naar God die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid. Want de Heere Jezus had in Zijn droefheid over de zonde met Zijn ganse ziel, ook droefheid met Zijn ganse ziel naar God. Om op grond van recht en gerechtigheid met Zijn volk gesteld te worden in Zijn zalige gemeenschap. En met Zijn zielsbedroefde ogen zag Hij Petrus aan en hij ging naar buiten en weende bitterlijk. Vanuit Zijn droefheid wordt het hart dan zielsbedroefd over de zonde.

Maar al deelt Gods kind in de zoete troost, dat de droefheid van de Zone Gods over de boosheid van onze ongerechtigheid plaatsbekledend was, zo heeft het hart toch nog een levend besef, dat er voor onze droefheid vanuit de ziel van de Heere Jezus, plaats is aan de voeten des Heeren. En daarin wordt de zin van Christus beleefd. Het is een zegen een geschenk van Zijn genade, door de dierbare werkingen van Zijn Geest, gedurig weer met een bedroefde ziel te wenen over het zijn in ons verdorven bestaan, want daarin is het afsterven van de oude mens. Want dat is nodig voor de opstanding van de nieuwe mens, en dat is de hartelijke vreugde in God door Christus.

En zo is in de zin van Christus niet alleen uw levensbeginsel en levenskracht, maar ook :


3e. uw levensvreugd.


In dit woord: „Maar wij hebben de zin van Christus,” schittert de dierbaarheid van Christus. Want in Hem alleen is de ware levenszin, die ons vanuit de Schrift van alle k anten wordt aangewezen en aangeprezen, voor de persoonlijke beleving des harten. En zo komt de Heere in Zijn Woord, met het Woord des geloofs tot ons, om van daaruit de genade des geloofs tot verbinding aan de Heere, biddende te zoeken. Waarin het niet gaat om enige godsdienstige veranderingen in ons leven, maar om het nieuwe levensbeginsel en dat is de levenszin van Christus, om zo vanuit Hem te leren leven. Waartoe wij Zijn levenskracht niet kunnen missen.

Het beeld Gods dat wij verloren hebben in Adam en dat bestond in kennis, gerechtigheid en heiligheid, schittert in Christus, om vanuit Hem daarmede in ons hart en leven versierd te worden. Want daartoe is Hij gezalfd met vreugdeolie. En dat is de vreugde van de Vader in het schenken van de Middelaar, de vreugde van de Zoon in Zijn bediening als Middelaar en de vreugde van de Heilige Geest in het getuigenis van de Middelaar.

In de zalving van Christus schittert het volheerlijke werk van de Drieënige God. Christus is gezalfd met vreugdeolie en dat raakt in de eerste plaats Zijn profetische bediening. En vanuit Zijn zalving komt Christus met de zin van Zijn profetische bediening in het hart, op een zeer lief elijke wijze. Daar komt een keerpunt door in ons hart, om geheel anders te gaan denken. En dat is het denken vanuit Zijn ontfermende liefde. Hij sprak van de noodzakelijkheid en mogelijkheid van de wedergeboorte om ingang te bekomen in het Koninkrijk Gods. Van het mosterdzaad waaruit opkomt het beginsel van het nieuwe leven des geloofs. Hij sprak van een blinde die door de zalving met vreugdeolie vanuit de duisternis der ongerechtigheid mocht komen tot onderwijzing in de geestelijke levendmaking. Want alleen door Hem kan de zondaar vanuit de staat des doods gesteld worden in de staat der genade. En in dat verband spreekt de Heere Jezus van de verbreking van de kracht der zonde, om te komen tot de onberouwelijke keus Hem te zoeken in de weg van de waarachtige bekering. Zodat wij vanuit de prediking van Christus altijd weer gewezen worden op het nieuwe levensbeginsel om te komen op Zijn school. En dat is het wat door velen over het hoofd gezien wordt. Men is zo geneigd van elders in te klimmen om gelijk als de dwaze maagden te steunen op het licht van een uitwendige belijdenis, waarin de innerlijke vernieuwing des harten ontbreekt.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.