+ Meer informatie

DE BESPREKING

4 minuten leestijd

Zou het geen goede zaak zijn te werken aan ‘kadervorming’ in de gemeente? In de zendingskerken worden aan zoveel mogelijk gemeenteleden vormen van toerusting aangeboden, zodat er bij de verkiezing tot ambtsdragers gekozen kan worden uit kandidaten die opgeleid zijn. De inleider onderstreepte dat ‘kadervorming’ een goede zaak is - niet alleen met het oog op ambtsdragers, maar ook voor het geheel van de gemeente. Het voorbeeld werd genoemd van Antwerpen waar alle broeders vanaf 25 jaar een cursus aangeboden krijgen. Naast persoonlijke geloofsverdieping is die cursus erop gericht een reëel beeld te schetsen van het werk van ambtsdragers in de gemeente. Zo’n cursus kan helpen bepaalde hindernissen weg te nemen om een ambt te aanvaarden. Verder werd o.a. ook gewezen op de ambtsdragersconferenties en de binnen onze kerken bekende vormingscursus op zaterdag. Ambtsdragers en broeders die mogelijk in de toekomst tot het ambt geroepen worden, kunnen daar hun voordeel mee doen, maar ook anderen!

Als voorbeeld van een nieuwe gemeentelijke structuur waarin de kerkenraad van veel taken ontlast wordt, werd iets verteld over zgn. gemeentekringen. Binnen de gemeentekring zien gemeenteleden naar elkaar om. Onderling pastoraat schakelt gemeenteleden in zonder dat ze meteen vast zitten aan allerlei vergaderingen en beleidsbeslissingen. Ds. Quant kon zich wel vinden in de gemeentekringen of in goed georganiseerde wijken waarin pastoraat en diaconaat niet alleen door de kerkenraad wordt uitgevoerd, maar ook door gemeenteleden. Hij vond het wel nodig dat er bij zo’n structuur een heldere lijn loopt naar de kerkenraad in verband met opzicht en tucht. Ook geheimhouding van vertrouwelijke informatie moet binnen gemeentekringen en wijkteams goed geregeld zijn.

Er werd gewezen op verschillende ‘experimenten’ in de Geref. Kerken (vrijg.) om naast de kerkenraad een commissie bestuurlijke zaken in te stellen. De kerkenraad wordt op deze wijze ontlast van veel bestuurlijk werk en kan zich veel meer toeleggen op de geestelijke leiding van de gemeente. Zoals in zijn inleiding reeds naar voren kwam, ziet ds. Quant wel iets in een klein college van kerkenraadsleden die met ruime bevoegdheden allerlei lopende zaken af kunnen handelen. Toch moeten de dingen niet teveel uit elkaar getrokken worden. Een commissie los van de kerkenraad kan een ‘tweede kerkenraad’ worden. Tegenstellingen zijn dan niet ondenkbaar. Daarom moet uitgangspunt blijven dat de kerkenraad verantwoordelijk blijft voor het geheel van het beleid binnen de gemeente.

Als nadeel van een moderamen of een beleidscommissie van kerkenraadsleden met veel bevoegdheden werd genoemd dat veel macht in een kleine kring terecht komt. Toch valt dit nadeel in de praktijk wel mee, als er maar voor gezorgd wordt dat de verantwoordelijkheid naar het geheel van de kerkenraad goed geregeld is. Voordeel is dat de slagvaardigheid van de kerkenraad vergroot wordt en dat er meer ruimte ontstaat voor bezinning en het onderling geestelijk contact tussen de ambtsdragers. Een korte peiling in de zaal liet zien dat er bij heel wat kerkenraden al iets wordt gedaan aan het onderling geestelijk contact van ambtsdragers.

Meer efficiënt vergaderen is niet alleen een zegen voor de kerkenraad, ook andere kerkelijke vergaderingen zouden daar voordeel van ondervinden. Als voorbeeld werd genoemd dat op de classis de rapportage naar art. 41 KO en de kerkvisitatierapporten vooraf toegestuurd kunnen worden. Dat spaart vergadertijd en zorgt ervoor dat meer gerichte vragen gesteld kunnen worden. De particuliere synode lijdt niet zozeer aan een inefficiënte manier van vergaderen, maar daar komen vaak allerlei slepende appèlzaken op tafel. Voor de generale synode zijn er voorstellen in de maak voor een andere manier van vergaderen.

Overigens is een meer efficiënte manier van vergaderen geen wondermiddel. We moeten er in de kerken ook voor oppassen geestelijke zaken met een bedrijfsmatige aanpak en instelling te willen regelen. Want dat zou leiden tot geestelijke verkilling. In de bespreking werd de inleider de uitspraak ontlokt dat onderlinge geestelijke binding van kerkenraadsleden er als vanzelf toe leidt dat men minder vergadertijd nodig heeft. Een goed geestelijk gesprek aan het begin van de vergadering, is het beste uitgangspunt voor de rest van de agenda.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.